Steentijd archeologie

Ontdekkingsreis door de prehistorie

Recent archeologisch nieuws.

Een rubriek over nieuwe vondsten en ontdekkingen op het gebied van de archeologie


Bijzondere jong paleolithische vondst in het Boornedal door Nico van der Brug.

 Nico van der Brug komt uit een familie van amateur archeologen. Zijn grootvader en grootmoeder verzamelden grote collecties artefacten allemaal afkomstig uit het stroomdal van de Boorne. Vader Roel zette de traditie voort en ook Nico raakte geinteresseerd in de steentijd archeologie van het Boorne dal. Inmiddels heeft hij een fraaie collectie opgebouwd. Recent kon hij deze collectie uitbouwen met de vondst van een bijzonder lange klingschrabber van grijze vuursteen. De kling is bewerkt met een fraaie schrabber kap en ook de beide zijden zijn prachtig geretoucheerd. Bijzonder is de lengte van de klingschrabber, maar liefst 7 cm, en dat maakt deze vondst een beetje uniek. De klingschrabber is door Marcel Niekus gedateerd in de Hamburgcultuur en dat correspondeert met de vele andere vondsten die de familie van der Brug in het gebied heeft verzameld.

 

 Overigens is Nico dagelijks betrokken bij de steentijd archeologie. In het Noord Nederlands depot voor de archeologie werkt hij als determineerder van de opgeslagen collecties in het depot. Een werkvloer die hem dagelijks in aanraking brengt met de steentijdarcheologie van Noord Nederland.

JFK-juli 2017.


Dubbele klingschrabber uit Drenthe 

Gerrit Kooistra uit de gemeente Leek heeft zijn hele leven lang al een interesse voor stenen. In zijn jongensjaren waren dat de fossielen die hij ontdekte in de zwerfstenen op het Drents plateau en onder meer op de Hondsrug. Toen hij zich later meer ging richten op de archeologie en ook zijn speurtochten meer gericht werden op steentijd artefacten op de Drentse akkers ging dat eerst moeizaam. Door kennis te ontwikkelen op het gebied van de steentijd heeft hij de laatste jaren een sprong un de goede richting gemaakt. Hij leerde in het veld de plaatsen te herkennen waar mogelijk in de prehistorie mensen verbleven die daar sporen hadden achtergelaten in de vorm van vuursteen artefacten. Tijdens de wekelijkse determinatie avonden in het noordelijk archeologisch depot in Nuis  bracht archeoloog Bernard Versloot, beginnend archeoloog Gerrit Kooistra kennis over artefacten bij. Met die kennis en het zelf ontwikkelen van meer zicht op het Drentse landschap heeft Gerrit onderhand een tiental sites ontdekt waarop hij regelmatig te vinden is. Onlangs leidde dit tot een bijzondere vondst. Op één van de sites vond hij een bijzondere dubbele klingschrabber die gedetermineerd werd als afkomstig van de jagers uit de Hamburgcultuur.

 

 Bij een dubbele klingschrabber zijn beide uiteinden van de kling geretoucheerd tot een schrabberkap. hoewel het op de bovenste foto niet goed zichtbaar is zijn de beide uiteinden bewerkt. Zie detailfoto links. Onder achterzijde kling. Foto,s Gerrit Kooistra.

 De jagers uit de Hamburgcultuur waren de eerste mensen die na een zeer koude periode in de Weichselijstijd bij een warmer wordend klimaat in het begin van de Bolling tijd naar het noorden van Europa trokken. Deze jagers hadden een eigen specialisatie op het gebied van bewerking van vuursteen werktuigen ontwikkeld waarvan de krombeksteker en de kerfspits misschien wel de meest aansprekende zijn. De in Noord Nederland gevonden artefacten uit de Hamburg cultuur laten zien dat ze van vuursteen van een goede kwaliteit werden gemaakt. Artefacten van de Hamburg jagers worden over een breed gebied aangetroffen in Noord Europa van Noord Duitsland, het noorden van Nederland tot in Denemarken en Scotland.

 

 

 JFK.mei 2017.


 

Napjessteen diende jaren als drinkbakje en wasplaats voor vogels in een voliere.

Een telefoontje van de familie Schievink uit Harkema maakte me meteen wakker. Schievink vertelde dat er bij zijn vogelvoliere een grote steen lag waarin kommetjes waren uitgehakt zo het leek. Deze steen met die kommetjes had hij al meer dan 30 jaar in bezit en was ooit toen hij zijn huis bouwde te voorschijn gekomen bij het graven van een fundering. Een bezoeker had hem nu verteld dat de steen mogelijk een in de prehistorie gebruikt werktuig zou zijn en daarom vroeg hij aan mij om er eens naar te kijken.

Dus bracht ik een bezoek aan deze familie waar de heer Schievink me mee nam naar de voliere waar een grote steen lag helemaal overgroeid door een dikke laag groen mos. Toch herkende ik meteen de beide uithollingen op de bovenkant van deze steen. Onmiskenbaar een napjessteen. Natuurlijk legde ik de familie uit dat het hier om een bijzondere steen ging die als werktuig in het Neolithicum en misschien tot de ijzertijd mogelijk als vijzel was gebruikt. Mijn verhaal maakte kennelijk indruk omdat de familie er na mijn verhaal op stond mij de steen te geven onder voorwaarde dat de steen een goede plaats zou krijgen.

 Napjessteen met daarin twee uithollingen (napjes).

Napjesstenen komen voor in de Neolithische culturen en worden gedateerd tot de ijzertijd. Er is al heel veel onderzoek naar het gebruik van deze stenen ingesteld. Vast staat dat de holten in de stenen zijn aangebracht door middel van de zogenaamde pecking techniek. Een bewerking waarbij met stenen, stukjes werden uitgeslagen tot er een holte ontstond. Het gebruik van deze napjesstenen kan vergeleken worden met de vijzel. In de holten werden granen, kruiden en noten fijngemaakt door ze te bewerken met een kleinere hamdzamere steen, de hedendaagse stamper. Sommige onderzoekers denken dat napjesstenen behoorden bij het arsenaal van de prehistorische dorpsdokter of de sjamaan en door hun werden gebruikt om kruiden fijn te stampen. Het zou best kunnen dat deze dorpssjamanen deze napjesstenen gebruikten om daarin kruiden fijn te stampen en te wrijven tot een medicijn. Vast staat wel dat sporen van de wilg in een napjessteen zijn aangetroffen. Wilgenbast werd en wordt nog steeds gebruikt als pijnstiller. Een teken dat onze verre voorouders ook al bekend waren met pijnstillers.

Napjessteen met wrijfsteen
 
Jan F. Kloosterman, 31 maart 2017.

 

Klingkern uit het laat Paleolithicum.

door Jan F. kloosterman.

Op een akker waar doorgaans geen steentijd artefacten zijn te vinden, maar die wel binnen 300 meter van een Jong Paleolithische Hamburg cultuur vindplaats onder Siegerswoude ligt, liep ik eind september. Het was het enige perceel in de omgeving waar de mais net geoogst was en dus maakte ik van de nood een deugd en hield daar mijn eerste herfstzoektocht naar steentijd artefacten. Het was een warme dag en het zonnetje zorgde er voor dat ik al snel het zweet op de rug had staan. Vinden deed ik er niets totdat mijn oog viel op een groter stuk vuursteen waarop ik onmiskenbaar de sporen van een aantal afgeslagen lange klingen herkende. Toen ik het stuk vuursteen opraapte zag ik al snel dat het een soort klingkern was van bryozoën vuursteen, maar wel een a-typisch stuk waarop aan de ene zijde de cortex nog onbewerkt aanwezig was en de andere zijde een aantal klingen waren afgeslagen. De lengte, die meer dan 10 cm is, is voor de vaak sterk geërodeerde en gecraquleerde vuursteen in de Friese wouden ongewoon. In eerste instantie verkeerde ik in de veronderstelling dat het een Mesolithische klingkern in de vorm van een kernbijl moest zijn. Onderhand heb ik het stuk beter kunnen bestuderen en heb ik het ook door anderen, onder meer door Haye Veenstra en Evert Kramer, kunnen laten beoordelen. We zijn zo langzamerhand tot de conclusie gekomen dat het een klingkern is uit het laat Paleolithicum en dat komt dan weer overeen met de vondsten van jong Paleolithisch vuursteen materiaal in de omgeving. Een leuk stuk om te vinden omdat je er met iedereen over kunt discussiëren en daardoor ook weer andere interpretaties kunt geven van de aanwezige sporen van klingafslagen.

okt.16. 


 

Vondst Kokerbijl Hoogeveen.

In augustus ontdekte de 33 jarige Christiaan Prak tijdens het zoeken op een perceel land met zijn metaal detector een prachtige bronzen kokerbijl. Een vrij unieke vondst aldus de Drentse provinciaal archeoloog Wijnand van der Zande, die de bijl later beoordeelde. De bijl werd door hem gedateerd op ongeveer 2800 jaar oud uit de Bronstijd cultuur. Bronzen kokerbijlen komen wijdverspreid in Europa voor maar de vondsten van kokerbijlen in Nederland zijn op één hand te tellen. 

 

 De kokerbijl van Hoogeveen.

 

 

 

 

 jfk/09/16.


 Grote Vikingbijl opgegraven In Denemarken.

In Denemarken onder Haarup hebben archeologen tijdens een opgraving in een graftombe - een zogenaamd Viking dodenhuis - een bijl gevonden van afzonderlijke afmetingen. Deze bijl werd aangetroffen in een graf waarin twee mannen en één vrouw lagen begraven. De bijl werd aangetroffen aan de zijde van één van de begraven mannen. Naast deze man lag een vrouw begraven in een soort "wagen", een grote houten open kist. De tweede man is in een latere periode bijgezet zo is uit onderzoek komen vast te staan.

Archeoloog Kirsten Nelleman Nielsen, aan het Silkeborg museum, die de leiding had bij de opgraving van het dodenhuis vindt de bijl zeer uitzonderlijk. De bijl, een zogenaamde Dane Vikingbijl, is veel groter dan de bijlen die doorgaans worden aangetroffen bij dit soort opgravingen van Viking dodenhuizen. Zeer waarschijnlijk heeft de bijl een lang houten handvat gehad en kon hij door het gewicht alleen maar met twee handen geheven worden. Het type bijl is bekend vanuit de middeleeuwen en werd gevreesd in de strijd die de Vikingen voerden. Omdat de bijl niet voorzien is van versieringen is het dan ook aannemelijk dat het hier op een Viking strijdbijl gaat.

De grote ijzeren bijl, een zogenaamde Dane Viking bijl.

De graftombe of dodenhuis waarin de opgraving plaats vond is gedateerd rond het jaar 950. De vrouw die er begraven lag in een houten kist - een zogenaamde wagen die in die tijd een traditie was bij het begraven van adelijke vrouwen - is gezien de aangetroffen kleding en andere bij haar aangetroffen atributen van hoge komaf geweest. Zo werden naast haar sleutels aangetroffen die op een houten kistje met ijzeren beugels pasten dat ook in het graf lag. De kleding van de vrouw was doorweven met gouden en zilveren draden. Zowel het graf van de man met de bijl als het graf van de vrouw waren gelijk gesitueerd in het graf wat aangeeft dat ze alle twee een leidinggevende positie moeten hebben gehad. De man die later werd begraven in het dodenhuis is waarschijnlijk een opvolger geweest. Ook naast hem werd een bijl aangetroffen zij het van een kleiner formaat.

 

De grote beker afkomstig uit de Baltische regio die in het graf werd aangetroffen.

De atributen die bij de vrouw zijn aangetroffen bleken bij onderzoek afkomstig uit een aantal verschillende landen in Europa. Het laat zien dat de Vikingen een internationaal netwerk hadden. Zo werd in het bgraf ook een prachtige gedecoreerde beker aangetroffen die uit de Baltische regio afkomstig is en een aantal zilveren munten die afkomstig zijn uit het midden oosten.

 

Reconstructie van de "wagen" waarin de vrouw werd begraven met kleding en atributen.

JFK.juli 2016.


Vondsten uit het voorjaar 2016 die het vermelden waard zijn.

Veel amateur archeologen hebben in het afgelopen voorjaar de akkers weer afgestruind op zoek naar schatten uit de steentijd archeologie. Een aantal amateur archeologen heeft aangegeven dat ze graag meer foto,s van vondsten op archeoweb geplaatst wilden zien. Zoektochten dit voorjaar hebben voldoende materiaal opgeleverd. Het heeft soms tot verrassende resultaten geleid waarvan we aan aantal toch even willen vermelden. 

Douwe Wedzinga trof op één van zijn zoektochten in dit voorjaar een bijzondere steen aan die niet zo vaak wordt gevonden. Bij het schoonmaken was hij er pas van overtuigd dat het om een artefact ging. Hij had een gerollkeule gevonden. Een ronde steen waarvan de zijkanten door middel van pecking waren afgeslagen en zo verder tot een rond model was bewerkt. Aan de beide vlakke kanten was de steen verder bewerkt en was getracht er een soort putje in te maken. Omdat dit soort steentijd werktuigen in Noord Nederland niet alle dagen worden aangetroffen een paar foto's.

 

 

 Bovenaanzicht en zijaanzicht van de gerollkeule.

Echt zeldzaam is een gerollkeule niet. Wel is er nog steeds discussie over dit voorwerp dat door sommigen wordt afgedaan als een netverzwaarder en door anderen als een hamersteen. Ze zijn vaak gemaakt van zandsteen keitjes en soms zijn de vlakke kanten voorzien van dellen (putjes in het oppervlak) en soms zijn ze doorboord met een konisch gat. Ze komen voor uit het Mesolithicum tot halverwege het Neolithicum. De gerollkeulen met een doorboord gat zouden inderdaad als een soort rolsteenhamer kunnen zijn gebruikt maar moeilijker wordt het om een gerollkeule met twee dellen als zodanig te gebruiken. Een hamer als slagwerktuig zou heel goed kunnen in beide gevallen. Ook menen onderzoekers uit vondstomstandigheden van sommige gerollkeulen op te kunnen maken dat ze aan lange houten schachten bevestigd zijn geweest en mogelijk gebruikt zijn bij het aanboren van hout om vuur te maken. Dat zou weer goed kunnen als we te maken hebben met een gerollkeule met een del. Er zijn nog heel veel mogelijkheden denkbaar maar voorlopig spreken onderzoekers over het gebruik van een gerollkeule elkaar nog tegen.

foto van een gerollkeule met een konisch doorboord gat in het midden. De gerollkeule is helemaal gepolijst en prachtig afgewerkt.

Er zijn meer mooie vondsten van Douwe Wedzinga waaronder een aantal fraaie pijlpunten. Twee pijlpunten vallen onder de zogenaamde driedoorn pijlpunten. Deze werden in het laat Neolithicum en de vroege bronstijd gebruikt bij de jacht en worden regelmatig gevonden op sites in de noordelijke Friese wouden. Ook in de bewerking blijkt nogal wat verschil getuige de beide driedoorn spitsen die Douwe Wedzinga vond. Beide driedoorn pijlpunten blijken beschadigd door het ontbreken van één of meer uitsteeksels. Hoe die beschadigingen zijn ontstaan is moeilijk meer na te gaan. Het zou een gevolg kunnen zijn van de jacht maar ook waarschijnlijk is dat de bewerking van het land met moderne landbouwmachines er debet aan is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Foto,s van twee driedoorn spitsen waarbij bij de eerste de onderste doorn is afgebroken en bij de tweede de midden doorn is afgebroken

 

 Tjongerspits.

Deze spits dankt zijn naam aan het riviertje de Tjonger. De eerste vondsten van deze laat paleolitische spitsen werden bekend in het beekdal van de Tjonger en daarom werd de naam van het riviertje verbonden aan de spits. De Tjongercultuur wordt gedateerd tussen 10.000 en 9.000 jaar geleden. De Tjonger spits is een lange slanke spits die van een kling is gemaakt waarbij de rechte rug steil is geretoucheerd. De retouche is over de hele rug aangebracht.De punt van de spits ligt op de lengte as. (Bohmers 1956). De naam Tjongerspits is een verouderde naam die alleen in Nederland nog wordt gebruikt. Doorgaans worden de Tjongerspitsen gerekend onder de Gravette spitsen.

De bekende amateur archeoloog Pieter Horjus uit Oostermeer heeft o.a.op een site aan de Kjellingen onder Oostermeer een aantal Tjongerspitsen gevonden die zijn omschreven op Archeoforum.

 b. spits.
 

Determinatie van een a, b, c of d spits leveren doorgaans ook nog al wat problemen op. Om te goed te kunnen determineren speelt de vorm en aangebrachte retouche een rol in het herkennen. De afgebeelde spits is aan te merken als een b spits met retouche op de schuine kant en aan de basis. Soms worden dit ook Zonhoven spitsen genoemd.

Dit soort spitsen werden gebruikt bij de jacht in het Mesolithicum en worden in Nederland gedateerd vanaf ongeveer 10.000 jaar geleden tot het begin van het Neolithicum. In de jagersculturen van het Mesolithicum werden veel gebruiksvoorwerpen waaronder spitsen zeer verfijnd bewerkt en vaak treffen we dan ook zeer kleine spitsen aan die microlieten worden genoemd.

 

 

 

 Gevleugelde spits.

 

Gevleugelde spitsen ook tweedoorn spitsen genoemd komen voor in het laat Neolithicum en in de vroege bronstijd. Zelden wordt een gevleugelde spits aangetroffen waarvan de beide doorns of uitsteeksels nog intact zijn. 

 

 Schrabber of retouchoir.

Soms tref je werktuigen uit de steentijd aan die een nadere bestudering vereisen. De " Schrabber " op de foto heeft niet de gebruikssporen die je normaal op een schrabber vind. Het is een ovaal stuk van bijna 3 cm lang dat rondom bewerkt is. Nadere bestudering van dit stuk laat gebruikssporen zien waarbij te denken valt aan het verfijne bewerken van kleine werktuigen en dan valt te denken aan een retouchoir. Een identiek exemplaar is een aantal jaren geleden gevonden op een mesolithische site door amateur archeoloog Jelle van Bruggen uit Opende. Ook hij denkt dat dit soort artefacten met een schrabberkap zijn gebruikt voor een verfijnde bewerking van kleine werktuigen. 

JFK juni 2016.


Hilbrand van den Bosch graaft in de prehistorie.

Hilbrand van den Bosch met een deel van zijn steentijd artefacten.

Eigenlijk is mijn hobby, de amateur archeologie, voortgekomen uit het zoeken naar oude voorwerpen vertelt Hilbrand van den Bosch aan de keukentafel van zijn woning in Jubbega. Vrouw Meintje vult hem tijdens de verhalen geregeld bij. Hilbrand heeft dat verzamelen altijd al in zich gehad vertelt ze. Eigenlijk is het al begonnen in de naoorlogse jaren vertelt Hilbrand. Als men de oude wijken uitbaggerde rond Jubbega, dan was ik er altijd als de kippen bij om te kijken of er ook iets uit het verleden naar boven was gekomen. Zo viste ik de oude flesjes en pijpenkoppen uit de bagger die uit de wijken kwam en had ik al snel een hele verzameling. Die verzameling werd nog eens flink uitgebreid toen Hilbrand de beschikking kreeg over een metaal detector en verder op onderzoek kon naar de tastbare sporen uit het verleden. Die tastbare sporen staan in honderdvoud opgesteld in de slaapkamers op de boven verdieping van de woning maar zijn ook door het hele huis terug te vinden.

De steentijd archeologie kwam later toen Hilbrand anderen trof die zich met het zoeken naar steentijd artefacten bezig hielden. Het was een heel andere wereld waarin ik terecht kwam aldus Hilbrand die door eigen studie zich de basis kennis van de steentijd archeologie snel eigen maakte. Wat hij zelf niet kon werd aangevuld door Meintje die op de computer voor hem alles op zocht wat hij nodig was voor het uitbreiden van zijn kennis. In een kastje met een groot aantal laden liggen alle in de afgelopen jaren gevonden en verzamelde steentijd artefacten keurig in doosjes opgeslagen en natuurlijk staat er ook al snel een lade met de gevonden artefacten op tafel. Hilbrand kan er smakelijk over vertellen. Ook hoe hij in de omgeving van de vindplaats van de midden paleolitische bijl van Hein van der Vliet een prachtige midden paleolitische afslag vond. Door veel amateurs onderhand bekeken vertelt Hilbrand en iedereen vond het een mooie vondst. Ik ben er ook mee naar Jaap Beuker van het Drents museum geweest maar die keurde het artefact uiteindelijk af nadat hij eerst meende dat het een prachtige midden paleolitische afslag was die aan alle kenmerken voldeed.

 

De aanleg van een nieuwe weg, de N.381 bracht een nieuwe demensie in de zoektochten naar artefacten. Er is een onderzoek geweest bij de aanleg van het tracé aldus Hilbrand maar dat was in mijn ogen niet helemaal nauwkeurig. Ik heb toen gevraagd of ik de grond van de bovenlaag uit het tracé die op hopen werd gegooid nog eens mocht doorzoeken en kreeg daarvoor toestemming. Met een zeef heb ik toen de grond daar nog eens gezeefd en ik vond er nog heel wat fraaie afslagen in terug die volgens mij uit de Mesolithische tijd stammen. Eén van de mooiste vondsten bij dat tracé is een hele mooie microspits. Daar ben ik best trots op omdat je zo'n vondst niet elke dag vindt en daar springt je hart dan weleens van over. Het is nu even stil met het zoeken omdat de gewassen weer op het veld staan maar in de herfst kun je mij weer vinden in de buurt van de Tjonger en ga ik weer op zoek naar nieuwe vondsten.

 

 

 De meer dan 3 cm lange naaldspits uit de collectie van Hilbrand van den Bosch.
 
29 juni 2016
Jan F. Kloosterman 

Zwarte patina op Artefacten op de stranden van de eilanden.

In de afgelopen maanden zijn er een aantal meldingen binnen gekomen van vondsten van vuursteen artefacten op de stranden van Ameland. Op de stranden van dit eiland vinden regelmatig, ter compensatie van duinafslag, zand suppleties plaats. Het zand wordt met zuigers vanaf de bodem van de voor het eiland liggende Noordzee op de stranden gespoten. Het is bekend dat voor 7000 jaar geleden de bodem van  de Noordzee grotendeels droog lag en dat er mensen woonden en rondtrokken op jacht en op zoek naar de daar levende wilde dieren of in de vele kreken zwemmende vissen.We weten dat vanaf 7000 jaar geleden de Noordzee langzaam aan door zeespiegel stijging meer vernatte en dat de mensen die daar leefden, naar het vaste land trokken. Op de bodem van de Noordzee bleven de stille getuigen achter van de mensen die er eerder leefden. Het is bekend dat vissers en schelpenzuigers regelmatig botten van de dieren die ooit op de zeebodem leefden, omhoog halen maar ook dat er af en toe stenen werktuigen naar boven komen bij die werkzaamheden. In dat licht bekeken is het geen wonder dat op de stranden van onze eilanden maar ook verder op de kust van Nederland artefacten uit de steentijd worden gevonden.

Van Texel is bekend dat er zowel op dat eiland als aan de stranden artefacten zijn gevonden uit de steentijd. De aldaar wonende Govert van der Noort heeft veel onderzoek gedaan op Texel en er een groot aantal artikelen over geschreven. Iets verder heeft Do van Dijck aan de stranden van het IJsselmeer een aantal schitterende vondsten gedaan. Zie hiervoor zijn bijdrage op Archeoweb. En als we nog verder naar het zuiden gaan komt de maasvlakte in beeld waar niet alleen veel botmateriaal in het opgespoten zand uit de Noordzee is gevonden, maar ook artefacten zoals bewerkte benen speerpunten en stenen werktuigen. In opgebaggerd materiaal aan de kusten van Zeeland werd enige jaren terug een leuke ontdekking gedaan in de vorm van een stuk botmateriaal uit een schedel van een Neanderthaler.

Minder bekend zijn de prachtige vondsten die de toenterijd op Vlieland wonende Idzard Vonk op de Vliehors bij Vlieland heeft gevonden in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Volgens een neef van Vonk ging hij in die jaren wel eens met z'n oom mee naar de Vliehors om artefacten te zoeken. Hij zat dan bij z'n oom achter op de viertact brommer van het merk Honda en daarmee togen ze naar de droog gevallen Vliehors waar oom naar artefacten zocht. In zijn verhaal beschrijft hij hoe zijn oom eens bij zo'n zoektocht in grote opwinding zag toen deze een prachtige stenen bijl op de Vliehors vond. 

 

Neolithische bijl door Idzard Vonk gevonden op de Vliehors. 

 In een artikel over een Levaillois kern en een bijzonder geslepen bijl geven Dick Stapert, Lykke Johansen en Bert Boekschoten hun visie op een aantal van de door Idzard Vonk op de Vliehors gevonden artefacten.

De mooie geslepen bijl is geslagen uit granulitisch gneis en heeft maar liefst een lengte van 18 cm.(hierboven afgebeeld). Deze geslepen bijl heeft een symetrische lengte doorsnede en een rechthoekige dwarsdoorsnede. Volgens de onderzoekers kon de bijl niet als werktuig worden gebruikt en daarmee is deze bijl vrij zeker een grafgift of offergift geweest. Ook geven de onderzoekers aan dat de Vliehors voor 2750 jaar geleden nog een droogliggend gebied was van enige hogere zandkoppen. Exact is niet meer aan te geven hoe de vindplaats er tijdens het Neolithicum uit zag maar oude kaarten geven aan dat het gebied tijdens het holoceen nog aan de oppervlakte lag.

midden paleolithische kern.

Een andere opmerkelijke vondst uit de collectie van Vonk is een jong paleolihische kern. Gezien de bewerking neigen de onderzoekers naar een kern uit de Hamburgculuur.  Een mooie levaillois kern is door de onderzoekers aan een breed onderzoek onderworpen en de slot conclusie is dat op deze kern windlak en putjes zijn geconstateerd en dat dit stuk vrij zeker voldoet aan de kenmerken van een midden paleolitische kern. Tot slot pikken de onderzoekers uit de honderden artefacten van de Vliehors nog een artefact uit dat gezien de aanwezige windlak en putjes in het oppervlak ook uit het midden paleolithicum stamt en hun doet denken gezien de bifaciale bewerking aan een keilmesser. Gezien de grootte is het volgens onderzoekers te klein om te denken aan een mogelijke bewerking tot een vuistbijl. Tot slot worden uit de collectie nog twee stukken gevist die ook voldoen aan de eisen die de onderzoekers stellen aan midden paleolithen. Het zijn twee afslagen die zijn geslagen met harde percussie.

keilmesser.
Tekeningen:Lykke Johansen 

 

Gedurende de laatste jaren is onderzoek gedaan naar het verschijnsel van zwarte patina op artefacten van de stranden aan zee maar ook van vuursteen artefacten die gedurende een langere periode in oude getijdenstromen of oude rivier sedimenten tijd bewaard zijn gebleven. In een artikel van Lykke Johansen, Marcel Niekus en Dick Stapert "Zwarte vuurstenen uit het Midden Paleolithicum van Nederland" is een goede uitleg te vinden over het ontstaan van die zwarte patina. Volgens de auteurs wijst de zwarte patina op een lang verblijf van de artefacten in stilstaand water waarbij de donkere verkleuring van de artefacten is ontstaan in een zuurstofloos milieu. Achtergelaten vuursteen artefacten door mensen langs de oevers van rivieren en meren zijn vaak verspoeld en opgenomen in het sediment of het slik. In het zuurstofloze milieu van het sediment ontstaat de donkere verkleuring die we kennen als zwarte patina. Dit in tegenstelling tot de artefacten die in stromend water hebben gelegen en vaak een bruine verkleuring ondergaan.

De bekende amateur archeologe Jonny Offermans, die naast de vele vondsten van midden paleolihische artefacten in het Corverse bos ook op de eilanden en aan de kust artefacten verzamelde kent in haar collectie ook een groot aantal zwart gepatineerde artefacten. In het onderzoek dat er naar werd gedaan komt men tot de conclusie dat het ontstaan van de zwarte patina een gevolg is van het absorberen van ijzelsulfide verbindingen in de cortex van het artefact bij een lang verblijf in een anoxisch milieu zoals een zee of een meer. Ook de amateur archeoloog Do van Dijk heeft op de stranden aan de IJsselmeerkust van Noord Holland een aantal vindplaatsen uit het Neolithicum en de Bronstijd waar hij zwart gepatineerde pijlpunten en schrabbers uit die perioden heeft gevonden.

 

 Midden paleolithische kern/schaaf van een zandkop aan een oud slenk onder Westergeest. Foto Frans de Vries. Collectie auteur.

Met dank aan:

Johansen Lykke, Niekus Marcel en Stapert Dick - Zwarte vuurstenen uit het midden paleolithicum in Nederland. 


Nico van der Brug kan een prachtig vuursteen mes aan de collectie toevoegen.

Nico is geregeld in Nuis te vinden waar hij als vrijwilliger, samen met Hans van Reesch op het Noordelijk Archeologisch Depot. collecties artefacten determineert en de bibliotheek op orde brengt . Daarnaast is hij, natuurlijk net als zijn vader Roel van der Brug, actief als amateur archeoloog. Eén dezer dagen vond hij op één van zijn vaste zoekplekken een prachtig mooi bewerkt vuursteen mes  dat vrij zeker voorzien is geweest van een heft van een stuk van een gewei of van bot. Het mes  kon gedateerd worden in de standvoetbeker cultuur. Omdat het een prachtig voorbeeld is van een mooie vondst en deze herfst is gevonden, even een mooie foto.

 

Op dezelfde akker waar Nico het mes heeft gevonden trof hij een jaar geleden een steen aan met geulen die geslepen leken te zijn. Onderhand hebben een aantal mensen deze steen onderzocht maar is er nog geen definitieve uitspraak over de steen met geulen. De bekende geoloog Harry Huisman, verbonden aan het Hunebed museum in Borger heeft de steen in onderzoek gehad. Zijn conclusie is dat het hier een Balkakwartsiet betreft afkomstig uit Zuid Zweden met overlangs een zestal groeven. Sommige groeven zijn diep en anderen oppervlakkig. Volgens deze onderzoeker zijn de groeven niet natuurlijk omdat er sporing van een slijtingsproces in de lengte richting in de groeven voorkomen. De steen is vermoedelijk een artefact die mogelijk is gebruikt bij een slijpingsproces.

 

 

 In deze rubriek op Archeoweb een paar foto,s van deze bijzondere steen. Mogelijk is er iemand die uitsluitsel kan geven over de steen met de diepe geulen in het oppervlak. JFK>25/11/15

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Barnsteen, een sierraad uit de prehistorie.

In het hunebedmuseum in Borger is deze zomer een expositie ingericht die barnsteen als een hot onderwerp heeft. De expositie is te bezichtigen tot en met de maand juni 2016. Geoloog Harry Huisman heeft een prachtige overzicht expositie over barnsteen ingericht in het museum. Wie de moeite neemt om even rond te kijken in deze prachtige expositie komt niet alleen tot de ontdekking dat barnsteen eigenlijk al zo oud als de wereld is maar ziet ook dat er prachtige barnsteenvondsten afkomstig zijn uit Friesland. De kusten van de Friese eilanden en de zandzuigerijen zijn het terrein van barnsteen vondsten. Interessant genoeg om op Archeoweb aandacht te besteden aan barnsteen.

Barnsteen, zo oud als de wereld.

In de archeologie worden archeologen bij opgravingen regelmatig geconfronteerd met vondsten van barnsteen. Onlangs werden ook bij de opgraving van een grote nederzetting uit de trechterbekercultuur in Dalfsen een groot aantal barnsteen kralen aangetroffen waarvan bij reconstructie een fraai kralensnoer geregen kon worden. Een grafgift uit de trechterbeker tijd. Hierbij kan ook het bekende kralensnoer uit de bronstijd genoemd worden van Exloërmond, dat jarenlang in het Drents museum in Assen geëxposeerd werd. Dit kralensnoer bestaat uit veertien stukken barnsteen, vijf en twintig kralen van tin en heeft een bronzen sluiting.

 

Bij een opgraving onder Swifterband werd een aantal jaren geleden een skelet aangetroffen dat gedateerd werd op 6.300 jaar oud. Op de schedel van dit skelet werd een barnsteen snoer aangetroffen bestaande uit vijf grote barnsteen kralen. Het Swifterband volk leefde in de neolitische tijd in een rivier delta. Ze jaagden en visten, waarnaast ze ook graan verbouwden, zo is uit onderzoek gebleken. Barnsteen werd in de prehistorie al als sierraad gebruikt in het jong paleolithicum zo weten we uit vondsten van opgravingen uit de Hamburg cultuur - 13.000 jaar geleden - bij Ureterp en Vledder. De Hamburgjagers die onder Ureterp een jagerskamp hebben gehad leefden daar bij de oude rivier de Boorne (Âlddjip) en het zou best zo kunnen zijn dat zij de barnsteen vonden in de bedding van deze rivier.

Op de schedel van een skelet werd bij een opgraving onder Swifterbant een snoer met barnsteen kralen gevonden.
 

Barnsteen is van alle tijden zo blijkt wel uit de gegevens die overal in de archeologie opduiken. Aardig is ook dat er in oude Griekse geschriften een melding wordt gedaan over een eiland in de Waddenzee bij Helgoland genaamd Metuonis van 6.000 stadiën groot, in het bezit van de Friezen, waar in het voorjaar aan de kusten barnsteen wordt verzameld. Dat Grieken hierover schreven is op zich geen wonder. Rond het begin van de jaartelling waren er wegen waarlangs karavaans trokken vanaf de Noord- en Oostzee naar het Middelandse zee gebied om daar barnsteen af te zetten bij afnemers.

Foto: Frans de Vries - Toonbeeld.
Schedel met barnsteen Swifterbant.

Het grootste barnsteen kralensnoer uit de bronstijd, werd opgegraven bij Ingolstadt in Duitsland. Het bestaat uit honderden kralen.Het heeft vrij zeker toebehoort aan een zeer invloedrijk persoon in de samenleving van de vroegere bronstijd.

 

 Het schitterende barnsteencollier uit Ingolstadt - Duitsland - dat vrij zeker aan een invloedrijk persoon heeft behoord.

Barnsteen. Het woord is afkomstig van het Nederlands-Saksische woord "börnen" dat branden betekent. Dat woord past wel bij barnsteen want barnsteen wil goed branden en werd in het verleden ook wel gebruikt om een ruimte bv te verlichten. Hoewel het woord steen in barnsteen eigenlijk impliceert dat we hier met een steen van doen hebben is dit onjuist. Barnsteen is een fossiele hars afkomstig van een inmens groot woud dat ongeveer 40 miljoen jaar geleden - in het Mezozoïcum - groeide in noord Europa ter hoogte van wat nu noord Zweden en noord Noorwegen is. Hars afkomstig van naaldbomen in dit gebied droop langs de bomen naar beneden en is daarna gefossiliceerd. Soms valt dit nog te herleiden uit de aangetroffen barnsteen zoals een gevonden stuk barnsteen uit de Eemshaven bij Delfzijl

 

 Oppervlakte van een stuk barnsteen uit de Eemshaven met houtstructuur.

Barnsteen werd al vroeg in de geschiedenis onderkend als een fossiele boomhars. De Romeinse historicus Tacitus schreef in het jaar 75 dat barnsteen boomhars was en daarmee werden al de eerdere mythes rond barnsteen naar het rijk der fabelen verwezen. De hars is afkomstig van naaldbomen en de meest waarschijnlijke soort die in het verre verleden zijn sporen daarvan heeft nagelaten in het noorden van Europa is de Pinus succinifera. In een proces van duizenden jaren is de hars afkomstig van de bomen in het grote woud omgezet en veranderd in het product dat wij als barnsteen kennen. Een prachtige bijkomstigheid in het proces is het feit dat de druipende harsstromen ook insecten meenamen, die in de hars werden verpakt en mee fossiliseerden. In sommige stukken hars worden dan ook mugen, spinnen, torren en andere insecten aangetroffen.

Een mug vereeuwigd in de fossiele boomhars van barnsteen. 

De barnsteen, ooit ontstaan uit hars van de bomen van het grote noord Europese woud, is in de loop van honderdduizenden jaren in de bodemlagen terecht gekomen en vervolgens via allerlei bewegingen in de aardbodem, zoals grote ijsgletsjer en rivieren, naar het zuiden vervoerd en doordat barnsteen vrij licht van gewicht is, aangespoeld op stranden of opgeslagen in aardlagen.Vooral de oude oerrivier de Eridanos die vanaf het noorden tussen wat nu Zweden en Finland is, naar het zuiden liep, heeft in de delta's van de Oostzee en in mindere mate in die van de Noordzee veel barnsteen afgezet. In het gebied van de Oostzee en in mindere mate in dat van de Noordzee wordt barnsteen dan ook vaak op de stranden aan de kustlijn gevonden. In sommige aardlagen is de barnsteen in zulke grote hoeveelheden aanwezig dat het ook industrieel wordt gewonnen. In de zuidelijke Oostzee bij Kalingrad en Danzig wordt regelmatig uit oude zandlagen barnsteen industrieëel gewonnen. Gemiddeld bevat één kubieke meter zand in die streken 2 kg barnsteen. 

 

Niet alle barnsteen is prachtig rood/bruin en doorzichtig.  Er zijn variaties van melkwit tot bijna zwart en daar tussen zijn veel graduaties. In de fraaie exposities in het hunebedmuseum in Borger is men er in geslaagd om al die graduaties ook te laten zien en ik ben zo vrij geweest om met toestemming een aantal mooie  foto.s te schieten waaronder ook die van stukken die verzameld zijn in de zandzuigerij van Schuilenburg onder Eastermar door Roel van der Brug uit Uret

 

 

 Een prachtige insluiting van een insect in een stuk barnsteen afkomstig uit de zandzuigerij Schuilenburg bij Eastermar

Barnsteen is niet alleen een sierraad uit een verre prehistorie. Het is actueler dan ooit en ook nu zijn ringen en colliers met barnsteen nog altijd zeer gewild en worden overal gedragen. Bij het doorkomen van tandjes bij baby's worden in Polen en Duitsland barnsteen kettingern gebruikt. Het bijten op de barnsteen veroorzaakt minder pijn bij het doorkomen van de tandjes. In een aantal landen rondom de Oostzee wordt zalf gebruikt bij bepaalde aandoeningen. Een werkzaam zuur in barnsteen zou een helende werking hebben bij een groot aantal aandoeningen waaronder reuma.

Met dank aan Harrie Wolters en Harry Huisman van het Hunebedmuseum te Borger.

Bronnen:

Bekkema K.J. - Vroegste geschiedenis van Smallingerland.

Gerding M. en Hillinga H. -  Het Drentse boek.

Huisman H. - Barnsteen , bar mooi spul

Rijksmuseum van oudheden - sierraden van barnsteen.

Schoo J. - Het barnsteeneiland Austeravia en de barnsteenrivier Eridanus

JFK-25/9/15.

 

 

 

 

 

 

 Aan dit artikel wordt gewerkt.

 

 


Het zodenhuis in Firdgum.

In Firdgum werd in 2012 een op de middeleeuwen geënt huis van zoden gebouwd. Na de opening bleek de constructie van het middeleeuwse zodenhuis toch niet zo stabiel als men dacht en aan het eind van 2013 stortte een deel van het huis in. Vandaag op zaterdag 1 augustus 2015 is het weer zover herrezen dat er open huis kon worden gehouden.

 

De stichting oudheidkunde Barradeel ontfermde zich in de negentiger jaren over de enorme verzameling oude werktuigen en terpvondsten van Yeb Hettinga. Deze had in zijn leven zoveel verscheidenheid uit het verleden verzameld dat de oude school in Firdgum er redelijk vol mee was gestouwd. Het gelukte het stichting bestuur met hulp van veel vrijwilligers de school om te toveren tot een prachtig museum waarin met hulp van de provincie Fryslân ook nog een prachtig steunpunt over de terpen werd ingericht.

 

Yeb Hettinga museum met provinciaal steunpunt in Firdgum.

Omdat het niet meteen storm liep met grote aantallen bezoekers in het museum beraadde het bestuur zich op een publiekstrekker die meer toeristen en recreanten naar het museum moest trekken. Bestuurder Jan Vonk kwam met het idee om naast het museum een middeleeuwse boerderij te bouwen en deze te gebruiken als publiekstrekker. Toen hij het idee ook ventileerde bij archeoloog Evert Kramer kreeg het project een onverwachte wending. Kramer afviseerde het stichting bestuur om de universiteit Groningen er bij in te schakelen en deze voor het idee te interesseren. Hier wilde men het idee wel verwezenlijken in een studieproject en zo kreeg een van de studerenden Daniël Postma het aanbod om zich in de bouw van een middeleeuwse boerderij te verdiepen en er een studie project van te maken. Een aanbod dat Daniël Postma met beide handen aan greep. Postma verdiepte zich in de materie en bestudeerde de opgravingen van soortgelijke boerderijen in de terp van het Groningse Ezinge, maakte reisen naar Scotland en IJsland waar ook soortgelijke restanten van boerderijen uit de middeleeuwen waren opgegraven en kwam met het idee om een zodenhuis in Firdgum te gaan bouwen zoals die rond het jaar 700 als boerenhuizinge op de Friese en Groningse terpen werden gebruikt. 

Stal in het zodenhuis waarbij de koeien in de lengte richting langs de zodenmuren werden gestald.

Het idee werd verder ontwikkeld en in 2012 was het idee zover dat met behulp van provinvinciale subsidie met de bouw kon worden begonnen. Om het hele project zo getrouw mogelijk in overeenstemming te brengen met de bouw ten tijde van het jaar 700 werden plaggen gestoken in het Noorderleech. Dit omdat ten tijden van de bouw van de boerderijen op de terpen rond het jaar 700 ook zoden werden gebruikt uit een landschap dat regelmatig overstroomde door het zeewater. In het totaal werden meer dan 1000 zoden gestoken van 50 x 25 cm om de muren van een meter dik te bouwen. Het dak werd met eiken stammetjes op de dragende muren van zoden geplaatst waarna het dak met zoden werd belegd. Het bleek niet een solide constructie. De zoden bleken zich te verzadigen met het regenwater dat ook in de zoden van de muren sijpelde. Op 5 december 2013 werden de stichtingbestuurders dan ook onaangenaam verrast. Het dak van het zodenhuis bleek te zijn ingestort.

 De stichting bestuurders gingen niet bij de pakken neerzitten en in overleg met de provinciaal archeoloog Gillis de Lange werd besloten het zodenhuis weer opnieuw op te bouwen en te voorzien van een andere constructie waarbij in het huis binten werden gebruikt ter ondersteuning van het dak. Vandaag, op zaterdag 1 augustus, is die nieuwe constructie voltooid. Het dakhout is bevestigd en er is besloten om niet weer het dak te bedekken met zoden maar er nu roggestro voor te gebruiken. Een soortgelijke bedekking werd ook rond het jaar 700 al gebruikt zo bleek uit onderzoek. Op het moment wordt dit gewas op een terrein van Staatsbosbeheer gekweekt en kan het in de herfst van 2015 worden gebruikt als dakbedekking op het zodenhuis. Tot dat moment is de nieuwe dakconstructie nog afgedekt met een groot blauw zeildoek. Het verhinderde de voorzitter van de stichting, Hans Hettinga een achterneef van de oprichter van het museum, vandaag niet om alvast openhuis te houden en het vernieuwde zodenhuis aan het publiek te presenteren.

 

De vernieuwde dakconstructie van het zodenhuis. 

Natuurlijk is met de bouw van het zodenhuis het project nog niet helemaal afgerond. We maken nog een waterput bij de ingang vertelt Jan Vonk en als we nog eens wat geld binnen krijgen dan hebben we nog wel wat ideeën.

Het museum is op zaterdagen en zondagen geopend van 13.00 - 17.00 uur en daarbuiten op afspraak.

www.yebhettingamuseum.nl

Jan F.Kloosterman, 1/8/15

 

 

 

 

 


 

Drentse Neanderthalers.

(een samenvatiing van een artikel in de NRC van 13 juni 2015)

Onder deze kop plaatste het NRC in de zaterdag en zondag editie van 13 en 14 juni, een artikel over de opzienbarende vondsten van Neanderthaler artefacten op een site onder Assen. Archeoloog Marcel Niekus kwam samen met de bekende archeologen Dirk Stapert van  het Gronings Instituur voor de Archeologie (GIA) en Jaap Beuker van het Drents museum al in 2007 tot de conclusie dat er in Noord Nederland mogelijke site's te vinden waren van Neanderthalers die het gebied vanaf 130.000 tot 30.000 jaar geleden, jagend op mammoeten, wolharige neushoorns en reuzenherten, doortrokken. Daarmee begaven ze zich op het glibberige spoor van hun illustere voorganger Tjerk Vermaning van wie bekend is dat zijn speurtochten leidden tot opzienbarende vondsten van Neanderthaler werktuigen waarvan een deel later als vervalst werd aangemerkt.

Vuistbijl van WijnjeterpDe door Hein van der Vliet in 1939 gevonden vuistbijl van Wijnjeterp.

In de afgelopen jaren zijn er door een groot aantal amateur archeologen in Noord Nederland vondsten gedaan van artefacten die soms als werktuig en soms als restant van de bewerking tot werktuigen door Neanderthalers in de bodem van het landschap zijn achter gebleven. Eén van de bekendste vondsten uit het verleden is de vuistbijl die in 1939 gevonden werd door timmerman Hein van der Vliet uit Weinjeterp. Marcel Niekus en de zijnen hebben mede naar aanleiding van vondsten van amateur archeologen en mede door plaats bepaling in het landschap van de vroegere beekdalen, zorgvuldig plaatsen geinventariseerd waar mogelijk met succes naar artefacten van de Neanderthalers kon worden gezocht. Samen met amateur archeologen en studenten van de GIA werden in de afgelopen jaren een groot aantal lokaties onderzocht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Marcel Niekus bij een deel van de artefacten in het depot te Nuis. 

Op 10 maart 2007 werden op een akker onder Assen de eerste Neanderthaler artefacten opgeraapt. Het betrof hier onder anderen een kleine vuisbijl en een kling. Bij een later bezoek aan de akker werd het zoekgebied verdeeld in vakken van 50 bij 50 meter en werden door de groep opnieuw een aantal Neanderthaler artefacten opgeraapt. Door alle vondsten in te meten met GPS werd in de jaren daarop volgende,duidelijk dat er op de akker een concentratiepunt was te zien waar het grootste deel van de Neanedrthaler artefacten was gevonden. Dit was de reden dat in 2011 begonnen werd met een opgraving op die plaats waarbij al snel duidelijk werd dat de bodem van daar nog niet erg verstoord was door grondbewerking. Bij dit opgravings onderzoek kwamen niet alleen meerdere vuistbijlen naar boven maar ook veel kleine afslagen van bewerking van vuursteen die duidelijk maakten dat er op die plaats in een ver verleden vuursteen was bewerkt. Niet alle stukken bleken op een deskundige wijze te zijn bewerkt en volgens Niekus kan daar misschien de conclusie aan worden verbonden dat er op de vindplaats is geoefend met het bewerken van vuursteen.

Mes van HelleflintNeanderthaler mes van Helleflint en een gebroken mes.

Een bijzondere vondst tijdens het onderzoek werd gedaan door amateur archeoloog Geert Venema. Hij trof een in twee stukken gebroken stuk vuursteen aan dat vrij zeker als een mes is gebruikt. Het redelijk grote mes werd door de andere onderzoekers gekscherend het zwaard van Geert genoemd. Eern bijzondere vondst is een mes van helleflint, een taai en moeilijk te bewerken gesteente. Een groot deel van de opgegraven artefacten waaronder de vele vuistbijlen (30 vuistbijlen of delen er van en meer dan 440 artefacten) is tijdelijk tentoongesteld in het Noordelijk Archeologisch Depot te Nuis en een kleiner deel is te zien in het museum te Assen.

Vuistbijltje van de Neanderthaler vindplaats bij Assen. 

Op 500 meter van de vondstsite is recentelijk een tweede vindplaats ontdekt waar een aantal kernen zijn gevonden. Mogelijk herbergt deze vindplaats meer Neanderthaler artefacten en zal een opgraving op deze nieuwe plaats dat kunnen bevestigen. Niekus zou heel graag hier op deze tweede vindplaats een opgraving doen maar het benodigde geld is schaars en ook vanuit de GIA, de Universiteit in Groningen, is weinig respons te verwachten. Verder onderzoek is volgens Niekus van internationaal belang en daarom heeft hij onderhand de Stichting Onderzoek Nederland opgericht (STONE) om te proberen daarmee geld te genereren voor een verder onderzoek. Het Neanderthaler onderzoek zal zeker nog een vervolg krijgen met misschien nog meer spectaculaire vondsten van Neanderthaler werktuigen.

JFK.juni 2015.

Op afspraak zijn de Neanederthale vondsten te bekijken in het Noordelijk Archeologisch depot Nieuweweg 76, 9364PE te Nuis. Tel. 0594-644000

Overlijden amateur archeoloog Gerrit Jonker.

Op 22 mei 2015 overleed in Steenwijk de bekende amateur archeoloog Gerrit Jonker. In zijn actieve periode als amateur archeoloog ontdekte hij in de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel meer dan honderd sites uit de steentijd. De ontdekking van een site van de Tjonger of Federmesser cultuur en een site van de Ahrensburg cultuur zijn twee spraakmakende ontdekkingen geweest uit zijn actieve periode. Zijn grote collectie is een aantal jaren terug over gedragen aan het IJstijdenmuseum te Buitenpost. Delen van zijn collectie worden in het IJstijdenmuseum ten toon gesteld. Ook het Fries museum heeft delen van de collectie van Gerrit Jonker in het bezit en in het streekmuseum te Oldemarkt is een expositie met vondsten van Gerrit aanwezig. Gerrit was ook bekend van zijn optredens op archeologische hoogtijdagen in zijn streek maar ook ver daar buiten. Tijdens die dagen demonstreerde hij de door hem zelf ontworpen replica's van prehistorische werktuigen en liet hij kinderen actief meedoen in de demonstraties die hij gaf. Met het overlijden van Gerrit is het leven van een boegbeeld van de amateur archeologen beëindigd

 

Gerrit Jonker op de oerboerenmarkt van het IJstijdenmuseum in Buitenpost in 2013. 
JFK.mei 2015.

Onderzoek naar dierlijke resten op paleolitische voorwerpen.

In Israel zijn naast de overblijfselen van een uitgestorven olifantensoort een groot aantal werktuigen waaronder vuistbijlen gevonden. Onderzoek heeft aangetoond dat het hier gaat om een vindplaats waar tussen 300.000 en 500.000 jaar geleden een groot aantal van de uitgestorven olifanten is geslacht. Het stenen gereedschap dat er bij werd gevonden houdt volgens de onderzoekers verband met het slachten van olifanten waarvan de restanten op deze plaats zijn aangetroffen. Het zou kunnen gaan om een kampplaats van de Homo Erectus. Het stenen gereedschap dat werd aangetroffen wijst daar volgens de onderzoekers op. De vondsten stammen uit een vroege periode in de menselijke ontwikkeling die gekarakteriseerd werd in het maken van stenen werkruigen zoals onder anderen de vuistbijlen uit het Acheuléen

 Er is nog steeds veel discussie over het verzamelen van eten en onder meer van het vlees door de Homo Erectus. Sommige wetenschappers zijn van mening dat de homo erectus een aaseter was terwijl bij andere wetenschappers de mening heerst dat ook de homo erectus al jaagde op wild. Het aantreffen van restanten van meerdere olifanten op de vindplaats in Israel doet vermoeden dat het hier de buit van de jacht op olifanten betreft. 

Op het stenen gereedschap dat bij de restanten van de olifanten is aangetroffen zijn dierlijke resten gevonden. Het is een bewijs dat de olifanten restanten en karkassen vrij zeker met het gevonden stenen gereedschap is bewerkt. Het aantreffen van snijsporen op sommige botten bevestigt de bewerking met stenen gereedschap. Een nader onderzoek zal mogelijk meer duidelijkheid kunnen geven over het slachten van de olifanten ter plekke. Vast staat uit eerdere onderzoeken dat de homo erectus gebruik maakte van houten speren waarvan de punt gehard werd in vuur. 

 Gezien de interessante vindplaats van de uitgestorven olifantensoort en het aantreffen van stenen gereedschap uit het Acheuléen gaat de universiteit van Tel Aviv verder onderzoek doen. Inmiddels zijn er in de onmiddellijke omgeving van deze vindplaats al weer een enorme hoeveelheid stenen werktuigen gevonden en naast botmateriaal van de uitgestorven olifantensoort ook van andere dieren die mogelijk door de Homo Erectus werden bejaagd.

 JFK.27-3-15

 


Huis van Hilde, het nieuw archeologisch museum van Noord Holland in Castricum geopend.

Op 15 januari werd het nieuwe archeologische informatiepunt Noord Holland geopend waarin ook een nieuw museum is ondergebracht. Het hele complex is gebouwd in de vorm van een boerderij uit de Bronstijd. In een overdekt gedeelte is het provinciaal depot ondergebracht en het nieuwe museum is in de bovenbouw gesitueerd waarin vondsten zijn ten toon gesteld uit de prehistorie en historie van Noord Holland. Middelpunt van het museum zijn een aantal vitrines met figuren gekleed uit de tijd van de prehistorie tot het Romeinse en Karolingische rijk. Het museum is een aanwinst voor de archeologie.

  


Benen naalden.

Onlangs publiceerde Meinder Leij uit Leeuwarden op Facebook een foto van twee benen naalden. Het zijn prachtige vondsten in dit geval uit een terp op Techum (grootste)en uit Leeuwarden, van de terp aan de Groeneweg.  Datering volgens Leij het begin van onze jaartelling. De moeite waard om ook even als voorbeeld te publiceren op Archeoweb.

 


 

Vondsten van Lieuwe Feenstra uit Kollumerzwaag.

Het is altijd een spannende bezigheid om de vondsten van een collega amateur archeoloog te bekijken. Lieuwe Feenstra, tot voor kort een actieve beoefenaar van het zoeken met een metaal detector, was al eens eerder met een paar steentijd artefacten uit de Hamburgcultuur bij me gekomen. Recent had hij nieuwe vondsten verzameld en vroeg of we deze even samen konden bekijken. De artefacten die Lieuwe recent heeft gevonden op zijn zoektochten komen voor het grootste deel van sites uit de Friese wouden die algemeen bekend zijn en waarvan een groot deel van de amateur archeologen in dit gebied ook al een aantal stukken in hun collecties hebben zitten. Eén van de opvallenste stukken die recent door Lieuwe zijn gevonden is een op een vorstsplijtstuk (potlid) geslagen schrabber. Dit soort stukken rapen de meeste amateur archeologen op en soms blijken onze verre voorouders van de nood een deugd te hebben gemaakt en zo'n splijtstuk te hebben bewerkt tot een nuttig werktuig.

Vorstplijtstuk aan de randen bewerkt tot een schrabber.

Een beschadigde spits van een bekende site is ook nog wel even het melden waard. De grond van het maisland waar deze spits van afkomstige is wordt jaarlijks nogal intensief bewerkt met een frees. Daarvan zie je steeds meer de gevolgen op de artefacten. Er breken stukjes vuursteen af door het contact met de frees en dat is te herkennen aan de verse sporen op de artefacten waarvan de stukjes zijn afgeslagen.

Spits met aan de rechterzijde sporen van beschadiging. 

Ook worden op één van de sites regelmatig grote afslagen gevonden van een soort vuursteen dat kwalitatief erg goed is en waarin geen sporen van vorstscheuring aanwezig zijn. Mogelijk gaat het hier om om geimporteerde vuursteen. Deze vuursteen is grijsachtig van kleur en mat doorzichtig. Een groot aantal amateur archeologen heeft van deze site grote afslagen, soms bewerkt en soms niet bewerkt, in zijn/haar collectie. Ook bij de vonsten van Lieuwe zaten er twee van deze stukken. Eén ervan aan de rand bewerkt met een schrabberkap.

Schrabber 

Opmerkelijk is de vondst van een lange priem van ongeveer 6 cm. Het stuk werd door Lieuwe Feenstra onder Twijzel gevonden in de omgeving van een site waar eerder Hamburg artefacten werden aangetroffen. De lange kling is aan de punt miniem bewerkt en is mogelijk als priem gebruikt. Dit soort stukken laat zich moeilijk dateren maar gezien de "versheid" van het stuk zou het uit het Neolithicum of uit de Bronstijd kunnen stammen. Ook dit laatste is aannemelijk te maken omdat in het verleden in deze omgeving een hamerbijl door een boer tussen de bieten op een stuk bouwland werd aangetroffen.

 

JFK. Jan.15. 


Mes uit de vroege Bronstijd.

Roel van der Brug meldde een nieuwe vondst recent opgeraapt tijdens een zoektocht in de omgeving van zijn woonplaats Ureterp. Hoewel de nieuwe vondst oogt als een soort spits is het dat niet. Gezien de bewerking en het model van het artefact gaat het hier om een mesje uit de vroege Bronstijd. In het boek over vuurstenen werktuigen van Jaap Beuker staat op bladzijde 198 een door archeologe Lyke Johansen gemaakte tekening van een soortgelijk Bronstijd mes. De nieuwe vondst van Roel van der Brug is het alleszins waard om daarvan ook even een foto op Archeoweb te publiceren.

 

 JFK.14/12/14


 

Kanonskogel.

Af en toe komt er iemand met een prachtige ronde steen naar een determinatie. Ook nu weer in Coevorden.  Daar kwam een in doorsnede 10 cm ronde steen op tafel die werd gedetermineerd als een kanonskogel. In het noorden van Nederland zie je ze af en toe opduiken als stille getuigen van de veldslagen die zo tussen 1400 en 1600 plaats hebben gevonden. In zuid Nederland worden ze meer gevonden. Zo werden bij het opschonen van een riviertje, de Dieze of Binnendieze in 's-Hertogenbosch in de tachtiger jaren er meer dan duizend van deze mooi ronde kogels naar boven gehaald. Voor het vervaardigen van deze kanonskogels waren er hele industrieën, de zogenaamde klopperijen, waar men dit soort oorlogstuig vervaardigde. Op de ronde kogels zijn ook vaak nog de sporen van het steenkloppen terug te vinden. 2-12-14.

 



 

Site op Alaska geeft nieuwe geheimen prijs.

De beide professoren van de Universiteit van Alaska Fairbanks, Ben Potter en Josh Reuter, die al enige jaren onderzoek doen op een 11.500 jaar oude archeologische site op Alaska, hebben onlangs nieuwe vondsten gedaan. In 2010 werden op de site de resten gevonden van een gecremeerd kind van ongeveer 3 jaar oud. In de lagen onder deze vondst zijn recent twee nieuwe overblijfselen van kinderen gevonden. Het ene van een te vroeg geboren kind en het andere van een kind dat slechts een paar weken oud werd.

 Op de site wordt regelmatig onderzoek gedaan en komen steeds meer vondsten naar boven. Professor Potter hoopt met het onderzoek op Alaska meer licht te kunnen werpen op de wijze waarop de jong paleolitische jagers leefden op Alaska. Zijn team denkt met de vondsten van de resten van drie zeer jonge kinderen te kunnen aantonen dat dezen zijn gestorven door een gebrek aan goed voedsel op die plaats. Wel zijn in het kamp restanten van voedsel zoals zalmachtigen en grondeekhoorns gevonden. 

Naast menselijke resten zijn een groot aantal pijl- en speerpunten in het kamp gevonden. Opmerkelijk is ook het aantreffen van een aantal versierde en bewerkte geweistangen. Het zijn kunstuitingen uit een jong paleolitische tijd kort na een koude ijstijd waarbij de ijskap van de Weichselijtijd zich terug trok.

 

 

 

 


 

Vuistbijl van Zeijen.

In 2012 vond amateur archeoloog Henk Geertsma in een storthoop op een akker onder Zeijen een vuistbijl. Een vondst die elke amateur archeoloog wel even een extra hartslag bezorgt. Niet iedereen vindt een vuistbijl. Het aantal vondsten van vuistbijlen in Noord Nederland is dan ook zeer klein. Gelukkig herkende Geertsma de vondst onder Zeijen als een vuistbijl. Maar al te vaak worden dit soort werktuigen die tientallen duizenden jaren in de bodem hebben gelegen nog moeilijk herkend. Invloeden van buitenaf zoals vorst en inwerking vanuit de bodemlagen vervormen maar al te vaak de artefacten die duizenden jaren in de bodem zijn bewaard.

 

foto.Klaas Geertsma

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een onderzoek naar de originaliteit van de vuistbijl werd gedaan door de paleo kenner bij uitstek conservator Jaap Beuker van het Drents museum. Het eerste onderzoek van Beuker betrof de authenticiteit van de vuistbijl. Daarbij werd vastgestelds dat het om een vuistbijl gaat die gedateerd kan worden in een periode die ligt tussen 80.000 en 30.000 jaar geleden. Een tijd waarin eerdere onderzoeken in Noord Nederland hebben aangetoond dat Neanderthaler jagers door het gebied trokken. Beuker constateerde dat de top van de vuistbijl van Geertsma was afgebroken en een mogelijkheid daarbij is dat dit het gevolg is van het gebruik van de vuistbijl.

Aan de onderzijde van de vuistbijl is een deel onbewerkt gebleven en ook dat is volgens Beuker een kenmerk voor één van de vuistbijltype's die "keilmesser" wordt genoemd. De typelogie van de bewerking die op de vuistbijl van Geertsma voorkomt kan volgens Beuker geplaatst worden in het Micoquien en heeft veel overeenkomst met het type dat als Lichtenberg wordt aangeduid.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 JFK.30/10/14. 


 

Prachtige vondst van een vuursteen mes.

Soms moet je even vaker naar een voorwerp kijken alvorens je weet waarmee je te maken hebt. Roel van der Brug is al weer druk bezig met het zoeken naar nieuwe vuursteen artefacten nu het maisland weer kaal is. Hij kwam met een prachtige vondst van een aan beide zijden bewerkt vuursteen mes dat eerst toch moeilijk thuis te brengen is in een bepaalde periode. Eerst even gedacht aan een mogelijk mesolithisch of vroeg neolithisch mes maar gezien de bewerking zou het ook zo maar kunnen zijn dat het uit de Bronstijd zou stammen. Daarom even een deskundige ingeschakeld. Marcel Niekus bracht uitkomst en liet ook weten waarom het een werktuig is uit de Bronstijd. Op het mes is een halfvlakdekkende bewerkte retouche te zien aldus Niekus. Deze bewerkingstechniek werd gebruikt tijdens de Bronstijd en het zou eventueel nog zo kunnen zijn dat het mes in de overgangsperiode van het Neolithicum naar de Bronstijd is gemaakt.  De door Niekus gerelateerde bewerking is prachtig te zien op het mes en daarom van het mes even een foto in de nieuws rubriek

  

 Vuursteen mes uit de Bronstijd waarvan de punt is afgebroken.
JFK.28-10-2014.

 

Denemarken nog altijd een rijk land voor amateur archeologen.

In de eerste week van oktober 2014 maakten Douwe Wedzinga en Willem van Dijk uit Opeinde een archeologisch reisje naar Denemarken. Hun doel was een zoektocht naar steentijd artefacten. Na het oogsten van de mais zijn veel zoektochten naar die artefacten op de braak liggende glooiende velden van Denemarken vaak lucratief. Met een beetje kennis van de streek voor een mogelijk succesrijke zoektocht is het voor veel amateur archeologen nog steeds de moeite waard om collecties uit te breiden met nieuwe vondsten. Denemarken is door het voorkomen van veel vuursteenlagen in de kalkrijke bodem ook in de prehistorie voor de toen daar levende cultuurvolken een land geweest rijk aan grondstof voor het vervaardigen van artefacten. Aan de vele fjorden en meren is het in de prehistorie een ideaal gebied geweest voor de jacht en visserij. De sporen van die succesvolle samen levings vormen zijn nog steeds zichtbaar door de vele vuursteen artefacten die er jaarlijks gevonden worden.

Hieronder een aantal vondsten die de beide amateur archeologen recent in Denemarken hebben buitgemaakt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Van boven naar beneden en van links naar rechts. Geslepen bijltje, ronde schrabber, pijlpunt, beitel, deel van een dolk en afslagbijltje

JFK.20/10/21014


 Zeldzaam vuursteen dolkmes met houten steel in Denemarken gevonden.

Recent is bij een opgraving onder Rodby - Zeeland in Denemarken een zeldzaam vuurstenen dolkmes gevonden uit de bronstijd.  Bijzonder is dat het dolkmes is voorzien van een omwikkeld houten heft. De onderzoekers menen dat het mes ongeveer 3000 jaar oud is en uit de Bronstijd stamt. Volgens archeoloog Anders Rohendalh van het Lolland-Falster museum gaat het om een zeer zeldzaam exemplaar dat in Denemarken nog onbekend was. In Noord Duitsland werd eerder wel een soortgelijk dolkmes gevonden en een nader onderzoek kan volgens Rosendalh aantonen op welke wijze er verbindingen zijn te leggen met het gebied onder Rodby en dat in Noord Duitsland. Verbindingen zullen voornamelijk gezocht worden in de rituelen uit de Bronstijd, waarbij mogelijk dit soort dolkmessen kunnen zijn gebruikt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recent 27 november, werd een nieuwe vondst bekend van deze zelfde plaats. Een stenen bijl gevat  in een houten steel. Dankzij de zuurstof arme omgeving kon hier de houten steel bewaard blijven.

JFK.11-10-2014.


Bezoekersruimte Noordelijk Archeologisch Depot Nuis geopend.

 Een openstelling van een ruimte voor bezoekers in het depot in Nuis was al enige jaren in voorbereiding. Op 12 september 2014 kon de nieuwe bezoekers ruimte van het Noord Nederlands Depot officieel geopend worden door de gedeputeerden Jannewietske de Vries (Fryslan) Henk de Boer (Drenthe) en Bote Wilpstra (Groningen).De dag erna was het open monumenten dag en konden geinteresseerden meteen een kijkje nemen in deze nieuwe bezoekersruimte. Daar werd meteen dankbaar gebruik van gemaakt.

In het noordelijk depot in Nuis liggen duizenden archeologische vondsten opgeslagen die afkomstig zijn uit de drie noordelijke provincies, Fryslân, Drenthe en Groningen. Vondsten die bij opgravingen worden aangetroffen of worden geschonken zijn eigendom van de provincies waar deze vondsten boven water zijn gekomen en de provincies hebben de verplichting zorg te dragen voor deze goederen. Het is een centraal archeologische depot waar alle binnen komende vondsten worden geregistreerd en opgeslagen. Voor exposities en inrichtingen van musea kan een beroep worden gedaan op de in het depot opgeslagen vondsten. Die worden voor tijdelijke exposities of langduriger tentoonstellingen door het depot uitgeleend op een leencontract

 

Geinteresseerden konden tot nu toe alleen maar informatie vragen over de opgeslagen archeologische voorwerpen. Met de inrichting van de nieuwe bezoekers ruimte kunnen belangstellenden ook zelf een kijkje nemen in het depot bij de opgeslagen voorwerpen uit de drie noordelijk provincies. In de enorme loodsen van het depot komt iedereen meteen onder de indruk van de grote hoeveelheden archeologische voorwerpen die keurig in rekken zijn opgesteld of in laden zijn opgeborgen. Voor de amateur archeologie is de openstelling een aanwinst en de mogelijkheid om met groepenbij wijze van excursie deel te nemen aan een rondleiding in het depot zal zeer zeker benut worden.

Opening vernieuwd IJstijdenmuseum.

 

Op vrijdag 31 mei 2013 werd het vernieuwde IJstijdenmuseum feestelijk geopend. In een volle raadzaal van het gemeentehuis van Achtkarspelen ontving het bestuur van de Stichting IJstijdenmuseum meer dan honderd gasten. Vertegenwoordigers uit de politiek, uit de bedrijven die de verbouwing van het museum mee financieel hadden ondersteund, uit het onderwijs en uit de groep vrijwilligers die de klus mee hadden geklaard, waren aanwezig. Ook de wetenschappers, amateur archeologen en petrologen waren vertegenwoordigd. Door de gedeputeerde van cultuur in Fryslân Jannewietske de Vries en de burgemeester van Achtkarspelen, Gerben Gerbrandy, werden inleidingen gehouden.

 

Voorzitter Jan Frans Kloosterman liet na zijn welkomstwoord weten dat het nieuwe en vernieuwde IJstijdenmuseum zoals het nu gepresenteerd gaat worden, het resultaat is van een goede samenwerking van aan de ene kant de verstrekkers van de financien en aan de andere kant een actief bestuur en een nog actievere inzet van een grote groep vrijwilligers. Nadat de aannemer Rienk Tamminga eind oktober het casco van de nieuwbouw had opgeleverd is iedereen volop aan de slag gegaan en was de hele verbouwing inclusief het realiseren van een bovenverdieping klaar. Daarna volgde een maand waarin het museum opnieuw werd ingericht en nu vandaag de presentatie. Kloosterman liet weten dat na 10 jaar intensief bezig te zijn geweest met het IJstijdenmusuem hij het nu tijd vindt worden voor het doorgeven van de voorzittershamer en per 1 augustus met zijn functie stopt.

 

Burgemeester Gerben Gerbrandy die namens de gemeente Achtkarspelen het woord voerde liet blijken grote waardering te hebben voor al het werk dat is verzet in de nieuwbouw en inrichting van het museum. De samenwerking met de Kruidhof noemde hij uniek en zeer wenselijk om toekomstgericht te werken. Ook uniek noemde hij de kwaliteit van beide musea de Kruidhof en het IJstijdenmuseum. Alle twee musea zijn geregistreerd met het kwaliteitsmerk van de museumfederatie. Ook keek hij naar de toekomst van de beide musea. In zijn ogen zou bij de beide musea een informatiecentrum moeten worden gebouwd en ingericht dat geënt is op samenwerking met een groot aantal partijen in het gebied van het Nationaal Landschap de Noordelijke Friese Wouden. De poort naar dit landschap zou in Buitenpost moeten worden ingericht in het informatiecentrum waarbij ook de NS een grote rol kan spelen aldus Gerbrandy.

 

Gedeputeerde Jannewietske de Vries van de provincie Fryslan stak haar bewondering voor het nieuwe IJstijdenmuseum niet onder stoelen of banken. Wat het stichtingsbestuur van het IJstijdenmuseum Buitenpost met haar vrijwilligers heeft gerealiseerd is eigenlijk alleen maar mogelijk in de Friese Wouden meende zij. Ik ben een Waldpyk, hier dichtbij in Surhuisterveen geboren vertelde ze en ik weet waarover ik spreek als ik het over gemeenschapszin en inzet van mensen heb. Het IJstijdenmuseum is een uniek project dat in een tijd van crisis gebouwd kon worden dankzij onder anderen honderden gulle gevers uit het bedrijfsleven. Het museum is een parel in het Friese museum wereldje geworden aldus Jannewietske de Vries, die ook richting de gemeente Achtkarspelen nog een uitnodiging in petto had. Als Achtkarspelen realistische plannen heeft voor een informatiecentrum bij de Kruidhof en het IJstijdenmuseum, dan heeft de provincie geld liet ze weten.


 

Door het bestuurslid Rob de Vink en vertegenwoordiger van het jeugdteam, webbeheerder Martin van Kammen, werd de nieuwe website www.archeoweb.nl gepresenteerd, nadat gedeputeerde Jannewietske de Vries met een druk op de knop deze zichtbaar had gemaakt op een groot scherm in de gemeentezaal. Hierna werd iedereen uitgenodigd om een kijkje te nemen in het verbouwde museum waarin een totaal nieuw concept van presentaties over de oude steentijd in een aantal nieuwe exposities is ondergebracht. Onder het genot van een hapje en een drankje werd door bestuursleden uitleg gegeven over de verbouw en de inrichting van de nieuwe exposities.

 

Voorzitter Jan Frans Kloosterman liet de pers weten dat het bestuur nog niet klaar is met het IJstijdenmuseum. Er wordt nog stevig gewerkt aan nieuwe plannen voor educatie. In de visie van het bestuur zal educatie aan groepen en scholen kunnen zorgen voor een nieuwe demensie in de geschiedenis van het museum. Het fundament is gelegd. Bestuurslid Herre Risselada is samen met AFUK Leeuwarden en de provincie Fryslan bezig met een nieuwe wandel en fietsroute die per GPS gevolgd kan worden waarbij de deelnemers onderweg informatie ontvangen over het gebied waar ze zich bevinden.

De Moderne Mannoetjager

De reconstructie van de Yukagir Mammoet

Het IJstijdenmuseum heeft een goede band opgebouwd met Dick Mol. Ook deze wintermaanden komt Dick met een  lezing naar het Noorden van Nederland om het verhaal te doen over zijn laatste wereldbekende onderzoek naar de Yukagir mammoet.

Opnieuw is er een kadaver van een mammoet opgegraven uit de eeuwig bevroren bodem van Siberië. Een belangrijke vondst?. Kunnen we nog meer te weten komen over dit ijstijdzoogdier. Het antwoord daarop is ja. Deze nieuwe vondst gedaan door schoolkinderen uit het hoge noorden van Arctisch Siberië is onderzocht door een groot internationaal team van wetenschappers onder leiding van Dick Mol uit Hoogdorp. De onderzoeksresultaten door middel van hightech apparatuur leverde een schat aan nieuwe gegevens op.

In zijn 60 minuten durende lezing zal Dick Mol in het kort de geschiedenis van de evolutie van de mammoet behandelen en daarna uitvoerig verslag doen van de vier expedities die nodig waren om het hele kadaver van de mammoet te bergen. De inleider gaan verder in op het onderzoek en de resultaten daarvan.

De wetenschappelijke gegevens zijn gebruikt door Remie Bakker,beeldend kustenaar te Rotterdam. Hij maakte naar aanleiding van die gegevens een levensecht model van deze Yukagir mammoet. De reconstructie van Remie Bakker was zo verbluffend echt dat een tentoonstelling van dit model in Japan binnen 6 maanden meer dan 6 miljoen bezoekers trok.

De inleiding wordt gepresenteerd met prachtige foto's van de onderzoeken en de reconstructie van de mammoet door Remie Bakker.

Neanderthalers maakten kunstuitingen in grotten.

Al eerder werden in grotten in Spanje rotstekeningen aangetroffen die volgens onderzoekers mogelijk ouder dan 40.000 jaar zijn en mogelijk afkomstig zijn van Neanderthalers. Een sluitend bewijs van de Neanderthaler als maker van die rotstekeningen kon door de onderzoekers toen niet worden overlegd.

In grotten van Gorham aan de kust bij Gibraltar wordt al een aantal jaren onderzoek verricht met betrekking tot aangetroffen botten en werktuigen van Neanderthalers door een  team onder leiding van archeoloog Clive Finlayson. In die grotten ontdekten ze een tekening die met een scherp voorwerd in de rotswand is gegrift. De tekening kwam onder een laag sediment vandaan waarvan de ouderdom bepaald werd op ongeveer 39.000 jaar geleden. In relatie tot die ouderdomsbepaling stelde Finlayson vast dat de tekening ook omstreeks die tijd moet zijn aangebracht. In de grot zijn alleen maar overblijfselen en werktuigen van Neanderthalers en dieren aangetroffen. Niets wijst er op dat de moderne mensen ook in deze grot een verblijf hadden. Volgens Finlayson kan het niet anders dan dat de rotstekening door een Neanderthaler in de rotswand is gegrift.

Het onderzoek is een belangrijk gegeven met betrekking tot de kijk op de Neanderthaler die lang werd gezien als een woeste en weinig verfijnde mensensoort. Het bewijs van de rotstekening in de grot bij Gibraltar geeft een andere kijk op het leven van Neanderthalers. Nadat eerst al werd vastgesteld dat Neanderthalers hun doden begroeven, lijken er nu ook bewijzen te zijn van kunst van Neanderthalers en kan de conclusie worden getrokken dat de Neanderthalers verrassend veel gemeen hebben met de moderne mensen.

 

Copyright © 2011 Archeoweb | Ontwerp en advies Jongsma Automatisering | Powered by WebsiteBaker

Total visitors: 77,697
Visitors today: 26
Visitors yesterday: 44
Max. visitors per day: 383
Currently online: 1
Max. online: 29
Total page views: 268,265
Page views of this page: 5,173
counter   Statistics