Steentijd archeologie

Ontdekkingsreis door de prehistorie

Nieuwsrubriek


De Limfjorden in Denemarken, archeologisch interessant.

 

 Amateur archeologen en geologen brengen hun vakantie nogal eens door in Denemarken. Vaak met een doel en dat doel is het verzamelen van vuursteen artefacten of van zwerfstenen (www.zwerfsteenweb.nl)  en fossielen,die daar nog altijd zijn te vinden. Met name het gebied van de Limfjorden is geliefd. Met midden in het gebied het eiland Mors en de de bovenin op dit eiland gelegen oude asbergen van vulkanen bij Ejerslev. Een plaats waar niet alleen de bekende fossiele zeeëgels maar ook versteende vissen zijn te vinden. Voor dit artikel blijven we bij de steentijd archeologie en laten we wat bijzondere vondsten zien.

 

 

Een vulkanische asheuvel op Mors ten noorden van Ejerslev. De gelaagdheid van de as is prachtig weergegeven.  
 

Martijn Hage uit Batmen 

Eén van de amateur archeologen die verknocht is aan Denemarken is Martijn Hage uit Batmen. Jaarlijks plant hij samen met zijn partner de vakanties in Denemarken. Met name het Limfjorden gebied is zijn zoekterrein waar het om vuursteen artefacten gaat. De kusten en de waterkant van het Limfjorden gebied zijn nog steeds rijk aan artefacten. De wisselende waterstand en de langzame stijging van de bodem van Denemarken, ( een nawerking van de grote druk van de gletsjers tijdens de Weichselijstijd) maken het mogelijk dat ook artefacten die aanvankelijk onder het wateroppervlak waren verdwenen. zichbaar worden. Van deze veranderingen aan de kusten van de Limfjorden maakt Martijn dankbaar gebruik en dat leverde hem in de afgelopen jaren zeldzaam mooie vondsten op. Een paar ervan, een vuursteen dolk en een vuursteen bijl, zijn meer dan de moeite waard om ze in deze rubriek te laten zien.

 

Martijn met de fraai geretoucheerde vuursteen dolk die hij aan de kusten van de Limfjorden vond. 

 

 

 

 De afgebeelde dolk is van het bekende type 2 maar is vrij zeker van oorsprong breder geweest en in de tijd door bewerking en aanscherping smaller geworden. De afgebeelde bijl is een bekende bijl uit de Kongemosecultuur, een coreaux of ook kernbijltje genoemd. Beide vondsten van Martijn Hage zijn uitzonderlijk mooi en bewijzen dat ook langs de kusten van de Limfjorden in Denemarken voor amateur archeologen best mooie artefacten zijn te vinden.

 

Ook in 2017 trok Martijn weer naar Denemarken. Opnieuw op zoek naar artefacten maar deze reis bracht meteen een nieuwe demensie in zijn hobby. Toen hij op één van zijn zoektochten met zijn laarzen aan door een beekje liep kwam hij per ongeluk in aanraking met een schrikdraad die langs het beekje was gespannen. Door de zware stroomstoot die hij daarbij kreeg viel hij voorover in het beekje. Bekomen van de schrik zag hij vlak voor zijn gezicht een stuk bot in het water liggen. Bij nader inzien een heft ooit gebruikt als houder van een vuursteen artefact. Daarmee was zijn belangstelling voor een nieuw aspect bij zijn archeologische zoektochten gewekt en bij verder zoeken vond hij meer van dit soort benen artefacten. Zijn zoektochten leverden hem een viertal houders of heften van bot op. Een prachtige aanvulling op de vele vuursteen artefacten die hij eerder verzamelde en best even waard om hier even aandacht aan te besteden op Archeoweb.

 

 

 

 

 

 

 

 

 Voor een vergelijking van het gebruik een benen houder met een vuursteen artefact zoals deze is aangetroffen in een grot bij Peche Merle in Frankrijk. 

 

 Denemarken is zeer rijk aan musea met artefacten en veel museums zijn meer dan de moeite waarde om een kijkje te nemen. Daarom bij dit artikel een aantal musea rond de Limfjorden.

 Morsland Historisch museum, Dueholingade 7, 7900 Nykobing - Mors. (045) 97723421 www.museummors.dk . Museum met niet alleen de rijke historie van Mors maar ook een prachtige afdeling van de steentijd archeologie op dit eiland. 

Stoneage Centrum Ertebolle, Ertebolle, Cl.Mollevej 8 tel (045)98636788. www.stenaldercenter.dk  Prachtig museum waarin de Ertebolle cultuur met daarin de Kongemose en Maglemose cultuur van de steentijd worden belicht.

Lindholm Hoje bij Aalborg. Het Lindholm Hoje museum ligt aan de Vendilavej 11 9400 Norresunby. (045) 99317440 www.nordmus.dk/lindholm-hoje-museet. Het museum ligt naast een grote begraafplaats van de Vikingen uit de ijzertijd en heeft naast veel prachtige reconstructies uit de Vikingtijd een rijke verzameling vuursteen artefacten.

Museum Thy in Thisted. Gevestigd aan de Jornbanegade 4 7700 in Thisted (045) 97920577 www.museumthy.dk Museum over de geschiedenis van Thisted en omgeving met een prachtige archeologische collectie.

Voor wie er wat meer kilometers voor wil rijden is het Moesgaard museum onder Arhus het neusje van de archeologische zalm. Moesgaard museum Arhus-Hojberg, Moesgaard Allé 15 8270 Hojbjerg (045) 87161016 www.moesgaardmuseum.dk. Het nieuwe moesgaard museum is geintegreerd in een grote heuvel en laat de bezoekers de steentijd archeologie van Denemarken in al zijn rijkdom zien. Een besliste aanrader.

augustus 2017. JFK.


Fossiele schedel in Portugal blijkt 400.000 jaar oud.

Een internationaal team archeologen heeft onder leiding van de bekende Portugese archeoloog Joáo Zolháo en de Britse antropoloog Rolf Quam onderzoek gedaan naar een in 2014 opgegraven schedel in een grot met de naam Aroeira. Beide wetenschappers denken met deze vondst een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan de menselijke evolutie met onderzoek naar de oorsprong van de Neanderthaler in Europa. De gevonden schedel zou de meest westelijke vondst ooit zijn die in Europa is gevonden en stammen uit het midden pleistoceen. De schedel is aangetroffen in een stevig sediment en werd in een groot blok uitgehouwen waarna de schedel in het laboratorium verder werd uitgeprepareerd

 Virtuele reconstructie van de schedel . foto: Rolf Quam.
 

De schedel is één van de eerste op het Europese contingent die ook in verband kan worden gebracht met stenen gereedschap uit het Acheuleen. Tussen de 400.000 jaar oud gedateerde schedel en de hierbij aangetroffen dierlijke resten en stenen werktuigen kan voor het eerst een uniek onderzoek worden ingesteld naar ouderdom en de evolutie van de mensen uit het midden pleistoceen. Bijzonder zijn ook de vondsten van een aantal vuistbijlen bij de stenen werktuigen. Met de vondst en de datering van deze schedel verwachten de onderzoekers in de komende jaren belangrijk studiemateriaal te hebben om de archeologische data in de menselijke evolutie bij te kunnen stellen.

 

 Vuistbijlen die in de Aroeide grot in context met de schedel zijn gevonden en gedateerd worden in het Acheuleen.
 

JFK,14/3/17

  


 

Lepelschrabber.

Recent vond één van de amateur archeologen aan de Boorne onder Ureterp een bijzondere schabber. De schrabber is aangebracht op een vorstsplijtstuk van vuursteen en heeft het model van een lepelschrabber. Dit soort schrabbers komt in landen zoals Denemarken nogal eens voor maar in de Friese wouden kom je ze nagenoeg niet tegen. Reden waarom deze nieuwe vondst ook even in deze nieuwsrubriek wordt gepresenteerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

december 2016.  


 

Kubussteen of napjessteen.

Af en toe duiken ze op de prachtige zeskantige kubus- of napjestenen. Vaak is aan de slijpsporen te zien dat ze zeer zorgvuldig zijn bewerkt en in sommige van deze stenen zitten nog kommetjes of dellen. Onlangs kwam er weer zo'n mooie steen tevoorschijn. Deze steen door Jan de Jong al gevonden in het midden van de vorige eeuw aan de Mersken onder Ureterp werd lange tijd als curiositeit bewaard. Wel was al bekend dat de steen iets met archeologie te maken had maar pas onlangs kwam de vraag: "Wat is dit voor een steen. Kan iemand er iets meer over vertellen."

 

 

 

 

 

 

 

 

   Door de Jong gevonden "kubussteen" waarbij duidelijk op één van de  vlakken een kleine del is waar te nemen.

 

 Er is veel onderzoek gedaan naar de kubusstenen of napjestenen. Archeoloog O.Harsema onderzocht in de vorige eeuw een vijftigtal van deze stenen die hoofdzakelijk afkomstig waren van Neolitische sites in Drenthe. Hieronder was ook een exemplaar dat afkomstig was uit de omgeving Bakkeveen. De juiste vindplaats is echter niet bekend. Harsema kwam in zijn onderzoek tot de conclusie dat de kubus-of napjesstenen in hoofdzaak zijn gebruikt bij het malen of wrijven. Daarbij zou volgens zijn interpretatie gedacht kunnen worden aan het malen van granen en het fijnwrijven van kruiden. Anderen gaan weer verder met de interpretatie en denken aan een gebruiksvoorwerp van een soort dorpsdokter of sjamaan die kruiden fijnwreef op een vlakke legger met een kubussteen. 

Napjessteen die volgens sommige onderzoekers werd gebruikt als een soort vijzel voor het fijnwrijven van kruiden.

Het onderzoek naar aanleiding van het opgraven in de terp van Ezinge is vrij bekend.Daarbij is ook vrij uitgebreid onderzoek gedaan naar de in de terp aangetroffen kubus- of napjestenen. In het verslag van  Annet Niehof dat werd uitgevoerd door Harry Huisman, Lyke Johanson, Dick Stapert en Woltinge valt te lezen dat de kubus- of napjesstenen voor een breed schala aan werkzaamheden werden gebruikt. Ook blijklt uit dit onderzoek dat deze stenen als wrijfsteen, maalsteen, aambeeld en hamer zijn gebruikt en dat de stenen de vorm als zeskantige kubusstenen hebben gekregen door veelwoudig gebruik.

 Kubussteen als voorbeeld van een maal - of wrijfsteen.

Een kubussteen zou volgens sommigen ook gebruikt zijn als een soort gebruikswerktuig bij het stucadoren van de muren van prehistorische boerderijen. Immers werden die muren opgetrokken door eerst een vlechtwerk van twijgen en takken aan te leggen waarop vervolgens een mengsel van leem/klei met mest werd gesmeerd. Volgens sommige onderzoekers werden kubusstenen gebruikt om de muren glad te wrijven. Feit is en blijft dat kubusstenen in allerlei bewerkte vormen zijn aangetroffen vanaf de vroege Neolithische periode tot aan de vroege middeleeuwen.

 JFK.november 2016.

 


Voetsporen in versteende modder bij het Natronmeer in Tanzania.

Zoeken naar sporen van onze voorvaderen en onze geschiedenis is voor velen van ons een prachtige investering in tijd. Sporen die mensen hebben achtergelaten in de vorm van voorwerpen of afdrukken, die hun aanwezigheid op onze wereldbol aantonen zijn al lang niet meer uniek te noemen. Sommige sporen vertellen een verhaal. Eén van de nieuwe ontdekkingen zijn voetsporen in het versteende modderoppervlak aan de zuidoever van het Natronmeer in Tanzania. Ontdekkingen van voetsporen in versteende bodems zijn geen groot nieuws meer in de archeologie. Er zijn zo langzamerhand op tientallen plaatsen voetafdrukken van hoge ouderdom gevonden. Toch zijn de voetsporen in het versteende modder oppervlak bij het Natronmeer in Tanzania bijzonder.

Volgens de onderzoekers zijn de aangetroffen voetsporen van de moderne mens de Homo Sapiëns Sapiëns en achtergebleven in de modder tussen 5.000 tot bijna 20.000 jaar geleden. Een zeer ruime datering. Er zijn mooie gegevens af te leiden uit de voetsporen die over een lengte van 15 kilometer gevolgd konden worden.  Uit de voetafdrukken  is vast komen te staan dat een groep vrouwen met kinderen in zuidwestelijke richting over een modderplaat zijn gelopen. Dat er één persoon met een snelheid van ongeveer 10 km per uur over de zachte modder heeft gelopen. En nog een mooie. In de voetafdrukken konden de onderzoekers de afwijking van een grote teen ontdekken die kennelijk gebroken was. Ook het aantal voetafdrukken dat duidelijk herkend werd, kon worden geteld en bedraagt meer dan vierhonderd. Sporen vertellen een geschiedenis en dat maakt archeologie bijzonder.

Bijzonder is dat een nabijgelegen vulkaan Ol Doinyo Lengai vrij zeker debet is aan het behoud van de voetsporen in de versteende modder. Deze vulkaan wordt door de erbij wonende Masaistam als heilig beschouwd en zij trekker er naartoe om er te bidden. De laag modder waarin de voetafdrukken zijn aangetroffen is vermoedelijk maar korte tijd zacht geweest omdat de warmte er voor zorgde dat de modderstroom snel droogde. Een volgende laag puin heeft de modder bedekt en daardoor zijn de voetafdrukken goed bewaard gebleven.

Vulkaan Ol Doinyo Lengai Tanzania. 

Uit National Geographic Nederland/België.

JFK. 10/16.


 

Archeologisch onderzoek N31 bij Midlum.

Bij recent onderzoek vanaf april 2016 in het nieuwe wegtracé bij Midlum onder Harlingen zijn een groot aantal sporen en vondsten veiliggesteld. Hoewel de uitwerking van het onderzoek nog op papier moet worden gezet is de voorlopige conclusie dat het om vondsten gaat die gedateerd kunnen worden vanaf de 8ste tot de 12e eeuw. Het onderzoek richtte zich vooral op de nederzetting op een middeleeuwse terp, die eerder in de bodem werd gesignaleerd, waarbij veel afval maar ook menselijk bot werd aangetroffen

 Bij de opgraving die werd uitgevoerd door RAAP werden 7 skeletten aangetroffen. 

Bij de opgraving werden sloten en paalkuilen aangetroffen die verband houden met de middeleeuwse bewoning van een terp. Tot de vondsten behoort veel aardewerk, met name middeleeuwse kookpotten, maar ook zijn scherven van aardewerk uit de ijzertijd en de Romeinse tijd gevonden. Ook veel botten van dieren afkomstig van slachtafval. Er werd bij de opgraving een fluitje gevonden dat was gemaakt van een stuk schapenbot. 

 

 Fluitje gemaakt van schapenbot.
 

Bij de aangetroffen skeletten werden grafgiften gevonden waaronder gekleurde glazen kralen, een dierentand en een spinklos. Vrij zeker horen de skeletten bij een klein grafveld van de terp waarop familieleden van de bewoners werden begraven. Op het botmateriaal wordt nog verder onderzoek uitgevoerd. Bij dat verder onderzoek willen de onderzoekers ook een antwoord zoeken op migratie van de bevolking. Tijdens de periode van de middeleeuwen, die betrekking heeft op dit terponderzoek, kwamen veel nieuwe bewoners van buiten het gebied en door onderzoek op de skeletresten hopen de onderzoekers antwoorden te vinden op de vraag of het hier om een lokale groep bewoners gaat met verwantschap of dat er sprake is dat de bewoners van elders zijn gekomen en zich hier vestigden.

 

 Eén van de meerkleurige glazen kralen die als grafgift zijn aangetroffen.

 Er zijn bij de opgraving een aantal bijzondere metaalvondsten te voorschijn gekomen van middeleeuwse munten en mantelspelden (fibula's) van brons. In het totaal zijn 15 mantelspelden veiliggesteld waarvan sommige waren ingelegd met een rode glaspasta. 

 

 Op de foto een bronzen pseudo munt fibula.
 

Foto,s RAAP.

JFK augustus 2016


 

Een mesolithische bijl uit de omgeving van Veenwouden.

Door Meinder Ley.

Ten westen van Veenwouden ligt een concentratie van nederzettingen uit de steentijd. Door de aanwezigheid van dekzandruggen en moerasgebieden was dit in de steentijd al een ideale omgeving voor de Mesolithische jager/verzamelaar. Deze jagers kozen voor hun (tijdelijk) verblijf een wat hogere en drogere plaats uit waarbij de moerassige omgeving met daarin veel wild hun jachtterrein was, dat in sommige perioden, voldoende buit opleverde tijdens het jagen. Al vroeg in het Mesolithicum hebben deze jagers zich in dit gebied gevestigd. (voor 9.000 jaar geleden) Vermoedelijk was deze plaats vaak een tijdelijk verblijf voor deze jagers en keerden ze er ook vaak terug. Het zijn waarschijnlijk seizoenkampen geweest op deze hogere zandrug waar de jagers verbleven als er bepaalde soorten jachtwild in de moerassige gebieden vertoefde zoals bijvoorbeeld trekkende rendieren en ook kan worden gedacht aan het verzamelen van vruchten en eetbare wortels. Ook waren er natuurlijk mogelijkheden voor de visvangst. Op deze ruggen heeft de schrijver naar aanleiding van vondsten van artefacten een twintigtal nederzettingen uit deze mesolithische periode kunnen traceren. Na 9.000 jaar geleden, is er gezien de datering van de vondsten, geen gebruik meer gemaakt van een verblijf op deze zandruggen door de rondtrekkende jagers.

 

Eén van de mooiere vondsten op deze ruggen uit mijn collectie is een Mesolithische bijl die werd aangetroffen op een molshoop. In de directe omgeving van deze vondst zijn meerdere vuursteen artefacten opgeraapt zoals krabbers, klingen en afslagen. Het bijltje is vervaardigd van een vuursteenknol en door bewerking (retoucheren) geschikt gemaakt voor een functie zoals bv het bewerken van hout. De snede van de bijl is gemaakt door middel van een dwarsafslag, een zogenaamde trancetslag. Dit soort bijltjes werden vaak geschacht in een manchet van gewei of bot en geplaatst in een houten steel.

juli 2016.JFK. 


 

5 jarig Duits meisje vindt een bijl van gewei Edelhert op Texel.

 Tijdens een vakantie met haar ouders op Texel deed de vijfjarige Lisa Denneman uit Duitsland een bijzondere vondst.  

 5 jarige Lisa met bijl.
 

De ouders van Lisa herkenden de vondst op het strand bij paal 17, ook als bijzonder en gingen samen met Lisa naar het museum Ecomare op Texel waar conservator Athur Oosterbaan de vondst herkende als een deel van een gewei van een hertachtige dat was bewerkt tot een bijl waarin een gat in het stuk gewei was geboord. In samenspraak met Lisa en haar ouders is de bijl geschonken aan het museum Ecomare.

Bij onderzoek bleek de bijl gemaakt van het onderste stuk van een gewei van een edelhert waarbij een gat in de zogenaamde oogtak werd geboord om de bijl te kunnen schachten. De schuine kant aan de bijl werd op een steen geschaafd en in het gewei werden door de maker een aantal groeven gekrast. Mogelijk is de bijl gebruikt bij de bewerking van grond als een soort hak of een andere mogelijkheid zou zijn dat de bijl gebruikt is bij leerbewerking.

 

 De door Lisa Denneman gevonden bijl van een edelhert gewei.
 

Er is ondertussen onderzoek gedaan op de bijl door een aantal deskundigen. De bekende Dick Mol en John de Vos van Naturalis en Govert van der Noort en Martijn Veen van het Huis van Hilde hebben de bijl nogal ruim gedateerd tussen 3000 en 9000 jaar geleden. Om een juiste bepaling van de ouderdom te verkrijgen is een duur onderzoek nodig en in het verleden zijn reeds meer van dit soort gewei bijlen gevonden hoewel de onderzoekers toegaven dat deze uitzonderlijk goed bewaard is gebleven en vrij zeker afkomstig is van de bewoning in de Noordzee. De doorboring aldus de onderzoekers heeft met een boor van vuursteen plaatsgevonden en naar aanleiding van vondsten in Denemarken en Noord Duitsland kon deze bijl geclassificeerd worden als een zogenaamde basisbijl type A. Op de schuine kant zijn krasjes aangebracht met een steker van vuursteen die bij dit soort bijlen vaker worden aangetroffen. De gewei bijl zal in 1916 te zien zijn in Ecomare op Texel en daarna verhuizen naar het Huis van Hilde in Castricum

 

 Edelhert met gewei. 

JFK juni 2016


Zo premitief was de Neanderthaler dus niet.

In 1990 ontdekte een groep speologen diep in een grot in de vallei van het Franse Aveyron een grote grotkamer met daarin een tweetal cirkels van opgestapelte stalagmieten en stalagtieten. De buitenste grote cirkel mat een oppervlakte van 30 vierkante meter en buiten de beide cirkels werden in de grotkamer ook nog een viertal opmerkelijke bouwseltjes van stalagmieten gevonden. Opmerkelijk was dat in de cirkels overblijfselen van vuur en kleine verbrande stukjes bot werden aangetroffen. Lang bleef deze ontdekking mysterieus omdat deze zo ver in het grottenstelsel - maar liefst 330 m verwijderd van de ingang - werd aangetroffen.

Onderzoek in de afgelopen jaren heeft aangetoond dat de bouwsels mensenwerk zijn en een datering van de verbrande resten die in de grotkamer werden gevonden met de koolstof 14 methode van Franse onderzoekers toonde in 1995 al aan dat de bouwsels mogelijk 47.600 jaar oud waren - de limiet van de koolstof datering methode - maar dat ze mogelijk ook veel ouder zouden kunnen zijn. Met deze datering rees ook meteen de vraag hoe de bouwsels in deze donkere grotkamer waren aangelegd en door wie.

Gezicht vanuit Aveyron op de rotswand met de grotingang.

Iemand die gefascineerd raakte door deze ontdekking was de Belgische geologe en speologe Sophie Verheyden. Haar fascinatie voor de cirkels in de grotkamer dat zij de stalagmieten constuctie verder ging onderzoeken. In 2013 stelde ze in samenwerking met Jacques Verheyden van de Universiteit van Bordeaux, Dominique Genty van de CNRS en de speoloog Michel Soulier een nieuw onderzoek in waarbij de bouwsels van stalagmieten nauwkeurig onder de loep werden genomen. Ze maakten een minutieuze inventaris van alles in en om de bouwsels met een 3 D constructie.  Ze brachten de vuurhaarden in kaart en namen nieuwe stalen voor een onderzoek met een uranium thorium methode. De uitslag van dit onderzoek leidde tot verbijsterende en niet vermoede ouderdom van de bouwwerken.

Cirkels in een 3D constructie.

 Bij verder onderzoek werden de toppen van de stalagmieten gedateerd die bijde constructies gebruikt zijn.Uit dat onderzoek kwam een andere ouderdomsbepaling van de cirkels naa voren en zouden deze cirkels gedateerd moeten worden op 176.500 jaar geleden. Daarmee werd ook een nieuw dilemma geschapen. Als we er van uit gaan dat de moderne mens pas 40.000 jaar geleden in Europa arriveerde konden zij het niet zijn die de bouwsels in de grotten hadden gemaakt. Het bewijst volgens onderzoekers dat de Neanderthalers de bouwwerken hebben gevormd en dus al 140.000 jaar voordat de eerste moderne mensen bezit namen van Europa in staat waren met behulp van vuur tot heel diep in de grotten door te dringen.

De bouwsels van de cirkels bestaan uit meer dan 400 stukken stalagmiet en stalagtiet en zijn in lengte ongeveer 112meter lang en wegen zo'n 2,2 ton. De constructies zijn erg zorgvuldig opgebouwd uit maximaal 4 lagenen daaruit blijkt dat de Neandethalers een goede organisatie hadden waarin goed samengewerkt werd aan de opbouw. Daarmee was de Neanderthaler in die tijd al veel moderner dan gedacht. Eerder bleek al uit een studie uit 2011 dat Neanderthalers al 300.000 jaar geleden beschikten over vuur. De sporen in de grot geven ook aan dat de Neanderthalers daar vuur gebruikt hebben en dat uitstekend beheersten getuige de diepe grot waarin ze hun bouwwerk opbouwden. In de komende jaren zal het onderzoek verder gaan in deze grot waarin is gebleken dat in de tijd die tussen het tijdstip ligt waarin de Neanderthalers de grot bezochten en de ontdekking van de grot in 1990 niemand meer in die grot is geweest.

 

 JFK juni 2016.


 

www.archeologie.frl , nieuwe website van Museum Federatie Fryslân.

De eerste archeologiedan Fryslân 2015 die op dinsdag 10 november in het Historisch Centrum in Leeuwarden door de Museum Federatie Fryslân werd gehouden was meteen een succes. Mirjam Pragt kan terugzien op een geslaagde dag waarin de archeologische steunpunten in Fryslân zich niet alleen lieten zien maar zoch ook lieten horen. De opzet van deze nieuwe Friese archeologiedag had een beetje het karakter van een symposium. De bijdragen vanuit de steunpunten gaven een bijzonder karakter aan deze acrcheologiedag en ook bijdragen die raakvlakken hebben met de archeologie zoals educatie en exposities  maakten de archeologiedag compleet. De locatie het Historische Centrum was ook een goede keuze. Tijdens de pauze's was er volop gelegenheid om in het centrum exposities te bekijken en te discussiëren. Een mooi moment was zeker het twaalf uurtje in de Koperen tûn in de Prinsentuin. Een goede combinatie om even de benen te strekken.

Ook de geestelijk vader van de Friese archeologische steunpunten, provinciaal archeoloog Gilles de Lange toonde zich ingenomen met deze nieuwe wijze van presenteren van de archeologische steunpunten. Tussen de oprichting van de eerste Friese archeologische steunpunten en de archeologiedag ligt ene periode waarin de steunpunten zich meer hebben ontwikkeld en ook nieuwe inzichten en samenwerkingsvormen tonen aan dat de steunpunten zich in de afgelopen jaren verder hebben ontwikkeld. Toch zijn er ook steunpunten waar het minder mee gaat. Samenwerking onderling maar ook een plus bij steunpunten in de vorm van een museum of een tuin geven een meerwaarde aan een steunpunt en trekken meer bezoekers alsdus de Lange

 

De anders saaie provinciale vergadering van de museumfederatie kwam nu tot leven in bijdragen van Mariëlle Kenemans over de archeologie in en om Leeuwarden, Johan van Gent en Kirsten Zwijnenburg van het nieuwe samenwerkingsverband tussen de noordelijke steunpunten in een bijdrage over het terpenland, Yvonne Boonstra en Gilbert Hofstra over de archeologie in en om Sneek, Nikky Kruithof over de extra.s van de experimentele archeologie voor educatie en Nelleke IJssennagger van het Fries museum over de tentoonstelling "Goud" in het Fries museum.

 

De onderlinge band tussen de Friese Archeologische Steunpunten kan beter zo is een uit onderzoek naar voren gekomen. Samenwerking kan soms leiden tot verrassende resultaten vooral daar waar het betreft uitwisseling van agenda's en evenementen. Bij de museumfedaretie is hard gewerkt aan een nieuwe website waarop de steunpunten alhun nieuws en informatie kwijt kunnen. In de middaguren presenteerde Trijneke Sibma samen met ....de nieuwe website www.archeologie.frl. Een interactieve website voor alle Friese archeologische steunpunten.

  

Foto's Eline Kooistra - museumfederatie Fryslân                                                JFK.nov.2015


 

Zodenhuis Firdgum officieel geopend.

De aanloop naar de officiele opening van het zodenhuis in Firgum heeft een aantal ongelukjes gekend die tot grote vertraging van de officiele opening hebben geleid. Een eerste ontwerp dat onder leiding van de ontwerper en geestelijk vader Daniël Postma van de Rijksuniversiteit Groningen werd gebouwd ging nog uit van een dragende dakconstructie op de muren van zoden en een dakbedekking met plaggen. De deugdelijkheid van deze constructie bleek al snel. Het zodendak en de muren bleken niet bestand tegen het lekkende water van het dak in de muren met als gevolg dat in 2013 het zodenhuis deels instorte. Onder aanvoering van Jan Vonk werden de vrijwilligers die al zeer veel energie in het project hadden gestoken opnieuw gemotiveerd en verrees er een nieuwe versie met een constructie van een door binten dragend dak met riet.

Daniël Postma bij de opening. 

Op vrijdag 6 november werd het zodenhuis officieel geopend. Gedeputeerde Johannes Kramer nam uit handen van Daniël Postma een eerste exemplaar van het nieuwe boek "Het zodenhuis van Firdgum" in ontvangst. Kramer prees het stugge volhouden van de groep vrijwilligers die na de instorting van een eerste versie van de bouw waren doorgegaan om het zodenhuis project tot een goed einde te brengen. Het zodenhuis, zo liet Kramer in zijn betoog weten, is niet alleen een prachtig monumenmt dat verwijst naar de terpen bebouwing uit het begin van de jaartelling, maar ook een internationaal monument. Immers werden dit soort huizen van Zeeland tot in Denemarken aan de kust gebouwd en ook aan de overzijde in Groot Brittanië en Schotland moeten ze hebben gestaan. Voor de organisatie had Kramer ook nog iets moois meegebracht. De aangevraagde subsidie van € 10.000,-- voor het verder realiseren van het project is beschikbaar liet hij weten.

Gedeputeerde Johannes Kramer met het nieuwe boek "Het zodenhuis van Firdgum".

Na het aanbieden van het boek kon het gezelschap met eigen ogen het resultaat van de bouw van het zodenhuis bekijken. De vrijwilligers hadden zich gestoken in vroeg middeleeuwse kleding en leidden de mensen die uitgenodigd waren bij de opening rond. Een fraai detail is dat de grote schroeven met bouten die het dakwerk van het zodenhuis verbinden voor de opening allemaal zijn weggewerkt in houten pinnen waarbij het lijkt dat in de bouwstijl ook de oude ambacht bij het bouwen van pen en gatverbindingen in het houtwerk zijn gebruikt. Fryslân is met het zodenhuis in Firdgum een prachtig prehistorisch monument rijker geworden dat getuigt van het boerenleven in de Friese terpentijd.

 

 Vrijwilligers in vroeg middeleeuwse kleding presenteren hun zodenhuis in Firdgum.

 JFK.9-11-15.


 

Opgraving Dalfsen: Het trechterbekervolk aan de Vecht.

Een uitbreiding van Dalfsen met een nieuwe woonwijk en een nieuw industrieterrein heeft geleid tot een schitterende ontdekking van een trechterbeker nederzetting uit de prehistorie. Bij een stads of dorp uitbreiding behoort een vooronderzoek naar mogelijke sporen uit de historie. Dit werd in 2012 uitgevoerd door het Archeologisch Diensten Centrum (ADC) onder verantwoordelijkheid van de projectleider en archeoloog Niels Bouma. Ook de historische kring Dalfsen werd nauw betrokken bij het onderzoek en zou dat gedurende het hele project blijven doen. Bij het vooronderzoek werden sporen aangetroffen van mogelijke graven uit de trechterbekertijd. Met dit eerste resultaat werd verder gewerkt en werden een aantal proefsleuven van vier bij vijftien meter uitgegraven en werd de bodem verder onderzocht. Hierbij kwamen al snel sporen en vondsten tevoorschijn die wezen op een een grafveld op een zandrug van ongeveer vijf meter breed in de bodem.

 

Een rijk graf.

Opmerkelijk is dat bij het onderzoek vooraf in de in lagen van de zanderige bodem, sporen werden gevonden uit de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en de middeleeuwen. Daarmee zou gesuggereerd kunnen worden dat het terrein eeuwenlang constant bewoond moet zijn geweest. In de onderste lagen van de proefsleuven van de opgraving troffen de onderzoekers twee stukken aardewerk aan van trechterbeker urnen. Dit was het sein om een grootschaliger onderzoek op het terrein te starten dat in 2015 werd uitgevoerd onder leiding van archeoloog Henk van der Velde met hulp van eindejaars studenten archeologie van de Rijks Universiteit van Groningen en van studenten van de hogeschool Saxion te Deventer.

Studenten van de hogeschool Saxion uit Deventer assisteren bij de opgraving en staan even stil bij een lijksiloët

Op zondag 20 september 2015 gaf archeoloog Henk van der Velde voor een volle zaal een lezing in het Hunebedmuseum in Borger. In zijn lezing gaf hij een beeld van de opgraving en verdere bijzonderheden over de opmerkelijke ontdekking van het grootste Nederlandse grafveld uit de Trechterbekercultuur. Bij de opgraving werden lagen aangetroffen van een geaccidenteerd veld ten tijde van de bewoning door het Trechterbekervolk. Naast de hogere zandrug liep het terrein naar beneden af in een oude verzande bedding van een eerdere uitloper van de Vecht. Met de materialen die in de verzande bedding werden aangetroffen wordt evenals de andere bij de opgraving aangetroffen resten, onderzoek gedaan naar stuifmeelpollen teneinde ook iets te kunnen achterhalen over de begroeiïng ter plaatse 5000 jaar geleden. De eerste aanwijzingen wijzen op loofbos op de lokatie.

In één van de graven werden twee trechterbekers aangetroffen.

Bij de opgraving werd een groot terrein onderzocht dat laagje voort laagje werd afgegraven om zo ook de sporen van bewoning uit eerdere tijden in beeld te brengen. Al snel kwamen de eerste sporen van de bewoning uit de trechterbekertijd te voorschijn en waar verwacht werd dat hierbij mogelijk meer urnen te voorschijn zouden komen dan bij de proefopgraving was het eindresultaat ronduit verrassend. Maar liefst 121 bekers of delen daarvan kwamen te voorschijn. Bijzonder is dat er in de aangetroffen graven en trechterbekers enige overeenkomsten van bewerking zijn te vinden. Zo laat het zich aanzien dat de graven groepgewijs op de zandrug liggen waarbij in sommige clusters van die graven trechterbekers werden aangetroffen die qua bewerking enige overeenkomst vertonen. Dit zou kunnen impliceren dat elke familie een eigen grafveldje heeft gehad waar ze hun dierbaren begroeven of cremeerden.

Een ander interessant gegeven is dat rondom sommige graven de restanten van een paalkrans en/of sporen van een greppel zijn aangetroffen. De conclusies daarvan zijn dat er mogelijk grafheuvels zijn opgericht met daaromheen een paalkrans. Ook hier geldt dat in de komende jaren verder onderzoek zal moeten gedaan naar de grafgebruiken van het volk dat hier aan de Vecht woonde. Daarbij kunnen ook gegevens van opgravingen in Engeland, Duitsland of Denemarken dienen om meer zicht te krijgen op de wiijze van begraven in de Trechterbekertijd. 5000 jaar geleden bouwden de eerste boeren in Nederland geen hunebedden meer, zo blijkt al uit onderzoek, een mogelijkheid zou het opwerpen van een grote grafheuvel als vervanger van een hunebed bij het begraven van de doden kunnen zijn denk Van der Velde.

In tegenstelling tot de hunebedbouwers in de trechterbekercultuur die de botten van hun overlevenden op één plaats in het hunebed centraal verzamelden is er bij de opgraving in Dalfsen sprake van een afzonderlijk grafveld met individuele graven hoewel er ook graven zijn die volgens de onderzoekers meermalen zijn gebruikt. De conclusie zou in Dalfsen kunnen zijn dat er rond 5000 lokale gemeenschappen zijn met op een centrale plaats een begraafplaats.

In Dalfsen werden naast de resten van crematies in de gevonden trechterbekers ook een aantal graven aangetroffen waarin overledenen waren begraven liggend op de zij met opgetrokken knieën. Dit bewijst het feit dat men in de periode dat het grafveld werd gebruikt - van ongeveer 2900 - 2750 jaar geleden - niet alleen de overledenen cremeerde maar ook begroef. Waarom sommige overledenen werden begraven en anderen gecremeerd zal in de komende jaren een bron van onderzoek zijn. 

Een bijzondere ontwikkeling bij de opgraving deed zich voor in de vorm van een huisplattegrond die enige meters ten noorden van het grafveld werd blootgelegd. Deze plattegrond heeft behoort tot een woning van 4.5 bij 12 meter. In het midden van de plattegrond werden een aantal gaten van palen aangetroffen die vrij zeker hebben behoord tot de binten die in het midden van de woning het dak ondersteunden. Ook de zijmuren van deze woning hebben gediend als ondersteuning van de dakconstructie. Het aantreffen van de plattegrond van dit soort woning is nieuw in Nederland. In Duitsland zijn bij opgravingen al wel dit soort plattegronden aangetroffen bij opgravingen.

 
Een prachtig bewerkte urn.

Een aantal bijzonderheden zijn belangrijk om ook te vermelden. Naast trechterbekers werden er drie bijlen, een aantal bewerkte klingen en een aantal pijlpunten in de graven aangetroffen. Ook een bijzonderheid was het aantreffen van een groot aantal barnsteen kralen die vooraf in situ werden gefotografeerd en ingemeten waarna er na reconstructie een complete kralenketting van kon worden geregen. Het zou kunnen zijn dat de graven waarin grafgiften zijn aangetroffen behoren tot degenen die in aanzien stonden in de gemeenschap van deze nederzetting. Volgens archeoloog Henk van der Velde zijn er nog heel veel vragen en zullen de komende jaren onderzoeken moeten uitwijzen of er met de gegevens van deze opgraving een ander zicht ontstaat op het volk van de trechterbeker cultuur.

In het gemeentehuis van Dalfsen aan de Raadhuisstraat 1 is tot en met 22 oktober een  expositie en een fotopresentatie van de opgraving te bekijken. Openingstijden zijn maandag vanaf 8.30 tot 19.00 uur en dinsdagen t/m vrijdagen van 8.30 tot 15.00 uur.

Met dank aan de Historische Kring Dalfsen.

Bronnen: Dalfsen 5000 jaar geleden; Het trechterbekervolk langs de Vecht.

Foto's: Carolien Prins.

 JFK.20/09/15

 


Steentijd Werkgroep Fryslân.

Op donderdagavond 23 juli 2015 brachten de leden van de werkgroep een bezoek aan de nieuwe publieksruimte van het noordelijk archeologisch depot in Nuis. Het onderwerp was deze avond de spectaculaire ondekking van een Neanderthaler site onder Assen. Vanaf 2007 zijn op de site al vondsten gedaan van Neanderthaler artefacten en onderhand is er ook een opgraving geweest. Archeoloog Marcel Niekus die de opgraving leidde en de coördinatie op zich heeft genomen was deze avond in het depot aanwezig en middels een power point presentatie hield hij een inleiding over de vondsten en de opgraving. De bewuste site heeft een bouwvoor van ongeveer 30 cm dik waarin zich door eerdere bewerking van de grond artefacten bevinden. Daaronder ligt een keizandlaag waarin nog artefacten in situ zijn bewaard. Bij de opgravingen werden dan ook in de laag keizand artefacten aangetroffen en het mooie daarvan is, aldus Niekus, dat sommige artefacten die op verschillende plaatsen in die laag werden aangetroffen bij de opgraving aan elkaar gepast konden worden. Dit wordt een refit genoemd. Ook heeft er verplaatsing van artefacten in die keizand laag plaats gevonden door kryoturbatie waarbij vorst en dooi lagen door elkaar heeft gehutst. Bijzonder is dat een vuistbijltje dat in het eind van de vorige eeuw op de site als oppervlaktevondst werd gevonden en waaraan een deel ontbrak door mogelijke bewerking van de grond, na de opgraving gecompleteerd kon worden  omdat het ontbrekende afgebroken deel bij de opgraving naar boven kwam. Er is nog maar een deel van de site opgegraven en het is waarschijnlijk dat er in de toekomst meer artefacten kunnen worden  opgegraven. Gezien het grote aantal aangetroffen vuistbijlen - 35 stuks of delen er van - kan met enige zekerheid gesteld worden dat de aangetroffen artefacten op deze site de overblijfselen zijn van een jagerskamp. Waarop de Neanderthalers precies hebben gejaagd die in het kamp verbleven is niet zeker. Dat kunnen grazers geweest zijn zoals bijvoorbeeld mammoeten maar het zou ook best kunnen dat de Neanderthalers uit het kamp op paarden jaagden. Misschien dat een verder onderzoek in de toekomst daar nog eens uitsluitsel over kan geven.Over een datering van de site is ook nog niets met zekerheid te zeggen  volgens Niekus maar het onderzoeksteam neigt eigenlijk gezien vondst vergelijking, dat de bewoning van het kamp tussen 50.000 en 30.000 jaar geleden plaats heeft gevonden.

 In de omgeving van deze site is onderhand ook nog een plaats ontdekt waar vrij zeker een Neanderthaler site nog in situ ligt. Op die plaats zijn onderhand een 50 tal midden paleolithische artefacten gevonden en het bijzondere van deze plaats is dat er tot nog toe geen vuistbijlen of delen daarvan op deze nieuwe plaats zijn gevonden. Wel zijn er schaven en kernen gevonden en resten van steenbewerking. Op grond van deze vondsten zou het kunnen zijn  dat hier een werkplaats voor steenbewerking is geweest. 

Nog een aantal bijzondere vondsten zijn de artefacten gemaakt van "Helleflint" , een steensoort die evenals de vuursteen tijdens de Saale ijstijd vanuit het hoge noorden naar ons gebied werd getransporteerd door een grote landgletsjer. Helleflint laat zich net als vuursteen bewerken tot werktuigen en  onder anderen een groot mes van helleflint dat is gebroken in twee stukken,  is daar het bewijs van. Ook zijn er levallois afslagen gevonden van helleflint bij de opgraving. Die opgraving is in 13 vakken  van 2x1 meter uitgevoerd en alles is met de hand gezeefd waarbij ook kleine afslagen en splinters van bewerking zijn aangetroffen. In één geval paste een afslagje bij de bewerking van een vuistbijl.

Gebrek aan geld is de handicap van het onderzoeksteam op dit moment. De onderzoekers willen nieuw geld verzamelen en hebben daartoe de stichting  "STONE " opgericht. STONE is een afkorting van Steentijd Onderzoek Nederland. De stichting hoopt gelden binnen te halen om verder onderzoek te doen op de Neanderthaler site bij Assen.

Niekus riep de aanwezige amateur archeologen op om de ogen goed de kost te geven tijdens het zoeken op de akkers in Noord Nederland. Eén zo'n site met werktuigen uit een periode waarin Neanderthalers door Noord Nederland trokken  is vast niet uniek aldus Niekus die aangaf dat er een periode voorbij is - ik noem het de periode V - waarin archeologen en amateur archeologen elkaar wantrouwden. In deze nieuwe periode zullen we de handen ineen moeten slaan en de geschiedenis van de eerste mensen die in Noord Nederland rondliepen, de Neanderthalers, meer vorm moeten geven. Iedereen die meent dat hij of zij een artefact heeft gevonden dat geplaatst kan worden in de Midden Paleolithische tijd mag mij bellen of een foto op sturen. Ik beloof dat ik samen met jullie wil kijken of er nog meer te ontdekken valt. 

JFK.24-7-15.


 

 Noordelijk Archeologisch Depot in Nuis.

www.nadnuis.nl

 

Ernst Taayke voert de directie over het Noordelijk Archeologish Depot te Nuis en beheert ook het publiekscentrum dat sinds kort deel uitmaakt van het depot. Taayke is blij met het nieuwe centrum. Het geeft mogelijkheden om het publiek meer te betrekken bij het werk van het opslaan en verzamelen van het culturele erfgoed  uit de drie noordelijke provincies Groningen, Fryslân en Drenthe vertelt hij aan de leden van de werkgroep steentijd Fryslân in het nieuwe zaaltje van het centrum op 23 juli 2015.

In drie grote hallen liggen de honderduizenden culturele schatten van de drie noordelijke provincies opgeslagen maar daarmee is het niet gedaan. Alles wat is opgeslagen moet worden gerubriceerd en digitaal worden ingebracht in bestanden. Die bestanden op hun beurt zijn openbaar en inzichtelijk voor betrokken buitenstaanders. Musea maar ook bedrijven en instellingen kunnen op aanvraag stukken uit het depot in bruikleen ontvangen. Er wordt altijd een overeenkomst over een bruikleen opgemaakt en aan de uitgeleende stukken wordt een geschatte waarde gegeven. Kogelpotten blijken een stuk van het culturele erfgoed uit de noordelijke provincies die redelijk goed zijn bewaard aldus Taayke en eigenlijk is dat ook geen wonden want deze potten hebben een brede voet waarop ze stabiel kunnen staan. De rekken met dit soort erfgoed zijn dan ook goed gevuld zo blijkt bij een rondleiding.

 

 Een rondleiding door het voor bedoekers bestemde deel van het depot laat de grote diversiteit en verscheidenheid van het opgeslagen culturele erfgoed zien. In de ontvangsthal prijkt een enorm watervat dat eens in het Friese Staveren door een familie werd gebruikt als watervat vertelt Evert Kramer. Het heeft jarenlang als curiositeit in het Fries museum in Leeuwarden gestaan en hier heeft het een ereplaatsje gekregen in de ontvangsthal. Dat vind ik mooi aldus Kramer.

 

 


 


 

Do van Dijck, amateur-archeoloog en natuurmens.

Ik ben een beginnend zoeker uit Noord Holland. Aan het einde van mijn lagere schoolperiode verzamelde ik oude pijpenkoppen en stukken oud aardewerk. Het vissen op grote karpers, vogels kijken en natuurfotografie hebben er voor gezorgd dat ik daar mee ben gestopt. Ongeveer zes jaar geleden kwam ik weer in aanraking met de " archeologie ". Ik kwam er achter dat er aan de IJsselmeerkust af en toe stenen gereedschap uit de Bronstijd aanspoeld. De hengel en de camera heb ik toen aan de kant gezet en ben vele uren langs de oever van deze grote waterplas gaan zoeken. Toen ik mijn eerste schrabber voor me in het water zag liggen, heb ik wel even een vreugde sprongetje gemaakt.

Ik kwam in contact met Pieter Smit uit den Helder, die veel van dit soort oude spullen weet. Hij gaf me voor het eerst een echte vuistbijl in handen en liet me artefacten zien uit Le Grand Pressigny in Frankrijk. Samen met mijn vrouw ben ik de eerstvolgende vakantie afgereisd naar dit deel van Frankrijk. Met de resultaten van deze vakantie ben ik naar Buitenpost gereden. Mijn eerste vondsten stelden allemaal niet zo veel voor maar Jan Kloosterman van het IJstijdenmuseum wist me met zijn uitleg over mijn vondsten toch enorm te motiveren. Door Pieter Smit en Jan Kloosterman ben ik verslaafd geraakt aan het zoeken naar stenen gereedschap. 

Ik woon in de kop van Noord Holland. Deze omgeving is misschien (met uitzondering van Texel maar daar lopen al fanatieke zoekers) niet zo geschikt voor het beoefenen van mijn hobby. De oudere geschiedenis ligt hier onder dikke lagen klei en zand. Buiten mijn reizen naar het buitenland ben ik voor het uitoefenen van mijn hobby grotendeels aangewezen op het stukje IJsselmeerkust waar het voor mij allemaal begon. Deze locatie heeft mij en een aantal andere zoekers inmiddels grote hoeveelheden artefacten opgeleverd. Het is een beetje een vreemde plek. Er worden daar artefacten gevonden uit het laat Neolithicum tot heden. Dit maakt het enerzijds leuker om daar te zoeken anderzijds is het voor mij als leek ook lastig om bepaalde stukken aan een ouderdom te koppelen.

Er bestaan uit de "tachtiger jaren "archeologische meldingen" waarin wordt gesproken over vondsten van deze locatie die zouden stammen uit het Neolithicum. Ik heb zelf inmiddels pijlpunten gevonden die neigen naar een type uit deze periode maar verder lijken mij het ook artefacten die in de Bronstijd kunnen passen. Die bronstijd datering wordt gestaafd door een aantal scherven van wikkeldraad aardewerk dat ik er heb aangetroffen.  Lastiger wordt het koppelen van een datering aan een aantal stukken benen gereedschap die ik op die plaats heb gevonden. Dit moet ik even nuanceren. Mijn vrouw vond er een mooie benen priem. Ik vond er twee kwalitatief minder mooie priemen. Als botten en stukjes gewei langere tijd aan de oppervlakte liggen zullen ze vergaan. Doordat de artefacten op deze locatie uit de diepere grondlagen onder water komen bestaat ook hier de kans dat ze uit de Bronstijd stammen. In ieder geval is het niet uitgesloten.

Pijlpunten uit het Neolithicum en de Bronstijd. Vondsten van de IJsselmeerkust.

Doordat vuurstenen artefacten jarenlang op de bodem van de vroegere Zuiderzee hebben gelegen zijn ze door een chemische reactie nagenoeg allemaal zwart geworden. In de afgelopen jaren heb ik daar maar een paar keer een artefact gevonden dat grijs gekleurd is. Dit zijn artefacten die ik op een hoger gedeelte tussen de schelpen(kalk) heb gevonden. Mijn vermoeden is - dit is zeker geen wetenschap - dat de stenen onder die omstandigheden door de zon iets van hun zwarte kleur kwijtraken. Dit gaat overigens om minder dan 1 % van de artefacten. Een paar jaar geleden vond ik op deze locatie mijn eerste "sierraad". Er was eerder al door anderen een doorboorde hondentand en een stuk van een berentand gevonden. Door deze vondsten was ik beter gaan opletten. Ik realiseerde me dat ik alleen maar gefocust was op zwarte vuursteentjes. Ik had nooit gelet op andere stenen of tanden met gaatjes totdat ik bekend werd met de vondsten van mijn collega's. Vanaf dat moment heb ik alles aan een nader onderzoek onderworpen. Dit leverde me toch een mooi stenen "hangertje" op. De vondst maakte het tot een topdag. Het is een steentje dat ik nog regelmatig even uit de vitrine neem.

Het is me bij mijn zoektochten in binnen- en buitenland al een paar keer gebeurd dat ik stukken niet oppak of in mijn handen neem en daarna terug leg. Iets waarover ik later wel eens spijt heb gekregen. Ik zag er dan niets in of ik dacht dat het niets bijzonders was. Later realiseerde ik me, door een foto op internet of het zien van een vondst van een collega, dat ik iets stoms had gedaan. Vandaar dat ik tegenwoordig meer "twijfelstenen" mee naar huis neem. Op deze locatie heb ik ook een paar keer stenen gevonden van een ander materiaal die ik beter wil bekijken. Het zijn stenen die niet in het beeld passen van eerdere vondsten. Ze hebben geen duidelijk harde kenmerken van een artefact, maar toch. Een paar jaar geleden had ik dit soort stenen weggegooid en nu bewaar ik ze even.

                                                                                        Een stenen hangertje van de IJsselmeerkust.

Het bovenstaande onderstreept voor mij het belang om regelmatig een museum af te struinen, internet te raadplegen, boeken te lezen en in de vitrines van collega's te kijken. Ik moet een "zoekbeeld" hebben. Er zijn natuurlijk gemakkelijk herkenbare dingen. Ik vond recent een mooie vuistbijl in Frankrijk. Deze lag gewoon open en bloot op een kale gladde akker. Die zou niemand laten liggen. Ik zag een poosje geleden een foto van een paleolithische vondst uit Drenthe. Dat is andere koek. Ne het bekijken van die foto heb ik me afgevraagd of ik dat artefact herkend zou hebben. Na het zien van die foto ga ik toch weer met een ander "zoekbeeld" het veld in.

 

Benen priemen van de IJsselmeerkust.
 

De kop van Noord Holland is geen gemakkelijke plaats voor amateur archeologen om de hobby te beoefenen. De locaties waar wat aan de oppervlakte ligt zijn beperkt. Mijn zoektochten buiten deze Bronstijd locatie hebben tot nog toe weinig opgeleverd. Recent hoorde ik dat iemand met een metaaldetector een stenen bijl heeft gevonden in de omgeving. Heb ik toch iets over het hoofd gezien. Morgen maar weer even op pad.

Do van Dijck, december 2014.

 

 

 

 


 

Uit de collectie van Willem van Dijk, Opende.

In de Friese wouden zijn nog een groot aantal amateur archeologen te vinden. Mensen die in het voor en najaar de geploegde velden afzoeken naar archeologische schatten. Eén van hen is Willem van Dijk uit Opende. Zijn gebied kan afgebakend worden tot de omgeving Drachten en de omgeving van de Leijen. In zijn collectie zijn ook prachtige stukken uit het Jong Paleolithicum te vinden. Een paar mooie stukken uit de collectie van Willem zijn zeer zeker de moeite waard om ze even in deze nieuwsrubriek te laten zien.

 Willem van Dijk met één van zijn artefacten.

 

 

 

 

 

 

 

 

Een prachtige Tjonger of Federmesserspits uit de collectie van Willem van Dijk. Dit soort spitsen zijn toch wel zeldzame vondsten. 

  

 

Hoewel niet moeders mooiste is deze aan de bewerking te herkennen en is het wel degelijk een krombeksteker uit de Hamburg cultuur. In de collectie van Willem van Dijk kwam ik er nog eentje tegen die helaas was gebroken. Trouwens een schitterende jong paleolithische kern in de collectie liet onmiskenbaar zien dat de vondsten afkomstig zijn van een vindplaats van de Hamburg jagers.

Het is altijd een nieuw avontuur als je in de collectie van een andere amateur archeoloog rond mag kijken. Je doet leuke ontdekkingen en ziet fraaie artefacten.Een van de stukken van deze amateur archeoloog die zeker even een plaatsje verdient in deze rubriek is een zeer fraaie trapezium spits. Omdat deze een prachtig voorbeeld is van hoe een trapezium spits er uit moet zien, is gekozen voor een grotere foto.

J.F.K.14/12/14


 

Abstracte kunst van de Homo Erectus.

Eén van onze verre voorouders, de homo Erectus (1.900.000 - 400.000 jaar geleden) zou in staat zijn geweest om kunstuitingen achter te laten in de vorm van een gravering op een schelp. Dit is het recente archeologische nieuws uit Leiden.

Ongeveer 120 jaar geleden ontdekte de Nederlander Eugéne Dupois bij opgravingen op Java botten en schedel delen van een vroege mensensoort die hij "de Javamens" noemde. In Europa speelde zich in diezelfde tijd een onderzoek af naar de Homo Erectus. Gezien de overeenkomsten van opgegraven botten en schedels in Europa met de Javamens van Dubois, werd deze Javamens later omgedoopt tot een type van de Homo Erectus.

schedeldak Java mens ontdekt door Eugéne Dubois.

Jarenlang bleef er een geheimzinnige waas liggen rond het opgegraven bot materiaal van mens en dier door Dupois. De wat werelvreemd geworden archeoloog liet niemand toe tot zijn schatten. Pas na zijn dood is daar langzaamaan verandering in gekomen en worden nu de duizenden stukken die vanaf 1891 zijn opgegraven op Java nader onderzocht. Archeologe José Joordens van de Universiteit van Leiden ontdekte op één van de mossel schelpen uit de collectie van Dubois krassen, waarna een verdere studie volgde onder meer onder leiding van de Hoogleraar archeologie van de oude steentijd, Wil Roebroeks. Dat onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de krassen op de schelp met een scherp voorwerp zijn ingekrast tussen 640.000 en 400.000 jaar geleden. De bepaling van die ouderdom is in relatie gebracht met de aardlagen waarin de schelpen werden aangetroffen.

Een ander detail aan de mosselschelpen dat ook werd onderzocht zijn de gaatjes die aan de bovenzijde in de schelp leken te zijn geboord. Volgens de onderzoekers boorde de Homo Erectus met een scherp voorwerp, mogelijk een haaientand, een gaatje in de schelp van de mossel om daarmee te sluitspier van de mossel te beschadigen waarna de kleppen van de schelp konden worden geopend.

 

 


 

3500 jaar oude bronstijddolk als deurstopper.

Een Engelse boer die ongeveer 10 jaar geleden bij het ploegen van zijn land een groot bronzen voorwerp naar boven ploegde heeft jarenlang niet geweten dat dit voorwerp een zeer zeldzame bronzen offerdolk was. Hij gebruikte het voorwerp als deurstopper op de boerderij. Dit totdat er iemand bij hem op de boerderij kwam die het voorwerp herkende.

De bronzen dolk meet 68 cm en weegt iets meer dan 2 kg. Dit soort bronzen offerdolken werden rond gebogen gesmeed. Het buigen van de bronzen dolk heeft vrij zeker met een bepaald ritueel uit de bronstijd te maken. In Engeland zijn nog een viertal van deze dolken in de afgelopen decennia boven water gekomen die vrij identiek van vorm en samenstelling zijn. Onderzoekers menen daarom dat dit soort rituele dolken allemaal afkomstig zijn uit een zelfde werkplaats. De dolk is inmiddels aangekocht en zal in een museum een plaats krijgen


Romeinse muntschat gevonden in Rotterdam.

Bij een aanleg van de Nieuwe Rotterdamse baan is recent een Romeins potje met zilveren munten opgegraven. De 107 zilveren munten, Romeinse Denari, waren geslagen onder drie verschillende Romeinse keizers, namelijk, Keizer Nero, Keizer Marcel Aurelius en Keizer Otho. De laatste is slechts drie maanden keizer geweest. Naast de munten werden in het potje zes zilveren arbanden en een zilveren mantelspeld aangetroffen. De onderzoekers spreken van een zeer bijzondere vondst die ook weer nieuw licht werpt op de betrekkingen tussen de Romeinen en de bevolkingsgroepen die toentertijd in Nederland leefden.

 

 JFK,22/11/14


Dick Mol betrokken bij de opgraving van mammoeten in Namibië.

In Namibié worden in een rivierbedding van het natuurpark Etosha opgravingen gedaan waarbij fossielen van verschillende dieren worden aangetroffen. Eén van de aangetroffen vondsten is een bijna compleet skelet van een onbehaarde mammoetsoort, de Mammuthus Subplanifions. Het opgegraven skelet is van een ongeveer 3 meter hoog mannetje dat tussen 3,5 tot 4 miljoen jaar geleden leefde in Namibië. Volgens Mol heeft onderzoek doen vermoeden dat het mannetje van ouderdom is gestorven. Dicht bij de vindplaats is men bezig met het opgraven van nog een skelet van een mammoet, volgens Mol een vrouwelijk exemplaar. Mol denkt dat verdere opgravingen in het gebied dat nu nog deels onder water staat, tot nog mee prachtige vondsten zullen gaan leiden.

 com

Zoals bekend komen mammoeten in Europa voor vanaf ongeveer 2 miljoen jaar geleden. Normaal worden skeletten en soms complete mammoeten gevonden in de permafrost lagen in Siberië. De vondst van de skeletten van mammoeten in Namibié is zonder meer bijzonder. De theorie die Dick Mol en zijn mede onderzoekers hanteren is dat de Afrikaanse mammoet rond 2 miljoen jaar geleden de oversteek heeft gemaakt van Afrika naar het vaste land van Europa en zich vandaar over heel Europa heeft verspreid. In het vervolg van de oversteek van mammoeten naar Europa volgde de mens. In deze theorie volgde de mens als jager het wild, de mammoet. Dit zou ook verklaren dat er in Georgië menselijke botresten zijn gevonden van 1,8 miljoen jaar oud. In de optie van de groep Mols jagers die de kudden mammoeten volgen. Door het koudere klimaat in Europa vond er bij de mammoeten een mutatie plaats en veranderden ze van kaal naar behaard.

JFK.20-11-14


Drenths museum koopt grootste Drenthse particuliere archeologische verzameling van amateur Archeoloog Ger Holtrop.

Eén van de grootste particuliere verzamelingen van Drente wordt binnenkort geëxposeerd in de Drents museum. Na lange onderhandelingen is het de conservator van het Drenths museum, Jaap Beuker gelukt om de enorme en zeer waardevolle verzameling archeologische artefacten van de te Borger wonende Ger Holtrop aan te kopen. Holtrop, een verwoed amateur archeoloog legde in meer dan vijftig jaar een enorme verzameling artefacten van Drenthse bodem aan. Op zijn zoektochten in de velden van Drenthe en door het opkopen van waardevolle artefacten gevonden in de Drenthse bodem, zijn veel unieke stukken uit de steentijd in zijn verzameling terecht gekomen.

 Topstuk uit de collectie van Ger Holtrop is een bonzen zwaard gedateerd op ongeveer 3000 jaar geleden en aangetroffen onder Drouwen. Daarnaast zijn er in de collectie van Holtrop een aantal fraaie bronzen bijlen en een bronzen speerpunt aanwezig. Deze komen in vorm overeen met soortgelijke bijlen uit de Bronstjd die in het aangrenzende deel van Duitsland zijn aangetroffen. In het Emsland museum in het Duitse Meppen zijn er een aantal de vinden in de exposities.

 

Bijzonder zijn ook de vele bijlen uit een aantal verschillende prehistorische culturen. Maar wat echt bijzonder is zijn twee zeer fraaie klokbekers die in de zeventiger jaren werden opgegraven in Roden. Bij de opgraving kwamen drie van deze klokbekers te voorschijn. Eén daarvan werd toentertijds aangekocht door het Drenths museum en de twee anderen kwamen in het bezit van Holtrop.

 

 Vanaf medio 2015 worden delen uit de collectie van Ger Holtrop uit Borger in het Drenths museum geexposeerd voor bezoekers.

17-11-14

JFK 


 

Meindert Leij ontdekte in de zeventiger jaren een opmerkelijke site in Oostrum.

Meinder Leij uit Leeuwarden is één van de markante amateur archeologen die Fryslân rijk is. In de zeventiger jaren raakte hij besmet met het archeologische virus en sindsdien heeft hij al heel wat mooie ontdekkingen in de provincie gedaan. Het is niet alleen de steentijd archeologie waar Meindert zich mee bezig houdt maar ook de vroege middeleeuwen hebben zijn interesse. Zo heeft hij bij een aantal opgravingen op de Leeuwarden terpen ook vondsten gedaan die de vroege middeleeuwse geschiedenis van Fryslân in een ander daglicht hebben gesteld.

Kernstuk

In dit artikel de ontdekkingen bij Oostrum, een dorp op de overgang van het zandgebied naar het kleigebied in het noorden van de provincie. In de zeventiger jaren ontdekte Meindert tijdens het werk in een grote ruilverkalveing in Dongeradeel een nederzetting uit de midden steentijd (Mesolithicum). Bij de aanleg van een verkavelingsweg en de aanleg van sloten werd een dekzandrug doorsneden. Het materiaal dat op deze zandrug onder Oostrum werd gevonden toonde aan dat er een bewoning was geweest door jagers uit de steentijd.

Eerder waren in Oostrum al Neolitische vondsten gedaan die gerelateerd konden worden aan de trechterbekercultuur van de hunebedbouwers. Deze vondsten werden eerder gedaan in de zool van de dorpsterp van Oostrum. De nieuw door Meindert ontdekte mesolitische site ligt iets ten westen van het dorp Oostrum. Een kleilaag dekt de daaronder liggende zandruggen af. Het is een uitloper van het Drenths - Fries plateau dat zich vanaf de Hondsrug tot Dokkum uitstrekt. De bewoningsresten van de culturen die eerder op de zandruggen woonden zijn door overstromingen tengevolge van een stijgend zee niveau door klei afzettingen afgedekt. Doordat in dit gebied het veen ontbrak hadden overstromingen vrij spel in het gebied met de zandruggen. De nagelaten vroegere sporen van bewoning zijn dan ook deels verspoeld. Dat dit fenomeen niet op zichzelf staat bewijzen eerdere aangetroffen sites ten zuiden van Dokkum, bij Raard, Bornwird en Brantgum. Een deel van de bewoningssporen zoals vuurstenen artefacten worden dan ook deels aangetroffen in de klei en deels in de zandruggen.

Fries-Drenths plateau met uitlopers tot Dokkum.

Na de ontdekking van de bewoning sporen bij Oostrum werd een opgraving gedaan onder leiding van archeoloog en opgravingsleider Gerrit Elzinga, van het Fries Museum. In een dambord onderzoek werden per vierkante meter de voorwerpen met een kaasschaaf methode verzameld. De zandlaag werd tot een bepaalde diepte afgeschaafd waarbij alle aangetroffen voorwerpen ingemeten werden. Meindert Leij heeft een paar maanden bij deze opgraving geassisteerd. Als beginnend amateur archeoloog is dit uitermate spannend werk en het levert ook een mooie ervaring op. Er wordt geleerd hoe werktuigen en afval materialen gescheiden. worden. Ook bij het afval kunnen nog interessante vondsten ontdekt worden.

Het resultaat van de opgraving was een grote hoeveelheid vuurstenen werktuigen zoals kernstenen, krabbers, spitsen, boren, messen maar ook afslagen en klingen. Een heel bijzondere vondst op deze plaats was een aanbeeldsteen die vrij zeker is gebruikt bij het bewerken van vuursteen. Deze eerste opgraving heeft op Meindert Leij een grote indruk gemaakt en was eigenlijk een fundament waarop hij zich verder heeft ontwikkeld als amateur archeoloog. Na de opgraving is de opgegraven grond  uigevlakt. Daarin trof Meindert later nog een aantal artefacten aan waarvan een paar hier bij dit artikel zijn afgebeeld.

 

 

 

Meindert Leij, oktober 2014. 

 

 

 

 

 

 


 Stiintyd Wurkgroep Fryslân brengt bezoek aan musea in het Duitse Hümmlinggebied.

Zondag 13 juli reisden we me elf leden van de Stientiid wurkgrûp Fyslân, standplaats Burgum richting Meppen en Uelsen en na jaren van zoekdagen in die omgeving gingen we nu eindelijk eens een tweetal musea te bezoeken met uitgestalde vondsten uit dat gebied en natuurlijk vondsten in het veld buit te maken, deze keer in de sfeer van fossielen en mineralen uit een plaatselijke groeve.
De reis werd voorbereid door Ineke Wiebing en Evert Kramer. Beiden tracteerden de groep op een wervelend programma van Kaffee und Kuchen, archeologisch streekmuseum Meppen, middag pick nick uit eigen buideltas langs een rijpe gerstakker, openlucht museum Uelsen - over Bronstijd samenleving, grafheuvelgroepen rondom Uelsen - groeve met tertiare afzettingen van zanden en klei, ijstijdverschijnselen zoals vingervormige droogdalen, uitspoelvlaktes, stuwwallen, diner in Halle met ondermeer schweinehaxe en op de terugweg natuurlijk de onvermijdelijke maar spannende finale van het WK voetbal Duitsland - Argentinië met als slotakkoord de treffer op de valreep van Mario Götze rond een uur of half twaalf.

 Koffie met gebak in Meppen

Het Emsland museum heeft de laatste jaren een metamorfose doorgemaakt voor wat betreft de inrichting. Er is gebruik gemaakt van recente vondsten van archeologische opgravingen in de regio van Meppen. Een prachtig indeling die begint met de beroemde vuistbijl van Twisk,( een prachtig stuk gereedschap van een vroegere Neanderthaler) en doorloopt tot in de bronstijd.

vuistbijl van Twisk.

Een aantal leden van de wurkgroep maakte in het verleden al regelmating een tochtje naar de Hümmling op zoek naar artefacten. Een rijk gebied waar ook nog resultaat te behalen is. Er zijn in dit gebied prachtige pijlpunten en heel veel grote schrabbers gevonden. Het bezoek aan het Emsland museum was dan ook bedoeld om wat meer inzich te krijgen in de archeologie van het gebied dat bekend is van de hunebedden en grafheuvels. Dat lukte met behulp van de exposities in het museum heel goed. Er werd hoorbaar gediscussiëerd in de groep over de vondsten en er werden vergelijkingen getrokken met de Nederlandse hunnebedden in Drenthe. 

Zowel in Nederland als in Duitsland is veel onderzoek gedaan naar de in het gebied tussen de Hondsrug en het Duitse riviertje de Hunte voorkomende hunebedden. Er is een uniformiteit met betrekking tot de bouw en de aangetroffen artefacten en het aardewerk. Jammer genoeg zijn veel hunebedden verwoest en zijn er nog weinig intact. In Drente zijn er nog 54, op de Hümmling nog 52 en op de Lingener hoogte nog 9. Het is bekend dat er in 1825 op de Hümmling nog zeker 105 hunebedden waren. Een groot deel van de stenen van hunebedden is gebruikt als wegverharding. In de stenen werden gaten geboord die men met dynamiet liet springen en vervolgens werden de stukken geklopt en gebruikt als wegverharding. Eigenlijk begon al met de kerstening in de vroege middeleeuwen de afbraak van de hunebedden. Ze werden beschouwd als heidens en plaatsen waar de duivel heerste. Met de kerstening zijn ook een groot aantal hunebedden verwoest en zijn de grote stenen gebruikt voor andere doelen zoals de bouw van kerken. Tegenwoordig zijn hunebedden monumenten die een bescherming genieten en bron zijn van archeologisch onderzoek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

Een stel prachtige standvoetbekers opgegraven op de Hümmling laat zien dat ook deze cultuur, de enkelgrafcultuur, hoewel minder vaak voorkomend, ook in dit gebied is vertegenwoordigd. De enkelgrafcultuur dankt de naam door het feit dat na de trechterbekercultuur mensen niet meer werden begraven op centrale plaatsen maar apart in een graf waarin ze grafgiften meekregen vaak in de vorm van een standvoetbeker (zoals hiernaast weergegeven) en een strijdbijl. Onderzoekers zijn van mening dat de mensen uit de enkelgrafcultuur vaak mobiel waren en als een soort nomaden in het gebied rondtrokken waarbij men nog steeds de veeteelt en landbouw beoefende maar ook nog veel jaagde en viste.

 Voor wie ook geinteresseerd is in de archeologie in het Emsland museum in Meppen een bezoek meer dan waard. www.archaeologie-emsland.de

 

 In het Bronzezeit museum kregen we 's middags een prachtige  rondleiding door Ria Ploeg, ooit woonachtig in Amsterdam - Oost, maar weggevlucht toen haar wijk begon te vervreemden van haar en sedert dien al weer 10 jaar inwoonster van Uelsen. De ontdekking van een bronstijdgrafveld vormde uiteindelijk de aanleiding tot bouw van dit openluchtmuseum. Ook Ria's belangstelling werd gewekt en resulteerde in haar vrijetijds baan van archeotolk . Hoogtepunt is de reconstructie van een boerderij op ware grootte geinspireerd op opgravingsgegevens uit Hijken waar eerder huisplattegronden en celtic fields tijdens archeologisch onderzoek aan het licht kwamen

 

 De Bronzezeithof in Uelsen. ( www.bronzezeithof.de ).

Niet onvermeld mag blijven de schitterende demonstratie van vuur maken in die tijd met pyriet en tondel en het boren van een steelgat in een stenen hamerbijl met een zogenaamde holle boor van vlierhout. Gedoopt in vochtig scherp zand is het resultaat na een minuut of tien door afwisselend trekken aan een touw door twee personen - het touw een paar slagen om de de boorspil gewikkeld - te zien in het dan ontstane minieme boorgaatje. Ook hier was de archeotolk een Hollander uit de kop van Overijssel. De boogschutter en de kokkin spraken we nog kort en daarna ging de reis verder naar de groeve uit het tertiair waar de hoop op haaientanden was gevestigd blijkens een stageverslag van fysisch geografen uit 1970 waar een van de cursisten tijdens zijn studententijd aan deelnam. Voor hem was deze excursie deels ook een sentimental journey. Het weer was prachtig want de eerste plensbui kwam pas rond half acht, toen de groep met kelken wijn en bier onder een oude beuk in de Schweinswirt in Halle was neergestreken. Een plaatselijke vliegenplaag maakte dat we binnen onze maaltijd nuttigden om vervolgens tevreden en voldaan huiswaarts te keren.

 

Het bezoek aan de Bronzezeithof in Uelsen werd afgesloten met een bezoek aan de grafheuvelgroep bij Gölenkamp. Deze beroemde hoogte met een groot aantal grafheuvels leverde al in 1840 een zeer opmerkelijke vondst op. Een boer die het land er bewerkte vond daar toen een gouden beker. Het is tot nu de allerbelangrijkste vondst in dit gebied. De hoogte leent zich ook voor verdere overpeinzingen zo bleek al snel. Evert Kramer, Klaas Henstra en Tjitte Douma bogen zich op een bankje over de Bronstijd en filosofeerden er even rustig op los.

 

(www.schweinswirt-uelsen.eu )

 

Evert Kramer/Ineke Wiebing

Foto,s Jan F.Kloosterman

18-7-14.

 

 


Rinke Nolles 98 jaar.

Samen met Jan Huizenga bracht ik op 14 juli een bezoek aan de 98 jarige Rinke Nolles. Deze oud archeoloog en geoloog kampt al jaren met een dwarslesie en is aan zijn huisje in Jubbega gebonden. Hoewel een beetje vergeetachtig bleek hij nog niets van zijn oude enthousiasme kwijt.Tijdens het bezoek vertelde hij over de archeologische opgravingen die hij samen met de eigenzinnige schoolmeester uit Waskemeer Piet Houtsma had uitgevoerd. Een mesolithische opgraving onder Bakkeveen werd door de bijzondere vondsten die het tweetal aantrof wereldnieuws waarbij zelfs de Duitse ontdekker van de Hamburg cultuur Alfred Rust, de moeite nam om samen met het tweetal Nederlandse onderzoekers de vondsten in Bakkeveen te bekijken en te onderzoeken. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16-7-14 JFK 


Bewijzen Prehistorische gereedschappen handel ontdekt in Denemarken.

In Sylttholm in Denemarken is men al een aantal jaren bezig met een opgraving waarbij veel van de artefacten uit de overgangsfase van het Mesolihicum naar het Neolihicum worden aangetroffen. Ook is een deel van de artefacten gedateerd op een jongere Neolithische periode.  Het opmerkelijke is dat de artefacten per soort in een bundeling worden aangetroffen. Onderzoekers denken dat de plaats waar de artefacten zijn aangetroffen en de bundeling van gelijksoortige artefacten te maken hebben met de aanleg van voorraden voor handel. Eén van de conclusies die ze bij het onderzoek getrokken hebben is dat het gebied waar de artefacten zijn aangetroffen ten tijde van de overgang van het Mesolithicum naar het Neolithicum (6000 tot 5500 jaar geleden) uit moerassig rietland bestond. Mogelijk gebruikten de makers van de artefacten dit moerassig rietland gebied als plaats waar voorraden werden verborgen.

De artefacten blijken voor het grootste deel gemaakt van lokale vuursteen en van bot en gewei van onder anderen eland en edelhert. Ook is materiaal van Duitse oorsprong aangetroffen en zijn er artefacten die vergelijkbaar zijn met de artefacten die in dezelfde periode in Duitsland gebruikt werden. Daaruit is weer een conclusie getrokken dat het begin van de Neolithische boeren revolutie, waarbij de jagers minder gingen jagen en als nieuwe richting het land gingen bewerken en vee gingen houden, past bij de opgegraven vondsten. Een prachtige ontdekking deze opgraving die ook weer meer duidelijkheid schept in de ontwikkeling van de mensen en op de overgang van de Mesolihische cultuur naar de Neolithische cultuur.

 

Eén van de prachtige bijlen van gewei met doorboord gat die werd aangetroffen tijdens de opgravingen in Sylttholm. 


 

Steentijd van Steenwijk.

In de archeologie ontmoet je elkaar vaak en ga je bij elkaar kijken wat er gevonden is. Daarbij worden de gevonden artefacten van het nodige commentaar voorzien. Gerrit Jonker had mij in Steenwijk op de koffie genodigd omdat hij een aantal nieuw gevonden artefacten aan me wilde laten zien en door mij wilde laten beoordelen. Midden Paleolithen zijn het denk ik, vertelde Gerrit en je moet er even naar kijken. Een paar stukken heb ik al naar de Universiteit in Groningen gezonden ter beoordeling en daar heeft men ze goedgekeurd. Nu heb ik er nog meer gevonden en wil die je laten zien. Toen ik bij Gerrit kwam lag de tafel al snel vol met stukken vuursteen en konden we samen de stukken onderzoeken. Er lagen een aantal artefacten bij die ik - met mijn kennis van zaken en dat is niet de gestudeerde maar praktische kennis - beoordeelde als Midden Paleolithische stukken en dat betekent eigenlijk niets meer en niets minder dat de hier vroeger rondtrekkende Neanderthalers die stukken hebben gemaakt.

 

 Elke keer als we samen om tafel zitten bekijken we de gevonden stukken met een loep en overleggen met elkaar hoe we het stuk beoordelen en hoe de afslag en de bewerking op de afslag tot stand zijn gekomen. Waarvoor het stuk is gebruikt en uit welke tijd het kan stammen zijn natuurlijk ook onderwerpen van die discussie. Dat is een spannende bezigheid want vaak komt het voor dat we moeten vaststellen dat het gewoon een stuk vuursteen is dat onder druk of door een andere oorzaak is afgebroken en daardoor een model heeft gekregen dat misschien lijkt op een werktuig maar het niet is. Op die wijze stukken beoordelen maakt dat je ook snel de tijd vergeet en dat het bezoek dat je had gepland weer veel te kort is. 

 

 Gerrit met nieuw gevonden materiaal en een foto van een aantal afslagen met bewerking, uit het Middel Paleolithicum

 

 Naast de vondsten uit het midden paleolithicum waren er in de collectie van Gerrit ook een drietal werktuigen aanwezig die de moeite waard zijn om ze even te laten zien. Allereerst een klokbekerspits ook wel driedoorn genoemd.


 

 

 

 

 

 

 

Dan een prachtige spits die volgens mij in de Bronstijd thuis hoort maar dat kan ook vroeger zijn. Het lijkt haast een soort bladspits. Het mooie is dat deze spits is geslagen op een vorstsplijtstuk dat nog duidelijk als zodanig herkenbaar is. De randen zijn prachtig bewerkt en voor de herkenbaarheid hiervan ook twee foto,s van boven en onder zijde.

 Tot slot nog een vondst van een spits die qua vorm afwijkt van de prachtige voorbeelden die we ter beschikking hebben in de archeologie. We noemen spitsen met afwijkende vorm vaak a typisch en dat is hier denk ik ook het geval. Zelf denk ik jong Neolitisch of bronstijd.

 

 

 

 

Een paar getekende spitsen als voorbeelden uit de Bronstijd.

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Nieuwe site van de Tjonger cultuur ontdekt ??

Heel vaak krijg ik vragen van mensen om even te komen kijken naar de stenen die ze hebben gevonden. Daar besteed ik met een hele kleine uitzondering ook aandacht aan. Vandaag was ik op bezoek bij Akkie Visser en Henk Baron in Drachten om daar ook thuishoort even hun "stenen"te bekijken. Al snel bleek in een eerste gesprek dat bij Akkie de archeologie in de familie zit. Broer Piet Visser uit Driesum had ik eerder leerde kennen als amateur archeoloog in de Friese Wouden die in de omgeving van zijn woonplaats niet onverdienstelijke vondsten heeft gedaan uit de steentijd. Haar andere broer Frederik Visser is zo mogelijk nog bekender. Zijn minerale winkel annex museum de "Oude Aarde" in Giethoorn ( www.deoudeaarde.nl ) is nationaal bekend. Wat minder bekend is het feit dat ook Frederik prachtige collecties artefacten in zijn bezit heeft.

 

Akkie Visser met de verzamelde artefacten op de keukentafel die ze samen met haar partner Henk Baron in korte tijd verzamelde.

Akkie en Henk assisteren regelmatig bij opgravingen en recent verleenden ze hun diensten nog bij de opgraving van een veenterpje onder Sneek. In het voorjaar van 2014 trof eerst Henk een paar prachtige kernen aan op een akker en bij verder onderzoek van deze plek deden ze samen een unieke ontdekking in het zuiden van Fryslân. Hoewel ze nog niet heel veel ervaring met de steentijd en het zoeken naar artefacten uit die tijd hebben kwamen ze al snel tot de ontdekking dat ze iets unieks hadden ontdekt. Ze verzamelden al het steenmateriaal dat ze op deze nieuwe vindplaats vonden en namen dat mee naar huis. Avond aan avond zaten ze al de steentjes die ze hadden gevonden op die nieuwe vindplaats aan de keukentafel te bekijken en diepten het ene na het andere mooie stuk op. Toen ze op een gegeven moment bij het schoonmaken wel een hele fraaie kern tussen de stenen ontdekten was het ook voor hun duidelijk dat ze iets moois hadden gevonden. Bij een vergelijking en navraag bij anderen kwam het gevonden steentijd materiaal overeen met de Tjonger of Federmesser cultuur.


De mensen van de Tjonger cultuur leefden rond 10.000 jaar geleden op een open toendra landschap met berken en dennen en jaagden op het standwild  dat er in die tijd graasde op dat open toendra landschap. Het standwild bestond voornamelijk uit edelherten, elanden, damherten, reeën, de oeros en het wild zwijn. Ook visten ze en behoorde het jagen op vogels tot hun jacht.

In tegenstelling tot hun voorgangers, de jagers uit de Hamburg cultuur die op hun jacht meetrokken met de rendieren bleven de jagers van de Tjonger of Federmesser culuur vaak in een klein gebied waar ze hun jacht beoefenden.  Dat heeft te maken met het standwild. Dat trok niet maar bleef in de omgeving waar het opgroeide

Hiernaast.  Tekeningen van artefacten door archeoloog Otto Harm Harsema naar aanleiding van een opgraving van een Tjonger site

 

Eén van de fraaie kernen die Akkie en Henk op de Tjonger site hebben gevonden. Prachtig zijn de lijnen van de afgeslagen klingen op de kern terug te vinden.

 

 Een deel van de prachtige artefacten uit het jong paleolithicum. Een vervolg op dit artikel zou moeten zijn dat ook gevestigde wetenschappers naar deze vondst kijken en daadwerkelijk gaan vaststellen of de artefacten geplaatst kunnen worden in de Tjonger of Federmesser cultuur.

 Jan F.Kloosterman, 22 juni 2014.


Mesolitisch bijltje.

Meindert Leij stuurde foto,s van een Mesolithisch bijltje dat hij ten oosten van Burgum heeft gevonden. De foto,s laten duidelijk zien dat het bijltje geschacht is geweest. Uit onderzoek weten we dat dit soort bijltjes vaak in een houder gemaakt van een gewei of in een houten steel werden gezet. Ook het Bijltje dat Meinder heeft gevonden heeft vrijzeker in een schachting van een deel van een gewei of hout gezeten. Het loopt vanaf de snede taps toe en het is zo bewerkt om het goed te kunnen schachten. 

 

 Meindert schrijft bij de foto,s dat het bijltje aan beide zijden van de snede is gemodelleerd door er overdwars een stuk af te slaan. (trancetslag) en dat het bijltje is geretoucheerd om het goed te kunnen schachten. Mogelijk heeft men dit werktuig gebruikt om takken van bomen te kappen aldus Meindert. Hij dateert het bijltje in het midden of laat Mesolithicum maar het zou ook nog kunnen dat het uit het vroege Mesolithicum (boreaal) stamt.

 Het is natuurlijk een schitterende vondst omdat je kentbijltjes niet vaak zo mooi bewerkt vindt. Daarom ook even een plekje voor deze mooie vondst van Meindert Leij.

 

 Een voorbeeld van het schachten van een bijl in een manchet van gewei dat daarna in een houten steel werd geplaatst.

 

 

 

 

 

 

 

 



 

Kerfspits

Roel van der Brug uit Ureterp verzamelt al jaren artefacten afkomstig van een aantal site's onder Bakkeveen en één van zijn recente vondsten verdient ook best even een plekje in deze nieuwsrubriek.  Zijn nieuwste vondst is een kerfspits. Kerfspitsen komen voornamelijk voor in de Hamburg cultuur die gedateerd kan worden zo tussen 13.000 en 10.800  jaar geleden. De Hamburgcultuur was een jagerscultuur en de jagers uit die cultuur jaagden voornamelijk op rendieren en trokken met de kudden rendieren mee over de grote vlakten. In Fryslân zijn in het gebied Bakkeveen - Siegerswoude - Ureterp een aantal site,s ontdekt van deze jagerscultuur. De kerfspits vondst van Roel van der Brug kan ook gerekend worden als een spits van dit jagersvolk.

 Kerfspits.

 De fraaie vondst van Roel van der Brug.

 

 Voor een goede herkenning en vergelijking zijn deze foto's groot afgedrukt.

 

 

 

 

 

 

 

 

JFK.22-6-2014 

 

 

 


Vondst van een 14.000 jaar oude kaak van een mens in  Krasnojarsk (Siberië)

 In het Siberische Krasnojarsk zijn bij de aanleg van een brug tientallen botten aangetroffen van dieren waaronder die van mammoeten. De botten bleken gezien de aanwezige sporen, afkomstig van mogelijk geslachte dieren. Onderzoek naar de ouderdom van de botten toonde aan dat deze ruim 14.000 jaar oud zijn en stammen uit het jong paleolithicum. Bij het verdere onderzoek op de vindplaats van de botten is een complete menselijke kaak met tanden aangetroffen. Op zich heel bijzonder omdat daardoor een relatie kan worden gelegd met het slachten van dieren ter plaatse.

Bijzonderheden van de vindplaats zijn dat er tussen de opgegraven botten waar de kaak lag, gereedschap en jachtwapens zijn aangetroffen zoals die in het Jong Paleolithicum werden gebruikt bij de jacht op dieren. Voor wat deze vondsten betreft wordt dan ook aangenomen dat het om een jagerskamp gaat waar de buitgemaakte dieren zijn geslacht. Dat daartussen een kaak van een mens is aangetroffen zou ook nog kunnen wijzen op kannibalisme volgens de onderzoekers. Normaal was het in die periode al zo dat mensen werden begraven en dat in zo'n geval meer zou moeten zijn gevonden dan alleen een losse mensenkaak.

 In het Max Plank laboratorium wordt nu een onderzoek uitgevoerd op de kaak of er mogelijk een relatie kan worden gelegd tussen de aangetroffen botten van dieren en het eten van het vlees daarvan door mensen in die periode. Dit omdat de kaak is aangetroffen te midden van botten waaronder slagtanden van mammoeten. Mogelijk dat daarbij een relatie kan worden gelegd met de jacht op mammoeten. Eén van de onderzoekers, Leonid Galuhin heeft uitgelaten dat hij het zeer waarschijnlijk acht dat er 14.000 jaar geleden nog op mammoeten werd gejaagd. Ook hoopt hij met het onderzoek op de aangetroffen kaak bewijs te kunnen vinden of mensen in die periode aan kannibalisme deden en dat de kaak daar een bewijs van zal kunnen zijn.

De tanden in de kaak zijn belangrijk om daaruit mogelijk DNA vast te stellen. Daaruit kunnen de mogelijke leeftijd maar ook ziekten en ook het menselijk ras vastgesteld worden

 Onderzoek op de vindstplaats bij Krasnojarsk.

 

 

 

 JFK 18 juni 2014.


Schedeldak van 9500 jaar oud van een vroegere jager-verzamelaar uit Noordzee opgevist.

Ongeveer anderhalf jaar geleden haalde een visser op de Noordzee een stuk van een schedel in zijn netten naar boven. Het stuk schedel is daarna onderzocht door deskundigen en aan de hand van het onderzoek kon worden bepaald dat het schedelstuk van een man is geweest en ongeveer 9500 jaar oud is. In die tijd was de Noordzee nog droog en leefden er families van jager-verzamelaars in het gebied wat thans de Noordzee is. Ze leefden daar van het jagen op onder anderen zeehonden, vingen vis en verzamelden schelpdieren. 

Het is niet de eerste keer dat er menselijke botten en stukken van een schedel worden opgevist uit de Noordzee. Er zijn onderhand een tiental vondsten bekend die of met een zandsuppletie van uit de Noordzee op de stranden worden gespoten of door vissers worden opgevist. Naast dit soort vondsten van menselijk of dierlijk bot komen er ook regelmatig vuursteen artefacten voor in de opgespoten zandsuppleties.

 

JFK-9/6/2014

 

 


Reuring in de Archeologische Wereld.

Onder deze titel is een interessante expostitie ingericht ter gelegenheid van het 35 jarig jubileum van de Actieve Praktijk Archeologie Nederland (APAN) in het museum de Twentse Welle in Enschede. Een aantal APAN leden maken in deze expositie hun soms afwijkende theoriën met de gevestigde wetenschap en betrekking tot de rijke geschiedenis van onze prehistorie zichtbaar. In een kort filmpje geven de exposanten een uitleg over hun theorie en/of mening. Een pluspunt van deze expositie is dat de directie van het museum de Twentse Welle zelf geen mening geeft over de theorieën die de exposanten aanhangen met betrekking tot de prehistorie maar de bezoekers de gelegenheid geven om zich zelf een mening te gaan vormen over de wetenschappelijke waarde van het geëxposeerde materiaal. 

Eén van de exposanten is Jan Willem van der Drift. Hij poneert in de expositie nadrukkelijk de bipolaire techniek. De stelling van Van der Drift is dat de archeologie zich niet in een keurslijf van regels moet laten insluiten bij de beoordeling van archeologische voorwerpen uit de steentijd. Te vaak worden stenen voorwerpen beoordeeld als natuurstukken, pseudo's of incerto facto vindt Van der Drift en daarom ontwikkele hij het concept van de hamer en aambeeld bewerking waarop hij een film over die bewerking ontwikkelde. Als voorbeeld worden door hem ook genoemd de stenen  artefacten die onder anderen opgegraven zijn in b.v. Choukoutien en Dmanisi. Ook in Nederland zijn tal van deze artefacten gevonden die bewerkt zijn volgens de methode van de bipolaire techniek b.v. in de stuwwallen die in de Saale IJstijd zijn ontstaan. Zelfs in Friesland voert Van der Drift voorbeelden aan uit o.a. de zandopgraving van Schuilenburg. In de expositie zijn een groot aantal voorbeeld artefacten uitgestald uit opgravingen in Limburg waarvan de ouderdom van de artefacten is afgeleid van de ouderdom van de aardlagen. Op deze wijze wordt aangetoond dat mensachtigen al veel langer door Nederland trokken dan wetenschappers op grond van hun onderzoek tot nog toe menen. Het is best interessant om in de belevingswereld van Jan Willem van der Drift te duiken en met hem de resultaten van zijn onderzoek in deze expositie te ervaren. Hier boven een foto van een deel van  de artefacten die volgens de bipolaire techniek zijn bewerkt.

 

Ook Dick Mol, onze wereldbekende amateur paleontholoog heeft een deel van de expostie voor zijn rekening genomen. Vondsten uit het van zee opgespoten zand van de Maasvlakte vullen zijn vitrine. Prachtig is de collectie kleine benen harpoenen. ook dit zijn vondsten uit het opgespoten zand van de Maasvlakte. Daarnaast ook een aantal fraaie vuursteen artefacten die eveneens in het zand van de Maasvlakte zijn gevonden. Het toont aan dat het voor de hobbyisten op het gebied van de paleonthologie en de archeologie nog steeds de moeite loont om langs de stranden op zoek te gaan naar botmateriaal en stenen artefacten. Ook op de waddeneilanden en met name op Terschelling en Vlieland worden op de stranden nog steeds artefacten gevonden. De benen harpoenen uit de collectie van Dick Mol laten zien dat er in de tijd dat de bodem van de Noorzee droog lag met speren met harpoen werd gejaagd en gevist.

 

 

Govert van Noort heeft in deze expositie ook een plaats gekregen en heeft op een overzichtelijke wijze zijn kijk gegeven op het ontstaan van windlak. De beroemde fles die hij op het strand van Texel plaatste en daarop vervolgens het opwaaiende zand van het strand zijn werk liet doen waardoor het glas van de fles werd geschuurd, staat in de expositie. Deze is als voorbeeld van zijn experiment te zien. Zijn zienswijzen op grond van het door hem gedane onderzoek naar het ontstaan van windlak worden in de expositie op een duidelijke wijze naar voren  gebracht. Goed om je als buitenstaander een mening te kunnen vormen over het ontstaan van windlak op artefacten. Een discussie die vooral in het onderzoek naar het wel of niet van de vervalste artefacten van Tjerk Vermaning een grote rol speelt. 

 

 

 Ook de expositie van Klaas Geertsma in het museum verdient aandacht. Het is in deze hele overzichtstentoonstelling duidelijk dat hij in veel zaken de hand heeft gehad. De fraaie ontwerpen van affiches in de exposities verraden duidelijk de hand van de kunstenaar. In de expositie belicht hij het mytische deel van de prehistorie waarvoor hij onder meer bij de toelichting gebruik maakte van het planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Jade bijlen en mythologische voorwerpen in de vorm van schijven uit Indonesié onderbouwen het gebruik van de mythologie in de prehistorie. 

 

Het voert te ver om alle aspecten van deze expositie hier in deze bijdrage op te voeren. Wel een advies voor iedere archeoloog en amateur archeoloog om voor eind september nog eens in Enschede te komen buurten en een bezoek te brengen aan het museum de Twentse Welle aan het Roozendaal in deze stad. Mijn raad is om te kijken naar waar anderen mee bezig zijn in de archeologie. Niet om een mening op te dringen maar om discussies uit te lokken. In de steentijd archeologie heersen vele meningen en veronderstellingen die tot op het scherpst van de snede met de pen en soms verbaal worden uitgevochten. Soms kan het voor het begrip heel goed zijn om eens te kijken naar waar anderen mee bezig zijn. Voor mij een hele mooie expositie die nog tot eind september is te zien. Hoewel ik over een aantal zaken een andere mening heb, toch goed om er een middagje aan te besteden.

Jan F. Kloosterman 8 juni 2014.

 

 

 


Oerboerendag 5 juli 2014

5 juli zal er weer een oerboerendag worden gehouden in het ijstijdenmuseum,met verscheidene leuke acties en interessante demonstraties; speurtocht, brood bakken, vuursteenbewerking, verkleden als oerboer en nog veel meer! De oerboerendag is van 10.00 uur tot 17.00 uur. Entreekosten zijn de normale entreeprijzen. Meer info op www.ijstijdenmuseum.nl of kijk op onze facebookpagina en houd twitter in de gaten.

 


Benen touwspanner uit de Karolingische periode van het Oldehoofdster kerkhof.

Meindert Ley uit Leeuwarden hield zich bij de bouw van de parkeerkelder in de jaren 2005 en 2006 op het Oldehoofdster kerkhof vaak bezig met een onderzoek van de grond die bij de bouw van die kelder vrijkwam en elders weer werd gestort. Zijn onderzoek leverde vaak prachtige vondsten op. Eén van die vondsten is de moeite waard om te vermelden.

Tijdens zijn onderzoek in de storthopen van de vrijkomende grond ontdekte hij een stuk bot met twee gaten. Na het schoonmaken bleek het bot met de gaten een soort touwspanner te zijn. Bij een reconstructie bleek de grond op de storthoop afkomstig te zijn uit een grondlaag onder de fundamenten van de eerste Vituskerk. Die kerk werd ongeveer rond het jaar 1000 op het Oldehove terp gebouwd. Aan te nemen is daardoor dat de benen touwspanner uit een tijd voor het jaar 1000 afkomstig is en daarmee in de Karolingische periode gedateerd kan worden. Deze duurde zoals bekend van het jaar 750 tot 900.

 

Bij onderzoek van het bot kon worden vastgesteld dat de touwspanner was gemaakt op het heilbot van een rund. Het bot is twee keer doorboord en de slijtagesporen van de gaten geven aan dat de touwspanner vrij intensief is gebruikt. Een prachtige vondst die weer licht werpt op functies van werktuigen en touwvlechten uit de historie van één van de terpen van Leeuwarden.

Bekend is dat de terp onder het Oldehoofster kerkhof al vanaf het jaar 750 jaar en vermoedelijk al eerder werd bewoond. De bewoners van deze terp hadden deze plaats uitgekozen om de gunstige ligging aan het water, waar de Ee uitmonde in de Middelzee. Anders dan nu vond het vervoer in die tijd hoofdzakelijk plaats over het water

 

 

 

 

 

 

 

 Een impressie van de Oldehove terp. (Historisch centrum Leeuwarden)

Jan F.Kloosterman, 28 mei 2014.


 

Noordzee nog altijd goed voor prachtige vondsten.

door Jan F.Kloosterman

Arjen Klip uit Drachten nam kort geleden een prachtige vonst uit de Noordzee mee. Arjen die internationaal betrollen is bij projecten die te maken hebben met baggeren en opspuiten van zand in havens en ten behoeve van oliewinning en zandsupleties ontdekte bij dit werk in de vangers van de zuigers een kaak van een dier met daarin gave tanden. De kaak werd gedetermineerd door de deskundige bij uitstek Lambert van Es uit Groningen die lid is van de pleistocene werkgroep zoogdieren. De uitslag van zijn onderzoek is verbluffend. Een kaak van een reuzenhert oordeelde hij en nog helemaal puntgaaf.

 

Reuzenhert.

Her reuzenhert was één van de grootste herten die in het verleden voorkwamen. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat het reuzenhert vanaf 400.000 tot 9.430 jaar geleden in Europa en Centraal Azië op de grassteppen te vinden was. Het lijkt er op dat het reuzenhert in koude of warme perioden mee trok met de begrenzing van de ijsgletsjers. In warmere perioden trokdit hert met de uitbreiding van de steppes naar het noorden mee en in de koudere perioden trok het reuzenhert weer naar het zuiden. Toen het in het Holoceen warmer werd verdwenen de grassteppes en kwam er een toendra achtig landschap voor in de plaats. Op de toedra.s hadden ook giftige planten een plaats in de vegetatie en sommige onderzoekers menen dat die giftige planten de oorzaak zijn geweest van  het uitsterven van het reuzenhert.

 

 

 In Nederland zijn op een aantal plaatsen botten van reuzenherten aangetroffen. Ze komen regelmatig te voorschijn bij het baggeren in de Noordzee die zoals bekend tijden het Mesolithicum nog droog lag en waar op een groot aantal plaatsen dieren graasden en jagers op zoek waren naar een prooi. ook vissers op de Noordzee halen regelmatig in hun netten botten naar boven.

Op het vaste land van Nederland zijn de vondsten van botten van het reuzenhert minder ralrijk maarin de groeve Belvedere bij Maastricht, een groeve bij Neede en bij Rhenen zijn een aantal botvondsten van het reuzenhert gedaan. In Haerst bij Zwolle zijn een aantal schedels gevonden van hindes en dat is op zichzelf bijzonder omdat op vondstplekken niet vaak complete schedels worden gevonden. Vaak zijn het delen van het enorme gewei van de bokken. De schofhoogte bij de bokken was ongeveer 2.10 m. Het gewei van bokken kon een spanwijdte bereiken van 3.60 m en het gewei dat meer dan 25 kg zwaar was werd in de winter afgeworpen. 

 

  Verduurzamen van botten.

Een goede tip van Lambert van Es is bij het vinden van botten uit de Noordzee nuttig. Botten die honderden en  soms duizenden jaren op of in de bodem van de zee hebben gelegen hebben veel zout opgenomen. Dat leidt er niet zelden toe dat bij het drogen van die botten er scheurvorming in het bot ontstaat en botten soms helemaal uiteen vallen. Om die botten voor lange tijd te kunnen behouden is het noodzakelijk om ze eerst te ontzilten. Het bot dient daarvoor twee tot drie weken in zoet water te liggen. Het water moet regelmatig worden ververst en er moet op gelet worden dat het hele bot onder het water ligt en er niet delen bovenuit steken. Daarna wordt het bot gedroogd en wordt het een aantal malen met een kwast ingestreken met verdunde houtlijm. Houtlijm is een dikke witte pap dat verdund met water melkachtig wordt. De melkachtige vloeistof dient een aantal keren te worden opgebracht met een kwast. Na enkele weken als dit proces is voltooid, kan het bot gedroogd worden en is het verduurzaamd. De houtlijm laat op bot geen witte sporen na.

Berge, Dennis van  den - Geologie van  Nederl

Mol,Dick - Zoogdieren van Nederland gedurende de ijstijd.  

8 mei 2014. 


Archeologisch avontuur op het eiland Äls in Denemarken.

Van 12 tot 19 april had een kleine groep amateur archeologen bestaande uit Jelle van Bruggen, Douwe Wedzinga en Jan Kloosterman een archeologisch reisje opgezet naar het eiland Äls (Spreek uit als Els)  in Denemarken. Het eiland ligt even boven de Duitse stad Flensburg en het is bekend dat de steentijd archeologie op Äls een verlengde is van die in Sleeswijk - Holstein. Ook op Äls liggen net als in het noorden van Duitsland een aantal hunebedden, deels nog onaangeroerd. Vondsten uit de steentijd archeologie stammen voor een deel uit het Mesolithicum, Neolithicum en de Bronstijd. De verwachtingen van het drietal amateur archeologen op mooie vondsten waren hoog gespannen en zoals dit verslag zal laten zien, niet onterecht.

  

 Meteen na de aankomst op zaterdag 12 april volgde een eerste zoektocht op het eiland dat ook mooie vondsten opleverde zoals een paar gebroken geslepen vuurstenen bijlen, een aantal fraaie grote schrabbers en snijwerktuigen. Op dit veld werd de volgende dag nog eens gezocht en dat leverde onder anderen een fraaie lepelschrabber op. Een geluk voor het drietal was dat een aantal velden waarop in 2013 mais was gekweekt nog helemaal braak lag en nog niet was bewerkt voor een nieuwe teelt. Daardoor kon de groep elke dag een nieuw zoekterrein verkennen en werden de vondsten in die week alleen maar mooier en taltijker. Transetbijltjes, bijlen uit de Ertebolle cultuur, fraaie boren en grote aantallen schrabbers konden aan de buit worden toegevoegd. Aan het einde van de week had ieder een flink sortiment vuurstenen werktuigen, kernen en afslagen verzameld. De vondsten worden aan de collecties van de drie deelnemers toegevoegd

Twee geslepen vuursteen bijlen die vrij zeker bij gebruik zijn gebroken. De bewerking op de linker bijlhelft toont aan dat dit afgebroken deel met snijvlak opnieuw is gebruikt.

Een van de culturen waar materiaal van werd gevonden is de Ertebolle cultuur. Een laat Mesolithische cultuur in een overgang naar het Neolithicum. Deze cultuur is te vergelijken met de Swifterband cultuur in Nederland. De Ertebolle cultuur wordt qua datering gesteld vanaf ongeveer 7300 tot 5950 jaar geleden.Kenmerkend zijn de soms ongeslepen en soms deels geslepen bijlen die een ruw bewerkte vorm hebben.

 

 Eén van de bijlen die werden gevonden, afkomstig uit de vroege periode van de Ertebolle cultuur.

 

Excursies.
 

Bij een bezoek aan Denemarken is een kijkje in één van de vele archeologische musea voor archeologen en amateur archeologen natuurlijk een must. Onze groep bezocht het archeologisch museum van Jorgen Rieks in Svenstrup. In dit museum zijn de prachtige collecties van amateur archeoloog Rieks uitgestald. Rieks overleed een aantal jaren geleden. Zijn weduwe bleef het levenswerk van Rieks trouw en zorgde verder voor zijn collecties die in het kleine museum in Svenstrup worden geexposeerd. De collecties zijn voor het grootste deel afkomstig van Äls en Fyn en getuigen van een grote passie van deze archeoloog voor zijn grote hobby, de archeologie. Bij de rondleiding liet zijn weduwe aan het gezelschap weten dat het museum geen bestaansrecht meer heeft en dat de collecties binnenkort zullen worden overgebracht naar het museum in Haderslev. Eigenlijk jammer omdat de prachtige collecties heel veel laten zien van de archeologie van Äls en de collecties bij het eiland horen. Wij konden er in ieder geval nog een dag van genieten. 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Natuurlijk brachten we ook een bezoek aan Tom Holck in Haderslev. Deze archeoloog en tandarts bezit een inmense verzameling Deense steentijd artefacten in zijn privé verzameling. Ook is hij als conservator voor de archeologie verbonden aan het museum te Haderslev.

Zijn enthousiaste verhalen over zijn collectie en over de archeologie zijn boeiend om aan te horen en leerzaam als je ook iets meer wilt weten over het rijke verleden van de steentijd in Denemarken. We hebben er dan ook met genoegen een aantal uren doorgebracht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Een klein deel van de mooie verzameling van Tom Holck

 

 


 

Een archeologisch dagje op de Hümmling in Duitsland.

 

 

 

Met maar liefst 15 geinteresseerden in de steentijd archeologie uit Fryslân werd op zaterdag 1 maart een zoektocht gehouden in het prachtige glooiende landschap van de Hümmling. Om en nabij de klok van zeven uur in de morgen met een druilige regen, vertrok het gezelschap vanuit een aantal plaatsen en het eerste doel was het verzamelpunt, het hotel restaurant Schlagbaum van de familie van der Heide bij Meppen. In dit etablissement worden de bezoekers in vier talen welkom geheten waaronder de Friese  Daar was de koffie natuurlijk en kwamen de gebiedskaarten op tafel en werd door Piet Wiersma samen met Ieneke en Martijn de strategie bepaald voor de dag. Het bleek ook meteen een goede start van de dag met onder de koffie anecdotes en picante verhalen van Evert Kramer en Klaas Henstra. Bij het vertrek na de koffie zat de stemming er dan ook meteen goed in.

Onderweg werd er bij Brunefort een hunebed bezocht dat nog deels intact is. Het hunebed ligt bij het riviertje Nordradde. Boorgaten in een paar grote dekstenen van het hunebed tonen aan dat men hier bezig is geweest om met dynamiet de grote stenen van het hunebed te splijten in handzamer stukken. Een weg die veel hunebedden hebben moeten gaan in de vorige eeuw. Gelukkig zijn er een aantal overgebleven die we vandaag nog kunnen bekijken en waarover we uitleg kunnen krijgen met betrekking tot het prehistorische volk van de Hunebedbouwers. Bij het hunebed gaf Evert Kramer uitleg aan de groep. Eventje verder aan het riviertje is nog een oude houtzaagmolen intact met een water schoeprad. ook daar kon even gekeken worden

 

 

 

 

 

Een eerste plek die we bezochten was bij Klein Berssen. Op een stuk maisland dat grensde aan een veld met meer dan twintig grafheuvels beproefden we ons geluk.  De grafheuvels, zijn plaatselijk bekend onder de naam Mansen Berge. Op dit veld waren volgens Tjeerd de Jong vondsten uit de Brostijd te vinden. Gelukkig was de regen verdwenen toen we hier arriveerden en begon het zonnetje te schijnen.  Naast de fraaie afslagen van vuursteen werden op dit veld door een aantal mensen van de groep, fraaie schrabbers gevonden. Ze variëerden nogal in grootte, van een doorsnede van ongeveer 5 cm tot nauwelijks een cm. Ook mesjes en schaafjes behoorden op dit veld tot de vondsten en Jan Nijboer trof zelfs een fraaie klopsteen en een fossielen zeeëgel aan aan op dit veld. Piet Wiersma kon hier een beschadigde spits veilig stellen.

 

 

 

Een tweede locatie die we bezochten was een Neolithische vindplaats. Deze ligt onder het dorp Werpeloh. De eigenaar van het land was bezig met het opruimen van plastic dat had gediend als afdekking van een voederbult. Piet Wiersma informeerde de man over onze bijzondere misie, waarna de boer met een weids gebaar toestemming gaf op zijn landerijen. Ook hier konden veel afslagen worden gevonden en iedereen slaagde er hier in om een paar mooie vuursteen artefacten te vinden. Richt vond op deze vindplaats een fraai bewerkt vuursteen mesje en voor iemand die aan het begin van haar cariërre als amateur archeoloog staat is dit een hele mooie vondst. Ook Martijn deed een opmerkelijke vondst. In een stuk schaliesteen trof ze een prachtig fossiel van een varenblad aan. Henk Bessem vermaakte zich uitstekend op de zoektochten en vertelde over zijn eerdere wonderbaarlijke vondsten

 

 

 

 

(Ineke tracteert op iets lekkers)

Een derde lokatie die werd bezocht was er eentje in de directe omgeving van een hunebed bij Siedlung Osterfeld onder Gross Berssen. Als snel kwamen de boer en een zoon kijken wat voor grote invasie er op hun landerijen was neergestreken. Evert Kramer maakte hier dankbaar gebruikt van door even een lesje prehistorische geschiedenis te presenteren. De boer maakte kennis met de ijstijden en de morene die er tijdens de ijstijden voor zorgde dat er allemaal stenen op zijn land terecht kwamen. In het gesprek dat deze beide heren voerden deed de boer een opmerkelijk verzoek aan Evert Kramer. Hij had gezien dat er tussen al die zoekende mensen op zijn akkers, ook een aantal vrouwen liepen. In zijn dorp, zo vertelde hij, woonden negen jonge boeren die geen vrouw konden vinden en alle negen helemaal alleen op grote boerenbedrijven woonden. Wellicht waren er onder de vrouwen die op de akker liepen een paar die intereresse hadden bij een jonge boer in zijn dorp. Maar ja.... een amateur archeologe is nog geen boerin. Op deze laatste lokatie deed Piet Wiersma een opmerkelijke vondst. Een prachtige spits, een zogenaamde tweedoorn, werd door hem in de omgeving van het hunebed gevonden.

 

( Een goed verhaal van Evert Kramer gaat er altijd in.)

Toen het in de namiddag donkerder werd en het zachtjes begon te regenen, werd iedereen naar de auto,s gedirigeerd. Na deze prachtige zoekdag werden de activiteiten op de velden verplaatst naar het restaurant in Meppen waar we eerder op de dag koffie hadden gedronken. De gevonden stenen kwamen in de eetzaal van het bedrijf op tafel en werden uitgestald op de schone gele servetten die voor ons banket waren klaargelegd. Dat banket kwam er natuurlijk ook en week weliswaar een klein beetje af van wat er normaal tijdens een banket wordt geserveerd maar de jaeger suppe en de schnitsels als deurmatten lieten zich uitstekend smaken na een hele dag op de velden te hebben gelopen op zoek naar het prehistorisch erfgoed. Een prachtige dag zo oordeelde iedereen. Vanuit het restaurant vertrok ieder op eigen gelegenheid de donkere avond in op weg naar het noorden.

 

 

 

 

 

 

 

 Buitenpost, 2 maart 2014. Jan F. Kloosterman

 

  


Bodemvondstendag zaterdag 22 februari 2014 IJstijdenmuseum Buitenpost.

De jaarlijkse bodemvondstendag is ieder jaar een hoogtijdag voor amateur archeologen en voor metaal detector speurders. Uit heel Nederland komen deze mensen naar de bodemvondstendag in het IJstijdenmuseum om hun gevonden schatten te laten beoordelen door een deskundig team van archeologen en metaaldetector specialisten. Ieder jaar worden vondsten uitgekozen die het predikaat bijzondere vondst verdienen. Bij de deskundigen van de metaaaldectorvondsten, bestaande uit Kees Leenheer en Johan Kooistra was dat een fraaie beugel van een tas.

Bij de archeologie en de prehistorie koos oud conservator van het Fries Museum, Evert Kramer, twee voorwerpen uit dit jaar. Allereerst een zeer fraaie kruidenkom uit de Romeinse tijd die tussen Engelum en Marssum door vinder Abraham Bus was aangetroffen en in een vrijwel ongeschonden staat was. Door Evert Kramer werd het aardewerken kruiden potje gedateerd in de 2e of 3e eeuw.

Een inheems miniatuur potje dat eigenlijk tot het keukengerei in die tijd behoorde en door de inheemse bevolking van het terpengebied werd gemaakt. Als bijzonderheid noemde Kramer de rand van het potje die middels de indrukken van de pink van de hand werd gevormd. Het kleine potje maakt in de vroege eeuwen deel uit van een arsenaal van gebakken potten in de keukens van de bewoners van het terpengebied waarbij ook hele grote potten deel uitmaakten voor opslag van voedsel en dranken aldus Kramer. Doordat het potje nog mooi intact is het volgens Kramer een bijzondere vondst

 

 

Een tweede fraaie vondst die Evert Kramer onder ogen kreeg op de bodemvondstendag was een zeer fraaie rechthoekige geslepen bijl van vuursteen. Typisch trechterbeker cultuur uit de tijd van de Hunebedbouwers aldus Kramer en mogelijk te dateren op 5500 jaar oud. Vrij zeker is deze bijl volgens Kramer geschacht geweest in een houten of benen steel. De staat waarin de bijl verkeert is voor Noord Nederland vrij zeldzaam aldus Kramer en dat maakt de vondst van deze bijl ook zo bijzonder.

 

 Symon van der Berg uit Buitenpost is de vinder van dit fraaie exemplaar. Bijzonder is dat Symon detector amateur is en dat de bijl werd gevonden tijdens het zoeken met een detector. Een bijzonder verhaal. In oktober 2013 was Symon onder Kootstertille op een stuk land aan het zoeken met zijn detector toen hij een signaal kreeg. Met zijn schop groef hij een stuk grond uit op de plaats die gesignaleerd was door zijn detector en tot zijn stomme verbazing viel een bijltje uit het opgegraven deel. Een prachtige vondst als je op zoek bent naar metalen en een stenen bewerkte bijl aantreft. Naast deze vondst kwam er ook een muntje te voorschijn. Dit was het voorwerp waarop de detector had gereageerd. Mogelijk dat Symon de Neolithische bijl in bruikleen in het IJstijdenmuseum gaat exposeren.

De plaats waar de bijl werd gevonden staat bekend als Neolithische site en ligt op een helling.

 

 


Ook een vuursteen bijl.

In de afgelopen week was ik samen met mijn broer Luit in het veld onder Doezum. Luit gewapend met een metaal detector en ik speurend naar vuursteen artefacten. De velden waar we zochten leveren mij doorgaans een paar vuursteen artefacten op. Er is geen vaste site te bekennen op deze percelen. Op de ongeveer 10 ha maisland, waar ik eens per jaar mijn geluk beproef, ligt niet een site. De schaarse artefacten die er gevonden worden liggen verspreid maar soms loont het de moeite. Terwijl Luit druk doende was met zijn metaaldetector en ik af en toe de pieptoon hoorde die aangaf dat hij weer een schat kon opgraven, raapte ik hier een daar een artefact op. Vaak een afslag maar mijn betere buit waren een fraai bewerkt vuurstenen mes en twee schrabbertjes. Toen we na twee uren zoeken zo langzamerhand de auto weer wilden opzoeken en ik langs de rand van één van de percelen liep, raapte ik een groot stuk vuursteen op. Meteen zag ik aan de oppervlakte van het bemodderde stuk de kuiltjes van  vorstsplijting en wilde het daarom weer terug gooien toen ik aan één van de randen een fijne bewerking opmerkte. Het stuk toch maar mee genomen om even verder te bekijken. Na het schoonborstelen zag ik toch duidelijk een vorm van bewerking op het vorstsplijtstuk en nog mooier, de vorm van een vuursteen bijl. Dus maar even de boeken er bij gepakt en wat vergelijkingen opgezocht. Daarbij kwam ik tot de conclusie dat het een mesolithische bijl is uit de late periode. Met een zogenaamde transetslag is het onderste deel er overdwars afgeslagen waardoor een snijvlak op de bijl is ontstaan. Ook zijn er aan de beide zijkanten beschadigen te zien die doen vermoeden dat deze Mesolithische bijl geschacht is geweest in een vatting . Dat kan een vatting zijn geweest van hout, been of gewei, maar helaas is dat niet meer te achterhalen. Zo werd het gevonden lelijke eentje na bestudering een mooie zwaan en als we ook nog even de ouderdom er bij willen zetten dan is dit bijltje ongeveer 8000 jaar oud. Daarom even een paar foto,s.

En mijn broer Luit. Zijn buit bestond uit een paar gespen en enige muntjes.

 

vuursteen bijl

 

vuursteen bijl

 Buitenpost, 23 februari 2014.

Jan F.Kloosterman


Prachtig boortje.

De zachte winter maakt het moeilijk zoeken naar artefacten op de percelen waar mais is geoogst. Boeren hebben van LNV de opdracht gekregen om na de oogst de percelen nog in te zaaien met een gewas om op deze wijze de laatste stikstof aan de grond te onttrekken. Door de zachte winter zijn die ingezaaide gewassen, in tegenstelling tot voorgaande jaren, nog behoorlijk gegroeid en is de kans op vondsten bij zoektochten veel kleiner geworden. Toch valt er ondanks het vele groen op de akkers nog steeds wat te vinden. Onder de Westereen op de Hege Oerd, waar al 70 jaar archeologen naar artefacten zoeken, vond ik in de afgelopen week een prachtige vuurstenen boor. Zo'n vondst maakt de zoektocht en het intensieve turen op een begroeid perceel toch weer de moeite waard. Het was niet alleen de boor die ik er vond maar ook een tweetal mooie schrabbers maakte ik buit. Omdat de boor bijzonder is hier even een fotootje.

boortje mesolitisch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Jan F.Kloosterman, 9 februari 2014. 

 

 


 

Spits van de Woldberg.

 

De rug van keileem stuwwallen die in een brede strook liggen van Texel over Steenwijk naar Coevorden zijn niet alleen bekend van geologische vondsten zoals zwerfstenen maar ook van archeologische vondsten. Veel oude prehistorische vondsten uit het midden Paleolithicum in het noorden van Nederland komen van deze keileem stuwwallen of van de uitlopers daarvan. Onder Steenwijk zijn veel vondsten gedaan op de Woltberg zoals de kling van Basse, een midden Paleolithische vondst van Piet Wiersma uit Steenwijkerwold, de Kern van Steenwijk, een midden Paleolihische vondst van Gerrit Jonker uit Steenwerk, de bladspits van de Eese, een midden Paleolithische vondst van Johan Bokkinga uit Wolvega en verder nog een groot aantal midden Paleolithische afslagen.

Kling van Basse

Kling van Basse. Vinder Piet Wiersma, Foto: Frans de Vries, Toonbeeld.

Bladspits van de Eese

Bladspits van de Eese. Vinder Johan Bokkinga.foto: Frans de Vries, Toonbeeld

 Kern van Steenwijk

 Kern van Steenwijk, vinder Gerrit Jonker.

 

 Op de foto,s een drietal van de mooiste vondsten van de stuwwal boven Steenwijk. Een minder bekende vondst is de spits van Baars, een klein gehuchtje onder het landgoed de Eese op de Woltberg. De spits werd op een akker gevonden die nabij de andere vondstplaatsen. Hoewel de spits veel frictieglans vertoond is tot op heden niet duidelijk of het hier gata om een midden Paleolithische pijlpunt of dat het een pijlpunt van recenter data is.

 

 

 spits

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Mesolithische vondst

door Jan F.Kloosterman.

Eén van de percelen land waar ik regelmatig even een zoektochtje naar steentijd arctefacten waag is de Hege Oerd onder de Westereen (Zwaagwesteinde). Deze plaats kan ik hier gewoon noemen omdat iedere amateur deze tegenkomt. In het boek "Zwaagwesteinde, het ventersdorp op de Friese Heide" dat in de vorige eeuw werd uitgegeven, vermeld de schrijver K.Sikkema al dat op de Hege Oerd vrij zeker een grafheuvel heeft gelegen. In de tweede wereldoorlog gebruikten de Duitsers de Hege Oerd als instructieveld voor schietoefeningen en werd het zand van de Hege Oerd afgegraven waarbij dat zand gebruikt werd voor de aanleg van de banen op het vliegveld in Leeuwarden. Johannes Minnes Minnema, Westergeest (1903-1984) liet tijdens de afgraving van de Hege Oerd door de arbeiders die daar werkzaam waren de artefacten die te voorschijn kwamen verzamelen. In zijn collectie zijn geslepen bijlen terug te vinden die bij die afgraving te voorschijn kwamen. Ook Sierd van der Hoek uit Zwaagwesteinde heeft er in de afgelopen jaren twee bijzondere vondsten gedaan, nl.een vuursteen dolk en een geslepen bijl. Bij de afgraving van de Hege Oerd is de bovenste humusrijke laag terug geplaatst. In deze laag zijn nog veel vuursteen artefacten aanwezig en veel amateur archeologen lopen daarop even over de akkers op de Hege Oerd en haast altijd levert dat nog resulaat op.

 

mesolithische kling

De vondsten op de Hege Oerd zijn nogal verschillend voor wat betreft cultuur en ouderdom en tonen aan dat er in verschillende perioden voor langere of kortere tijd mensen hebben verbleven. Op zichzelf is de Hege Oerd een plaats waar het voor de prehistorische mensen denk ik goed toeven was. Aan de rand van het stroomgebied van de Zwemmer en daaromheen grote drassige gebieden, zal het een ideaal gebied zijn geweest voor allerlei bejaagbaar wild. Rendieren zullen er door getrokken zijn en er gegraasd hebben en dat blijkt ook een beetje uit de vondsten uit het Mesolithicum die er geregeld gedaan worden. In de afgelopen week ondernam ik ook even een zoektocht op de Hege Oerd. Mijn zoektocht leverde een aantal artefacten op zoals een grote schrabber en een aantal delen van klingen maar ook een prachtige lange bewerkte kling die onmiskenbaar is terug te voeren tot het Mesolithicum en naar schatting meer dan 7000 jaar geleden is gebruikt. Een mooie vondst en een prachtig resulaat van een ontspannen middag in de natuur

Mesolithische kling

Om even een overzicht te bieden van een middagje zoeken naar Mesolithisch materiaal op de vindplaats heb ik in de hieronder geplaatste foto een beeld gegeven van al de gevonden stukjes bewerkte vuursteen. In het Mesolithicum werden zeer kleine gebruiksvoorwerpen gemaakt zoals de zeer dunne pijlpuntjes ook microliten genoemd. Als je alle kleine stukjes vuursteen van een vindplaats onderzoekt zul je tot de ontdekking komen dat heel van van die kleine stukjes vuursteen een hele fijne bewerking hebben ondergaan. Veel van deze kleine stukjes vuursteen hebben een dunne retouche aan de randen. Het is natuurlijk prachtig dat je bewerkt vuursteen materiaal opraapt van een plaats waar meer dan 7000 jaar geleden een vuursteensmid bezig is geweest met de bewerking van vuursteen. Zijn archief is te vinden in de bovenste laag van mijn zoekgebied en langzaam maar zeker krijg ik door het verzamelen van de stukken uit zijn archief een beeld van die smid. 15/12/2013

mesolithicum


 

 

Bijeenkomst Stientiid Wurkgroep Fryslân 2 december in teken van de Hümmling.

Door Jan F.Kloosterman.

Onder leiding van Piet Wiersma uit Steenwijkerwold hebben een aantal leden van de Stientiid Wurkgroep op zaterdag 30 november een aantal archeologische site's bezocht in de Hümmling in Duitsland. Piet Wiersma had de zoektocht voorbereid en aan aantal plaatsen voor de zoektocht uitgekozen. De sites die door Piet Wiersma als gunstige zoekplaatsen waren uitgezocht bleken de juiste.

Hümmling

Iedereen die mee is geweest die 30ste november had een aantal zeer fraaie artefacten gevonden. Deze waren van zeer uiteenlopende culturen zo bleek op de bijeenkomst op 2 december in het streekmuseum te Burgum.Op tafel werden artefacten uit het midden paleolithicum, het jong paleolithicum, het mesolithicum en het neolithicum uitgestald en besproken. Dat dit gezamenlijk bespreken ook iets moois in zich heeft bewees wel de uitspraak van één van de deelnemers. "Hast nog moaier as it finen" hoorde ik zeggen. De leden van de wurkgroep spraken af om in het voorjaar van 2014 nog eens te gaan zoeken op de Hümmling. Interessant was ook de bijdrage van archeoloog Haye Veenstra. Hij kon iets vertellen over de opgravingen die op het moment plaats hebben bij de centrale as, op het kleigebied van Fryslân en een opgraving onder Roden in een veengebied waar een paalweg is blootgelegd. Voorzitter Klaas Henstra kon tot zijn genoegen constateren dat de Stientiid groep groeiende is en ook deze avond kon weer een nieuw lid worden ingeschreven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 Prachtige vondst bladspits van Ineke Wiebing.

Door Jan F.Kloosterman.

Op de bijeenkomst van de Stientiid Wurkgroep Fryslân van 2 decemer bracht Ineke Wiebing een prachtige vondst mee. Een bladspits gevonden op de akkers van Gaasterland. Bijzonder en een zeldzaam mooie vondst waar natuurlijk in de bijeenkomst even langer bij werd stilgestaan. Nader onderzoek zal moeten laten blijken aan welke cultuur de bladspits precies kan worden toegeschreven.

 

Bladspits


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bladspits

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Gevolgen verhitting vuursteen artefacten. 

 

 

door Jan F.Kloosterman

Iedereen die in het veld op zoek is naar vuursteen artefacten, kent de kenmerken en gevolgen van de verhitting van vuursteen. Op vindplaatsen of site's treffen verzamelaars en archeologen de vuurstenen met sporen van de gevolgen van verhitting ook aan. Artefacten die verhit zijn geweest, dragen de sporen van die hitte. Op de vindplaatsen zijn dat de vaak wit verkleurde en sterk gecraquleerde exemplaren. Een verklaring voor deze witte verkleuring en de porcelein achtige craqulee wordt gevonden in de gewoonten van de prehistorische vuursteen smid. Deskundigen menen dat die vuursteensmid in de nabijheid van een vuur of haard zijn vuurstenen werktuigen fabriceerde en het afval dat van die productie overbleef, in het vuur wierp. Het is één van de mogelijkheden die vuursteen heeft verhit en de sporen van die verhitting op de afgeslagen stukken heeft achtergelaten. Stenen stralen warmte af en het zou kunnen dat de vuursteensmid daarom met opzet de afgeslagen stukken vuursteen in het vuur wierp. Feit is wel dat de wit gecraquleerde afslagen en soms werktuigen, aangetroffen worden op vindplaatsen waar ook veel onaangetaste vuursteen afslagen en gebruiks artefacten worden aangetroffen. De wit gecraquleerde stukken zijn de voorbeelden die we ons het beste kunnen voorstellen omdat elke amateur archeoloog deze tijdens zijn/haar zoektochten ook op de akkers terug vindt. Hieronder een voorbeeld van een gecraquleerd brok vuursteen met bewerkingsporen waarop ook duidelijk de craqulee is te zien. Daarnaast een gecraquleerde vuurstenen schrabber

 

schrabber
 
 
 
gecraquleerde vuursteen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Craqulee op vuursteen is één van de bekendste verschijnselen die we kennen. Er zijn ook andere vormen. Roodverkleuring door verhitting van vuursteen artefacten. In Le Grand Pressigny bv zijn veel vuistbijlen gevonden waarvan de randen rood gekleurd zijn. Onderzoek heeft aangetoond dat bij deze vuistbijlen mogelijk de silex is verhit om deze steensoort harder te maken. De verhitting heeft geleid tot een rode verkleuring van de silex. Om een beetje dichter bij huis te blijven. De vuistbijl van Anneren heeft een rode schijn die vrij zeker is ontstaan door verhitting. De verkleuring van deze vuistbijl heeft niet plaats gevonden door verhitting aan de randen maar aan het hele oppervlak. Dat leidt tot een nieuwe discussie. Is de vuistbijl van Anneren door de makers van het werktuig in het vuur gelegd om deze harder te maken of heeft de verhitting en verkleuring van de vuistbijl een andere oorzaak.

Vuistbijl van Anneren

 

Hier onder een mogelijke oorzaak die grote gevolgen heeft gehad voor het noordelijke halfrond van onze aarde. Foto.De vuistbijl van Anneren met de roodverkleuring.

In de bodem kunnen we in het dekzand een donkere laag aantreffen. Deze laag wordt de laag van Usselo genoemd. De ouderdom van de laag van Usselo is vastgesteld op ongeveer 13.000 jaar geleden. De naam is gegeven doordat wetenschappers in Usselo voor het eerst de laag aantroffen en daar onderzoek naar deden.In deze dunne laag worden door geologen niet alleen stukjes houtskool en deeltjes as aangetroffen maar ook nano deeltjes diamant en iridium. Wetenschapper Han Kloosterman uit Amsterdam heeft jarenlang geologisch onderzoek gedaan naar de oorzaken van het ontstaan van de laag van Usselo. Uit zijn onderzoek is gebleken dat deze laag niet alleen in de bodem van Nederland is te vinden maar in de bodem van heel veel landen op het noordelijke halfrond. In samenwerking met de universiteiten van Berkeley en California is hij tot een verassende uitkomst gekomen over het ontstaan van de laag van Usselo. Het aangetroffen materiaal uit de laag van Usselo bewijst volgens Han Kloosterman dat een inslag van een grote meteoriet op het noordelijk halfrond de oorzaak is geweest van het ontstaan van de laag van Usselo. De enorme verhitting van het aardoppervlak heeft invloed gehad op de atmosfeer en heeft zand en verbrande resten doen neerdwarrelen op aarde. De nanodeeltjes diamant en iridium in de laag bewijzen de inslag door een meteoriet. Amerikaanse onderzoekers wijten het uitsterven van een aantal soorten dieren in Noord Amerika aan de inslag van deze meteoriet.

 

 

laag van Usselo

 

Laag van Usselo als blauwgrijze streep zichtbaar in het talud van een nieuw gegraven sloot.

                                                                 

 

 

 

 

 

 

 Er zijn meer oorzaken die craqulee op vuursteen kunnen veroorzaken. Grote bos- en heide branden in de prehistorie hebben ook invloed gehad op de aan het oppervlak liggende vuursteenknollen. Die verhitting heeft vaak tot gevolg gehad dat er spontaan stukken van de vuursteenknollen zijn afgesprongen. De stukken herkennen we vaak als de zogenaamde "potlids". Eén van de vormen hiervan is een rond stuk vuursteen met aan de ene zijde de cortex en aan de andere zijde de glad gepolijste vuursteen. Soms worden deze potlids door amateur archeologen als artefacten aangezien maar bij onderzoek blijkt al snel dat het geen afslag kan zijn. Hoewel, soms vindt je op een archeologische site tussen afslagen en werktuigen een aan de randen keurig bewerkt vuursteen potlid. Eigenlijk ook wel logisch. Het potlid kent scherpe lanten en door het aanbrengen van een retouche op de scherpe vlakken ontstaat een goed snijwerktuig.

Ook extreme kou heeft uitwerking gehad op vuursteen. Zo zijn de in het Noorden van Nederland in de bodem aanwezige vuursteenknollen onderhevig geweest aan extreme kou. Meegevoerd door de ijsgletsjer tijdens de Saale ijstijd hebben deze vuursteenknollen ook de extreme kou van bv de Weichsel ijstijd doorstaan in de permafrostbodem. Hoewel vuursteen bekend staat als een zeer harde steen neemt het toch ook altijd een beetje water op. Extreme kou en bevriezing heeft ook tot gevolg gehad dat daardoor ook craqulee in vuursteen is ontstaan. Bevriezing en craquleevorming heeft tot gevolg gehad dat de in Noord Nederland voorkomende vuursteen zich moeilijk laat bewerken. De vuursteen breekt langs de craculee barsten in de steen spontaan af. In de praktijk is dit te bewijzen door een vuursteenknol te laten vallen op een steen. De vuursteenknol spat in stukken uiteen waarbij de oude craqulee barsten zichtbaar worden.

 


Midden paleolitische spits ?.

door Jan F.Kloosterman.

Zo af en toe zoek in Gerrit Jonker in Steenwijk even op. Gerrit heeft in het verleden meer dan 100 archeologische site's uit de steentijd ontdekt. Het resultaat van zijn zoektochten ligt opgeslagen in het depot van het IJstijdenmuseum en in de vitrines in het museum. Door problemen met het lopen komt Gerrit niet zo veel meer in het veld dan vroeger maar zo af en toe is hij er nog eens te vinden. Hij vertelde mij dat hij mogelijk een nieuwe site had ontdekt waarop midden paleolithische artefacten te vinden waren. Kom maar eens kijken nodigde Gerrit. Vandaag 28 november reed ik dus op uitnodiging van Gerrit naar Steenwijk waar hij aan de Jan van Riebeekstraat woont. Eerst bijpraten en een bakje koffie waarbij Gerrit mij zijn nieuwste CD liet horen. Daarop zingt hij de liedjes van de eens vermaarde Johnny Jordaan.

Gerrit Jonker

Daarna naar de site die op een helling onder het landgoed de Eese onder Steenwijk bleek te liggen. Onze zoektocht leverde een aantal afslagen op totdat ik op een gegeven moment een mooi puntvormig stuk vuursteen opraapte. Toen ik het schoon had gemaakt bleek het een mooie spits die aan de basis bewerkt was en aan één van de zijden bij de punt een fraaie retouche zichtbaar maakte. Het is nogal een grote spits die vermoedelijk op een speer geplaatst is geweest. De spits heeft veel glans en mogelijk is het een midden paleolitihische spits. Zeker weet ik dat nog niet en ik zal daarom nog een paar deskundigen gaan raadplegen. Mooi dat Gerrit mij voor zoiets belt en mij betrekt bij zijn archeologische activiteiten.

 

 Spits

Op het perceel waar we naar artefacten zochten vond Gerrit Jonker een bijzonder stuk. Op een vorstsplijtstuk bleek een soort schaaf aangebracht en gezien de werkwijze van bewerking mogelijk een midden palelolithische schaaf. Als het inderdaag een midden paleolithische schaaf blijkt te zijn dan is het een vrij zeldzaam stuk. Opvallend is dat in de omgeving van Steenwijk veel midden paleolithische artefacten worden aangetroffen zoals onder anderen de bladspits van het landgoed Eese gevonden door Johan Bokkinga uit Wolvega en de kling van Basse gevonden door Piet Wiersma uit Steenwijkerwold. Ook zelf heb ik in het verleden een schitterende wit gepatineerde midden paleolitische schaaf gevonden die aangebracht was op een kernstuk.

MP schaaf

 


Geopark de Hondsrug.

Door Jan F. Kloosterman.

Internationaal,  over de hele wereld, ook over Europa heeft de Unesco een aantal gebieden met een unieke geologische kwaliteit aangewezen als Geopark. De aangewezen gebieden hebben een unieke wetenschappelijke waarde op het gebied van geologie, archeologie, ecologie en cultuur. Recent is de Hondsrug in Nederland aangewezen als Geopark. Het is wereldwijd het 56ste gebied dat door de Unesco door een unieke geologische diversiteit als zodanig is aangewezen.

De Hondsrug krijgt daardoor op de wereldranglijst van prachtige geologische monumenten, internationale bekendheid. De aanwijzing Geopark is gekoppeld en omarmd door de de provincie Drenthe. Tal van gemeenten en instellingen in het aangewezen gebied, hebben de aanwijzing aangegrepen om hun aktiviteiten onder te paraplu van het Geopark te brengen. Alles wat onder die paraplu valt wordt centraal gekoppeld aan het Hunebedmuseum in Borger, dat daarmee haar positie als archeologisch en geologisch museum voor de toekomst heeft verstevigd. De Hondrug is met de vele uitlopers, ook op het Drenths-Fries plateau, een groot gebied waar ook in het Friese overgangsgebied best nog wat zaken aan gekoppeld kunnen worden. Met name met het archeologische steentijd verleden kunnen er prachtige initiatieven ontstaan.

 

Hondsrug academie.

Paralel aan het Geopark de Hondsrug is de Hondsrug academie opgericht. In deze academie worden alle activiteiten in het gebied gebundeld. Cursussen, lezingen, workshops en excursies in het hele gebied die betrekking hebben op de geologie, de archeologie, het landschap of de ecologie vormen het uitgangspunt van de academie. Ook onderzoek en kennis op de Hondsrug wordt er een onderdeel van. Op zich een zeer unieke samenwerking van heel veel verschillende doelgroepen maar ook een vorm die als bundeling van krachten is staat is om het Geopark de Hondsrug te dragen en meer vorm te geven.

www.geoparkdehondsrug.eu 


 

Neanderthaler kamp opgegraven in 's-Hertogenbosch.

Door Jan F.Kloosterman.

Bij het grondwerk van een nieuwe parkeergarage in 's-Hertogenbosch zijn verrassende archeologische vondsten opgegraven. Stenen werktuigen en botresten van dieren behoren tot de vondsten. Bij onderzoek is vastgesteld dat het om vondsten uit het Midden Paleolithicum gaat, in Nederland de tijd van de Neanderthaler. Dat is op zich bijzonder. In Nederland zijn weliswaar een groot aantal stenen artefacten gevonden die toegeschreven worden aan het Midden Paleolithicum en daardoor tot het gereedschap van de Neanderthaler worden gerekend maar het aantal vondsten van een kamp van deze jagers is zeldzaam. In een groeve onder Maastricht werd eind vorige eeuw in een oude rivierbedding een mogelijke nederzetting van Neanderthalers ontdekt. De vondsten bestonden uit een aantal stenen werktuigen en verkoolde resten van een haardvuur. Een aantal jaren terug werd onder Assen een kampement ontdekt van Neanderthalers en bij het onderzoek dat daar op volgde werden een aantal kleine vuurstenen vuistbijlen en andere Midden Paleolithische artefacten aangetroffen. Ook werd een aantal jaren terug in Zeeland een stukje van een hersenpan van een Neanderthaler gevonden dat vrij zeker afkomstig is van de bodem van de Noordzee voor de kust van Zeeland en door een zandzuiger aan land is gebracht.

 

In Fryslân werd in 1939 de eerste vuistbijl gevonden door de timmerman Hein van Vliet uit Wijnjeterp - tegenwoordog Wijnjewoude. Deze vuistbijl werd pas jaren later als een echt artefact van een Neanderthaler erkent. Dat het zo lang duurde lag aan het feit dat de gevestigde archeologie toen nog van het standpint uitging dat de Neanderthaler niet in Nederland rond had getrokken. Later zijn veel meer artefacten gevonden in Nederland die toegeschreven konden worden aan de Neanderthaler.

De vondsten in 's-Hertogenbosch duiden op een kampement van Neanderthalers. Er zijn een groot aantal stenen voorwerpen aangetroffen die kenmerkend zijn voor Midden Paleolithische werktuigen. Een prachtig bewijs dat deze gebruiksvoorwerpen ter plaatse zijn geslagen zijn de vele kleine steensplinters die er zijn gevonden. Er zijn botten gevonden van mammoeten, wolharige neushoorns, rendieren, reuzenherten, paarden en bisons. Ook een bewijs van de fauna uit de Midden Paleolitische tijd. Een groot aantal botten verkeert in een uitzonderlijk goede staat. Volgens onderzoekers is het kampement gebruikt geweest tussen ongeveer 70.000 en 40.000 jaar geleden. Voor wat de flora betreft zal nader onderzoek moeten aantonen wat voor vegetatie er in die tijd aanwezig was. Er zijn grondmonsters genomen voor het onderzoek naar stuifmeelpollen. In een onderzoek door de Universiteit van Leiden verwacht men dat het inzicht zal kunnen geven in de planten en bomen die er in die tijd groeiden. De uiteindelijke uitkomsten van het onderzoek zullen mogelijk meer inzicht geven in de leefomstandigheden van de Neanderthaler in Nederland waardoor het mogelijk wordt die omgeving te reconstrueren.

kiezen wolharige neushoorn

Kiezen van de wolharige neushoorn opgegraven in het Neanderthalerkamp te 's-Hertogenbosch. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Open Dag Archeologie Centrale As 

De opendag voor de archeologie die door de Provincie Fryslân en het bureau Oranjewoud op zaterdag 2 november 2013 werd gehouden, werd door meer dan 500 bezoekers bezocht. Bij de aanleg van de centrale as wordt bij het traject een opgraving verricht die zicht moet bieden op bewoning en activiteiten in het gebied tijdens de prehistorie. Boringen die eerder werden gezet hebben aangetoond dat op de plaats waar de opgraving wordt gehouden mogelijk een site uit de midden steentijd ligt. De opgravingen zijn al een paar maanden bezig en zullen tot 1 maart 2014 doorgaan. Dan verwacht men een goed beeld te kunnen maken van deze plaats en de resultaten daarvan. De site is gelegen op een hoge zandkop aan de rand van een laag open gebied.

 opgraving Centrale as.

Bij de opgraving wordt laagje voor laagje de grond afgeschaafd en gezeefd. Al het uitgezeefde materiaal wordt gedroogd en per laag ingepakt en gedocumenteerd. Later wordt dit verder onderzocht bij de universiteit Groningen. Op zaterdag 2 november werden de vondsten die tot die datum zijn opgegraven geexposseerd. In een aantal grote containers werden de bezoekers ontvangen en stonden archeologen en amateur archeologen klaar om de bezoekers iets over de opgraving te vertellen en iets over de midden steentijd. Naast Jet Tolsma archeoloog van Oranjewoud werden oud conservator van het Fries Museum Evert Kramer en amateur archeoloog Jan F. Kloosterman gevraagd om in containers met de voorlopige vondsten van de opgraving iets te vertellen over de midden steentijd en het bij de opgraving aangetroffen materiaal. Dave la Féber, leiden van de opgravingen was bij het werk aanwezig om uitleg te geven. De provincie Fryslân had voor deze dag goed uitgepakt. Voor alle bezoekers was er koffie,thee, frisdranken en iets er bij. Verder werd via brochures uitleg gegeven over de aanleg van de centrale as.

Op 2 november werd tegelijkertijd ook een open dag gehouden in het Streekmuseum te Burgum. Mensen konden daar met hun vondsten terecht bij een team dat onder leiding stond van conservator Klaas Henstra. Deze open dag werd gekoppeld aan de de open dag bij de opgraving en tussen het streekmuseum en de open dag van de opgraving werden bussen ingezet om bezoekers van het ene evenement naar het andere te brengen. De belangstelling voor beide evenementen was deze dag zo groot dat extra bussen werden ingezet.

Neolitische spits

Een groot aantal ouders en grootouders hadden deze dag kinderen en kleinkinderen meegenomen. Voor de kinderen was er speciale aandacht. De verhalen over de midden steentijd werden als boeiend ervaren en het onderbouwen van de verhalen met voorbeelden en materialen uit de midden steentijd werden als een zinvolle aanvulling beleefd naast het bekijken van het terrein van de opgraving. De vondsten die werden geexposeerd bestaan voorlopig nog uit aangetroffen botten van een schaap, een pijlpunt, een dwarsspits of trapezium, een neolitische spits, schrabbers en een groot aantal klingen en afslagen. Daarnaast zijn er restanten aangetroffen van hazelnoten die bestaan uit verbrande doppen van deze noten. Er is nog maar een vierde deel van het gebied van de opgraving onderzocht en in de komende maanden verwacht het onderzoeksteam van Oranjewoud op het gedeelte van de site terecht te komen waar meer materialen uit de midden steentijd kunnen worden gevonden.

Conservator Evert Kramer

Voor belangstellenden die affiniteit met archeologie hebben is er een mogelijkheid om een dag samen te werken met het onderzoeksteam van de opgraving en mee te werken bij het verzamelen en zeven van materialen. Zij kunnen zicht melden bij het streekmuseum Burgum, telefoon 0511-465544 bij conservator Klaas Henstra.


 

Plaats je eigen verhaal op Archeoweb.

Zo langzamerhand zijn de aardappelen gerooid en de mais geoogst. Tijd om weer op zoek te gaan naar mooie vondsten uit de steentijd voor de amateur archeologen en dat geldt ook voor degenen die met een metaaldetector de akkers te lijf gaan. In de nieuwsrubriek van Archeoweb is altijd plaats voor een verhaal en dan liefst met een foto. De tekst met foto kan gezonden worden aan één van de redacteuren a.b.bakker83@gmail.com, mar-tin@live.nl of kloosterman-jan@hotmail.nl. 


 

Stientiid Wurkgroep Fryslân

Door Jan F.Kloosterman

Op maandag 28 oktober 2013 hield de Steentijd werkgroep Fryslan een bijeenkomst in het Streekmuseum te Burgum. De werkgroep staat onder voorzitterschap van Klaas Henstra. Bijzondere punten op de agenda waren deze avond het verslag van de archeologische reis naar Denemarken door Evert Kramer en de planning van  een archeologisch reisje naar de Humling in Duitsland door Piet Wiersma. 

Leden van de werkgroep verlenen al een aantal weken assistentie bij een archeologische opgraving onder Garijp in het traject van de Centrale as. Door Oranjewoud wordt in opdracht van de Provincie Fryslân een Mesolithische site opgegraven. De aarde van de opgraving wordt gezeefd waarbij leden van de werkgroep assisteren. Naast veel steenmateriaal wordt er ook botmateriaal aangetroffen. Alle voorwerpen en artefacten worden nader onderzocht door Marcel Niekus bij het Groninger Instituut voor de Archeologie van de Universiteit Groningen. Op zaterdag 2 november is er een open dag in het Streekmuseum in Burgum en daarbij kunnen de bezoekers ook een bezoek brengen aan een expositie van de aangetroffen vondsten van de opgraving bij Garijp. Vauit het Streekmuseum zullen bussen rijden naar de opgraving. Van 10.00 uur tot 17.00 uur is er gelegenheid om de vondsten van de opgraving te bekijken en zijn er medewerkers die informatie verschaffen.

 


 

Jelle van Bruggen. oktober 2013.

Leijen - Wartena cultuur.

De Leijen-Wartena cultuur werd geintroduceerd door de Opeinder arts Johannes Siebenga.(1898 - 1969). Hij ontdekte bij de Leijen een Mesolithische site en deed onderzoek naar de daar gevonden artefacten en gaf een naam aan de cultuur van de vondsten Het werd de Leijen cultuur en deze naam werd later uitgebreid naar de Leijen - Wartena cultuur naar aanleiding van vondsten op andere plaatsen  Onderhand is deze cultuur opgegaan in de andere Mesolitische culturen maar in Fryslân wordt nog altijd de Leijen - Wartena cultuur aangehouden.steker

 

 Onlangs vond Jelle van Bruggen uit Opeinde (Sm) een fraaie steker op een site waar hij geregeld zoekt en waar hij artefacten vindt die qua cultuur toegeschreven worden aan de Leijen - Wartena cultuur. Ook deze fraaie steker is een prachtig voorbeeld van de verfijnde vuursteenbewerking tijdens deze Mesolitische periode. Een schitterende aanwinst voor de uitgebreide Mesolithische collectie van deze "betoefde " amateur archeoloog.

 

 


 

Martijn van Dongen - oktober 2013.

Prachtige tweedoorn gevonden bij Zeijen.

Het was één van haar eerste zoektochten voor amateur archeologe Martijn van Dongen op een veld onder Zeijen Drenthe. Maar het resulaat mocht er zijn. Op deze eerste zoektocht vond ze een prachtige spits, een zogenaamde tweedoorn. Vrij zeker is deze spits gebruikt bij de jacht. De punt van deze spits is afgebroken en dat zou best een gevolg kunnen zijn van een jachtpartij waarbij de punt is afgebroken bij het schieten van een dier. Voor mij is deze pijlpunt een hele bijzondere vondst aldus Martijn.

tweedoornige spits


Elizabeth Chafé - oktober 2013

Schitterende spits uit de midden Bronstijd.

Op 24 oktober 2013 was ik samen met mijn schoonvader Jelle van Bruggen in het veld. We zochten op de ons bekende sites naar artefacten.Op één van de akkers waar we zochten vond ik een eindschrabber uit de Hamburg cultuur, een mooie kern en een aantal afslagen. We hadden de akker goed afgezocht en besloten een naastgelegen akker ook nog maar even te inspecteren. Je loopt natuurlijk door de blubber en we hadden een gesprek over de mooiste momenten tijdens onze zoektochten en over prachtige vondsten uit het verleden. Ook hadden we het over de prachtige artefacten die we nog hoopten te vinden en die dan als pronkstukken in onze vitrines zouden liggen. Ineens als in een droom lag het voor me op de akker. Er ging een schok door me heen. Je loopt uren door de modder te swalken en dan de beloning die al die zoektochten in één keer goed maken. Ik pakte het artefact op en kon alleen maar "OOOOOO" uitbrengen. Daar lag ie dan in mijn hand. Een perfecte bronstijdspits. Prachtige kartelrand en de beide pootjes nog helemaal compleet. Prachtige retouche, Parchtige vuursteen. Ik riep naar Jelle: "Ik heb er één. Ik heb er één." Aan Jelle liet ik de spits zien en hij vond het ook een prachtige spits. Deze spits komt op een speciale plaats in mijn vitrine te liggen. Deze spits is helemaal van mij.

Bronstijdspits (tweedoorn)

 


 

Jan F. Kloosterman. oktober 2013.

RA steker.

In het voorjaar van 2013 werd er onder Boelenslaan een deel van de weilanden omgeploegd en ingezaaid met mais. Het was jaren weiland geweest en in het voorjaar ontdekte ik voor het eerst dat het omgeploegd was. Het was toen te laat om er even te zoeken in dat gebied omdat de mais al gezaaid was. Het prachtige geaccidenteerde gebied bleef mij echter wel bezig houden en toen een week geleden de mais werd geoogst was ik er ook meteen bij om met een zoektocht te beginnen in het gebied.

RA stekerRAsteker

Onderhand ben ik al een groot aantal van de akkers overgelopen en heb practisch elke glooiing in het gebied bezocht zonder ook maar een aanwijzing te vinden naar de steentijd. Natuutlijk vind je wel eens een afslagje maar een concentratie van afslagen van vuursteen trof ik er niet aan. Er liggen in het gebied twee verlande pingo ruïnes en vandaag zoch ik ook even op één van de randen van die pingo's. Beetje geluk, maar ik vond er een prachtige RA steker die ik heb gedateerd in het Mesolithicum. Zo'n vondst maakt dat ik weer verder kan gaan zoeken.

 


 

Jan F. Kloosterman. oktober 2013.

Schrabber of Schraper.

Oktober 2013. Mijn oude sites maar weer opgezocht nu de mais is geoogst. Het leidde meteen tot een paar bijzondere vondsten. Allereerst een prachtige schrabber die volgens mij dateert uit het laat Neolihicum en misschien zelfs uit de Bronstijd. De schrabber is prachtig rond van vorm en op een dunne afslag aangebracht. Toen ik de schrabber thuis had gereinigd en deze onder de loep bekeek kwam ik tot de ontdekking dat de schrabber was geslagen op een afslag van een geslepen bijl. Onmiskenbaar waren er op één van de zijden slijpsporen aanwezig van zoals die worden gevonden op een geslepen bijl. Op zich niet zo verwonderlijk. Geslepen bijlen werden vaak ingevoerd in Noord Nederland omdat de kwaliteit van de vuursteen in Noord Nederland ronduit slecht was. De vuursteen in Noord Nederland en leende zich niet voor het vervaardigen van grote werktuigen zoals vuursteen bijlen. Dat de kwaliteit slecht is van de vuursteenknollen die in Noord Nederland worden gevonden, vindt de oorzaak in de koudere perioden en met name die in de Weichselijstijd. In deze periode heeft de vuursteen bloot gestaan aan extreme kou. Vuursteen neemt water op en daardoor ontstaat bij bevriezen scheurvorming. Door die scheurvorming ontstaat de zogenaamde vorstsplijting in de vuursteen en wordt deze minder goed bewerkbaar. Volgens mij is de vuursteen bijl waarvan de gevonden schrabber is gemaakt, beschadigd geraakt door gebruik en werd de beschadigde bijl hergebruikt door er kleinere werktuigen uit te slaan. Het is denk ik vrij zeker de historie van de door mij gevonden schrabber.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pijlpunt.
Op een site waar ik doorgaans vuursteen materiaal aantref uit het Mesolithicum vond ik zeer recent een fraaie pijlpunt. Aan de basis (het stuk dat ik de pijlschacht wordt geplaatst) was deze pijlpunt bewerkt en smaller gemaakt. Richting de punt hier en daar een beetje aangescherpt maar niet zo bewerkt dat je er meteen een cultuur aan kunt verbinden. Qua vorm heeft de pijlpunt overeenkomsten met pijlpunten zoals die werden gebruikt in de Hamburgcultuur en dat zou betekenen dat het een pijlpunt uit het jong Paleolithicum moet zijn. Ik heb mijn tijfels daarover.

Bijna 4 cm lang is het een forse pijlpunt en past deze niet helemaal in het Mesolithicum. Misschien kom ik er nog eens achter.

 

 

 

 

 

 

   


Archeologische excursie Denemarken.

24 tot 31 augustus 2013.

De laatste week van augustus 2013 werd een archeologische excursie naar Denemarken georganiseerd waaraan de oud conservator van het Fries museum, Evert Kramer en de amateur archeologen Douwe Wedzinga, Jelle van Bruggen, Jan Nijboer en Ieneke Wiebing deelnamen. Jan Kloosterman gaf leiding aan de excursie en had voor dit doel het eiland Mors uitgekozen als uitvalsbasis. Vlakbij het Hanklit op het eiland op de helling van een klif werd een vakantiehuis betrokken door het team. Het terrein van het huis grensde aan een helling met daarop veel mogelijkheden voor het zoeken naar artefacten.

De eerste excursie betrof een bezoek aan het Molermuseum in Hesselbjerg. In het museum is een grote expositie van fossielen die afkomstig zijn uit de Molerkliffen. Deze bestaan uit lagen as en lava van uitbarstingen van een aantal vulkanen meer dan 55 miljoen jaar geleden. De lagen zijn deels gevormd onder water en daarin zijn veel vissen, planten en andere waterdieren gefossiliseerd. De molerkliffen liggen aan de noordzijde van Mors en vooral die net boven de jachthaven van Ejerslev zijn schitterend om te zien. Maar ook naast het Molermuseum is een grote groeve waaruit de moler wordt geexploiteerd die het ontstaan van de lagen uit een ver verleden laat zien.

In het museum is de beheerder nadat hij is geinformeerd over de bijzondere mensen uit Nederland die zijn museum aandoen, meteen bereid om een rondje mee door het museum te lopen en het gezelschap te wijzen op de bijzonderheden van de honderden fossielen die in het museum geexposeerd worden en afkomstig zijn uit de moler. Een prachtig fossiel van een schildpad, tientallen fossielen van vissen en tal van andere fossielen krijgen de nodige uitleg mee. Ondertussen is Jelle van Bruggen druk bezig met fotograferen en aan het einde van de excursie week zal hij zijn gezelschap laten weten dat hij in het totaal 1600 foto,s heeft gemaakt. Na een rondleiding door het molermuseum wordt het tijd om eens in de groeve naast het museum op onderzoek te gaan. Jan Nijboer bewerkt met een grote hamer harde brokken steen en heeft daarbij geluk. Een prachtig fossiel van een sprinkhaansoort die meer dan 50 miljoen jaar geleden leefde is het resultaat van zijn krachtpatserij.

Het vervolg van deze zonovergoten dag speelt zich af aan één van de klifstranden van Mors waar de hele groep zich bezig gaat houden met het zoeken van zeeëgels. Die zijn daar te vinden als je goed gaat zoeken en Evert Kramer en Douwe Wedzinga hebben nhet meeste geluk en vinden ieder een aantal. Om de hongerige magen te vullen wordt een gezamenlijke maaltijd bereid in het vakantiehuis en wordt uitgebreid gegeten op het terras bij het vakantiehuis. Voor degenen die nog niet moe zijn blijven de akkers rondom het huis een uitdaging en wordt er na de warme hap weer uitbundig gezocht met hier een daar een mooi resultaat. Onder anderen Ieneke Wiebing ziet kans om een prachtige grote vuursteen schrabber als buit mee te nemen. Jelle van Bruggen is ondertussen naar het hoogste punt geklommen om vanaf daar de zonsondergang in de Lymfjorden op de gevoelige plaat vast te leggen.

Een excursie naar het Dueholm kloster museum laat ons iets zien van de prachtige vuursteen artefacten waaraan Mors rijk is. Het is niet voor niets dat dit eiland is gekozen als uitvalsbasis voor excursies. Naast de uitgebreide collectieties Jyde aardewerk uit een middeleeuwse cultuur die vanaf 1650 gangbaar was op Mors en waarvan de prachtige zwarte potten, kannen en schalen tot in Nederland verspreid werden, is er een hele verdieping met vuursteen artefacten. Het aardige van dit museum is dat de grote kasten met tientallen lange landen vol artefacten nog nauwelijks beschermd zijn. In Denemarken houdt men er niet van alles achter slot en grendel te plaatsen en dit is zo'n typisch voorbeeld. Op het platteland staan alle deuren dag en nacht open en zijn niet afgesloten. Dat heeft met Deense gastvrijheid te maken. Het is hiet terug te zien.

Prachtige vuursteen bijlen, bewerkte lange klingen, grote brede schrabbers en schaven met daarbij de perioden waaruit ze stammen aangegeven. Ook de culturen zoals maglemose, ertebolle en trechterbeker zijn voor wat de voorwerpen betreft prachtig ingedeed. We brengen er met z'n zessen lange tijd door. Voor Evert Kramer is het ene openbaring dit museum en Jan Nijboer heeft vooral de aandacht gericht op voorwerpen uit de Vikingtijd terwijl Ieneke Wiebing ook de andere aspecten van het museum onder de loep neemt zoals de rijke histori van het eiland. De dag wordt besloten met een tochtje naar de haven van Ejerslev en een kijkje bij de grote molerkliffen daar.

Ook in Thisted is een prachtig steentijd museum waarin de grootste pijlpunt met vleugels van Denemarken in een vitrine ligt. Net boven Thisted zijn in de Neolithische periode net als bij St. Geertruid in Limburg een aantal vuursteenmijnen geweest waaruit vuursteenknollen werden gedolven voor het fabriceren van stenen voorwerpen. In het museum van Thisted vindt je veel van deze voorwerpen uit het Neolithicum terug. Douwe Wedzinga en Evert Kramer ondernemen samen een tocht naar dit museum. Jan F.Kloosterman had het al eerder bezocht en Ieneke Wiebing, Jelle van Bruggen en Jan Nijboer kiezen voor de akkers en niet voor een bezoekt ana Thisted dat aan de overkant van de Lymfjorden en dat je vanuit het vakantiehuis kunt zien liggen aan die overkant. Jelle van Bruggen ontdekt op deze dag een nieuwe site die iets verder richting Hanklit ligt. De prachtige schrabbers die hij er deze dag vindt hebben gevolgen want op de dagen daarop zijn we allemaal op die plek te vinden bij onze zoektochten.

Op 29 augustus hebben plant de groep een bezoek aan Lindholm Hoje bij Aalborg. Jan F. Kloosterman is daar eerder geweest en heeft een bezoek aan dit museum aanbevolen hoewel het op 100 km verwijderd ligt van Mors. Linholm Hoje is een heuvel die in de vorige eeuw werd ontdekt als begraafplaats van de Vikingen. De graven op de heuvel lagen onder een laag opgewaaid zand en bij het afgraven daarvan kwamen 286 Viking graven te voorschijn. De graven zijn met stenen afgebakend die veelal in de vorm van een schip om de graven zijn gelegd. Bij de heuvel is een groot zeer modern museum gebouwd waarin de geschiedenis van de Vikingen niet alleen is afgebeeld maar waarin ook grote exposities van hun voorwerpen zijn uitgestald en waar hun rituelen zijn afgebeeld. In dit museum brengen we lange tijd door en omdat iedereen de tijd wil nemen om alle exposities in het museum goed te bekijken blijven we tussen de middag een broodje eten in het museum. Daarna volgt een bezoek aan de grote grafheuvel en ook dat neemt tijd.

Het volgende museum dat we nog willen bezoeken is het archeologisch museum in Ertebolle. Eens het mooiste archeologisch museum van Denemarken. Bij Ertebolle werd voor het eerst de Ertebolle cultuur ontdekt en heel veel archeologen en amateur archeologen die Denemarken bezochten in het verleden kwamen met enthousiaste verhalen terug over dit museum waar de steentijd voorwerpen in grote getale waren uitgestald en waar buiten het museum de leefwijze van het volk van de Ertebolle cultuur werd uitgebeeld in prachtige gereconstrueerde hutten en waar in één van de vijvers de uitgehakte en nagebootste prehistorische kano's lagen waarmee je ook even kon varen. Bij het museum zijn we geschrokken. De eens zo prachtige archeologische collecties waren allemaal verwijderd. In de nog aanwezige vitrines lagen de vuursteen voorwepen schots en scheef door elkaar en een groot deel van die voorwerpen was beschadigd. Op het buitenterrein waren de prachtige hutten platgewaaid en overtgroeid met onkruid. Ook de kanovijver was dichtgegroeid en op de oever was nog één verweerde kano te bekennen. Een voorbeeld hoe een museum ondergaat als er niet goed op wordt gepast.

Ertebolle is ook bekend om z'n stranden met de kliffen waar je als het een beetje meezit nog prachtige klingen en andere vuursteen voorwerpen kunt vinden. Daar werd natuurlijk door de mensen van de groep ook naar gekeken. De resultane waren verbluffend. Douwe Wedzinga trok uit één van de wanden van het klif een prachtige vuursteen bijl. Deze kon toegeschreven worden aan de Ertebolle cultuur temeer omdat we daar kort te voren in het museum een aantal exemplaren van hadden gezien. Verder trok Douwe nog een prachtige lange bewerkte kling uit het klif. ook Jan Nijboer en Ieneke Wiebing weten een paar prachtige bewerkte klingen uit de wand te trekken. Dan in de namiddag de weg terug waarbij gebruik wordt gemaakt van ene pont bij het oversteken. Deze dag is de enige dag dat de groep buitenshuis eet. Een Pizzeria in Nijkobing is deze dag het toneel voor de warme hap.

Op 31 augustus wordt de terugreis naar Nederland ingezet en daarbij heeft Douwe Wedzinga nog een prachtige verrassing voor de groep gepland. In Haderslev wordt aan de bekendste verzamelaar van steentijd werktuigen, Tom Holck een bezoek gebracht. Het is een relatie van Douwe in de handel van Deense artefacten. Tom Holck is van beroep tandarts, is condervator bij één van de Deense museums en is in het bezit van de grootste particuliere collectie vuursteen artefacten. Op deze dag gunt hij ons een blik in zijn enorme verzameling waarin artefacten  uit verschillende perioden van de steentijd keurig gerangschik zijn. Een groot deel van de verzameling ligt opgeslagen op zolder en we moeten dan ook even naar boven klimmen om daar een kijkje te nemen. Wat we krijgen te zien is een enorme schatkamer met honderden keurig gerangschikte artefacten waar we toch even stil van worden.

 

In de grote serre van zijn woning heeft Holck een verrassing voor ons. Naast de koffie met gebak laat hij ons een grote dolk zien die gemaakt is uit een stuk Helgoland vuursteen. Het is een prachtig exemplaar dat een replica is van de Helgoland dolk die in het Nationaal museum van Denemarken ligt en ook afgebeeld staat op het bankbiljet van 100 Kronen in Denemarken. De verassing die Holck voor ons in petto heeft bestaat uit een schenking van een prachtige pijlpunt van Helgoland vuursteen waarvan we ieder een exemplaar ontvangen. De pijlpunten zijn gemaakt van de restanten Helgoland vuursteen die als afslagen overbleven. Er zijn in totaal 33 exemplaren gemaakt die allemaal zijn genummerd. De bedoeling van die pijlpunten is dat ze in collecties terechtkomen en ze worden verspreid onder archeologen en amateur archeologen. Alle zes ontvangen we er een exemplaar.

Terugkijkend op deze weekexcursie in Denemarken heeft de groep besloten om jaarlijks een soortgelijke excursie te plannen met mogelijk andere archeologische bestemmingen.

Jan F.Kloosterman.

 


No Doe bij Omrop Fryslân.

In deze rubriek kan de bezoeker regelmatig nieuws aantreffen uit de steentijd. Nieuwe vondsten uit Noord Nederland en nieuwe artikelen worden in deze rubriek besproken. 

Jou dy op foar de nije famyljespulshow fan Omrop Fryslân!

 

Omrop Fryslân start nei de simmer mei opnames fan it nagelnije famyljespulprogramma NoDoe. De show sil opnommen wurde yn ferskillende Fryske musea, en draait om de fraach hokker famylje yn koarte tiid it measte te witten komt oer de skiednis fan ús provinsje. It giet dus net om parate kennis, mar om it opspoaren dêrfan.

Yn elke ôflevering stride twa teams tsjin elkoar. In team bestiet út in bern (10-14 jier), in heit/mem en in pake/beppe. Dit hoecht net perfoarst famylje fan elkoar te wêzen. Elke ôflevering bestiet út 4 rondes. Yn ronde 1 spylje de bern tsjin elkoar yn in fysike test. Yn ronde 2 teste de heiten en memmen harren farske kennis yn in drukknopronde. Ronde 3 stiet yn it teken van de pake's of beppe's, sy moatte op speurtocht yn it museum. De finaleronde is in team-estafette. Alle opdiene kennis en feardichheden wurde ynsetten om dizze ronde te winnen.

 Wolsto meidwaan oan dizze spannende en aktive tv-wedstriid? Jou dy dan as team op fia www.nodoe.nl. Op dizze site kinst alle ynformaasje fine oer de searje.

 Dielnimmende musea binne: IJstijdenmuseum Bûtenpost, Museum Martena Frjentsjer, Museum Dokkum, Fries Museum Ljouwert, Fries Landbouwmuseum Earnewâld, Woudagemaal Lemmer, Kazemattenmuseum Koarnwertersân, Damshûs Nijbeets, Fries Scheepvaartmuseum Snits en Tresoar Ljouwert.

NODOE is in gearwurking tusken Omrop Fryslân, Afûk, Tresoar en 9 Fryske musea om de Kanon fan de Fryske Kanon mear ûnder de oandacht te bringen.


Een meesterwerkje uit de steentijd.

Klaas de Haan uit Ureterp is bij iedereen bekend als fossielen verzamelaar. Een man die in de loop der jaren enorme collecties fossielen heeft opgebouwd en in het IJstijdenmuseum schitterende fossielen heeft uitgestald. Minder bekend is dat Klaas de Haan zich ook ontwikkeld tot amateur archeoloog en in de omgeving van Ureterp en Bakkeveen een aantal sites heet ontdekt die regelmatig fraaie artefacten opleveren.

In het vroege voorjaar van 2013 deed Klaas de Haan een opmerkelijke vondst. Een schitterende witte pijlpunt werd op één van zijn sites gevonden. Deze pijlpunt stond al snel in de belangstelling van de andere amateur archeologen bij het IJstijdenmuseum. Na bestudering kon deze vondst gedateerd worden in de overgangstijd van laat Neolithicum/Bronstijd. Een pronkstukje was de conclusie.

Sinds Klaas de Haan zich op het pad van de amateur archeologie heeft begeven doet hij meer opzienbarende vondsten. Een prachtige grote schrabber was een volgende vonds. Aan een van de zijkanten was op deze grote schrabber een scherpe rand geslagen waardoor het voorwerp geschikt gemaakt is voor multifunctioneel gebruik. De zijkant van de schrabber kan gebruikt worden voor mes of kerf.


Breitkeil of hamerbijl uit Twijzel.

In 1940 vond een boer, Tjibbe Loonstra, uit Twijzel op een perceel bouwland aan de Haven in Twijzel een merkwaardig voorwerp. Bij het rooien van voederbieten trok hij een biet uit de grond waarin een stenen voorwerp in de wortel was vastgegroeid. Toen het stuk steen goed was schoongemaakt kon Loonstra vaststellen dat het stuk steen het model van een soort hamer had en dat er een rond gat in zat waardoorheen wortel van de de voederbiet was gegroeid. De hamer bewaarde Loonstra jarenlang in de spijkerbak bij het gereedschap in zijn boerderij. Dat hij het voorwerp bijzonder vond bewijst het feit dat niemand anders dan hij de hamer uit de spijkerbak mocht halen.

Breitkeil of hamerbijl Twijzel

De stenen hamer kwam na jaren in het nieuws. In 1965 stelde schoonzoon Minze Wijmenga voor om de hamer eens te laten bekijken door mensen van een museum. Conservator Gerrit Elzinga van het Fries museum bekeek de stenen hamer en liet deze vervolgens onderzoeken door archeologen van de Rijksuniversiteit van Groningen. Daar stelde men vast dat het voorwerp een zogenaamde breitkeil of hamerbijl is uit de Neolithische periode. De hamerbijl werd in bruikleen afgegeven aan het Fries museum om daar tentoongesteld te worden maar verdween in een depot. Ook werd er door de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) een onderzoek op de vindplaats gedaan. Van deze feiten werd door de Leeuwarder Courant een persbericht geplaatst

Vindplaats hamerbijl TwijzelDe dochter van Tjibbe Loonstra, Geertje Wijmenga-Loonstra, besloot in 2010 dat de door haar vader gevonden hamerbijl eigenlijk geexposeerd zou moeten worden in het IJstijdenmuseum te Buitenpost. De hamerbijl zou dan dichter in de omgeving van de vindplaats in een expositie in het IJstijdenmuseum tentoongesteld kunnen worden. Ze nam contact op met het bestuur en daarbij werd overeengekomen dat de hamerbijl een plaatsje zou krijgen in dat museum. Op vrijdag 1 maart 2013 heeft Geertje Wijmenga - Loonstra de hamerbijl die lang geleden in Twijzel werd gevonden, in bruikleen overgedragen aan het bestuur van het IJstijdenmuseum waar het voorwerp een plaats heeft gekregen in een expositie. 

 

 

 


Corwim de Jongh amateur archeoloog in Edam.

Een aantal jaren geleden kwam ik in contact met Corwim de Jongh uit Edam. In Frankrijk had hij een groot aantal artefacten gevonden die hij wilde laten determineren. Lammert Postma en ik hebben de omvangrijke collectie doorgeworsteld. De artefacten afkomstig uit midden Frankrijk waren practisch allemaal geel/bruin gepatineerd en afkomstig uit kalkrijke lagen. Bij de determinatie zagen we al snel dat de artefacten uit een aantal opeenvolgende perioden afkomstig waren. Zo konden we premitieve stukken dateren in het oud paleolithicum, waren er artefacten uit het midden paleolithicum, het mesolithicum, het neolithicum en zelfs uit de bronstijd. Alle artefacten werden gevonden in een naar omvang klein gebied naast een ingestorte grot. In het IJstijdenmuseum hebben we enige jaren geleden een aantal stukken uit de collectie van Corwim de Jongh in een expositie opgenomen.

Lammert Postma onderzoek artefacten collectie Corwim de Jongh

Bij de nieuwbouw van het IJstijdenmuseum willen we in een lange opstelling exposities opzetten over het paleolithicum. Daarin is ook een kleine expositie gepland van oud paleolihische artefacten. Natuurlijk herinnerde ik me de collectie van Corwim de Jong en ben ik éen dezer dagen samen met Lammert Postma bij Corwim op bezoek gegaan om hem te vragen een aantal van de oud paleolitische artefacten uit zijn collectie beschikbaar te stellen voor een expositie in het IJstijdenmuseum. Een hernieuwde kennismaking en een hartelijke ontvangst in Edam. Dozen en emmertjes vol artefacten stonden klaar en de tafel stond als snel vol met allemaal prachtige vondsten van de Franse vindplaats van Corwim.

oud paleolithische artefacten van Corwim de Jongh

Nog ieder jaar levert de vondstplek van Corwim nieuwe artefacten op en ook nu liet hij een groot aantal daarvan zien. Aan ons de taak om uit de omvangrijke collectie artefacten te zoeken waarvan wij denken dat ze uit het oud paleolithicum afkomstig moeten zijn. Geen senicure. Artefacten die in situ zijn aangetroffen zijn met enig onderzoek terug te brengen naar de tijd waaruit ze afkomstig zijn maar voor losse vondsten is dat meer giswerk. Een vergelijking met gedateerde vondsten in boeken brengt enige richting maar afdoende bewijs is dat niet. Toch hebben we een 25 tal van de artefacten die aan ons doel beantwoorden uitgezocht en meegenomen voor een plaats in de expositie. Vanaf 1 april zijn de bijzondere artefacten van Corwim de Jongh te zien in de nieuwe expositie in het IJstijdenmuseum.

Jan F.Kloosterman, 17 februari 2013.


Huub Spronck, amateur archeoloog in Cadier en Keer.

amateur archeoloog Huub SpronkEen bezoek aan amateur archeoloog Huub Spronck is voor iedere geinteresseerde in steentijd artefacten uit Zuid Limburg een belevenis. Deze amateur archeoloog kreeg een grote collectie artefacten bij het overlijden van zijn vader Matthieu Spronck. Spronck senior verzamelde de artefacten al vanaf 1964 en wist een enorme collectie op te bouwen die voornamelijk afkomstig zijn van de landerijen en uit de bossen rond Cadier en Keer. De eerste vondst van een prachtige vuursteen bijl vond plaats in 1964 toen Matthieu Spronck een perceel bomen rooide en bij de herplant in de boomplantgaten merkwaardige bewerkte stenen aantrof. Een passant in het bos wist hem te vertellen dat de bewerkte stenen, gereedschappen waren uit de steentijd. Daarmee was de belangstelling gewekt. De eerste vuursteen bijl die in het bos bij het rooien werd aangetroffen kreeg de letter A. Spronck senior ontwikkelde zich al snel tot een zeer actief amateur archeoloog die het gebied rond Cadier en Keer als zijn broekzak kende en een enorme collectie aan wist te leggen. De letters van het alphabet bleken al snel niet meer voldoende om alle gevonden vuistbijlen en delen ervan te kunnen documenteren. Letters werden vervangen door cijfers. De artefacten werden niet alleen genummerd en voorzien van een aanduiding van de vindplaats maar werden ook opgetekend in een schrift waarbij senior van alle mooie voorwerpen een prachtige tekening maakte.

Na zijn overlijden kreeg zoon Huub Spronck de collectie over. Vanaf 1992 is ook Huub een zeer actief amateur archeoloog. Het zoekgebied heeft hij uitgebreid tot een groot gebied in Zuid Limburg met uitstapjes naar België (Rullen bij Sint Pietersvoeren en de westelijke Maas over) De collectie vuursteen bijlen van vader werd door Huub verder uitgebreid. Inmiddels staat de teller op 2297. Het interessante van een collectie aanleggen is volgens Huub ook dat je zicht krijgt op de vuursteen die gebruikt werd voor de artefacten. Rondom Cadier en Keer zijn de vuursteen artefacten practisch allemaal geslagen van de zogenaamde Valkenburg vuursteen. Dit in tegenstelling tot de artefacten die bij Valkenburg zijn gevonden. Die bestaan maar uit een dikke 60 procent uit Valkenburg vuursteen. Daarmee zou je volgens Huub kunnen stellen dat Valkenburg vuursteen niet werd gedolven in of om Valkenburg maar dat de oorsprong van de Valkenburg vuursteen bij Cadier en Keer zou kunnen zijn. De naam Valkenburg vuursteen is dan ook een verkeerde benaming. Die zou eigenlijk vuursteen van Cadier en Keer moeten zijn. Huub verwacht dat er nog wel eens een onderzoek komt naar de juiste herkomst van de Valkenburg vuursteen.

De grote collecties van Huub zijn voor een klein deel in een expositie in een kast in de huiskamer ondergebracht. Schitterende stukken. Niet alleen bijlen maar ook prachtige pijlpunten maar ook schitterende bewerkte lange klingen en prachtig geretoucheerde schrabbers en schaven. Het grootste deel ligt echter opgeslagen in ladekasten en dozen. "Eigenlijk jammer  volgens Huub "want de collecties die veel amateur archeologen in Zuid Limburg bezitten horen tentoongesteld te worden in musea. In de provincie Limburg zien mensen te weinig van de prachtige collecties die veel amateur archeologen hier in bezit hebben. Jammer genoeg heeft de provincie geen geld over voor de steentijd archeologie van Limburg. Mijn droom is nog eens een mooi museum inrichten waar je de mensen kunt laten zien hoe rijk de prehistorie van Limburg is."

In Limburg worden, hoewel in mindere mate, ook vuursteen artefacten uit het Midden Paleolithicum gevonden. Eén van de vindplaatsen van die Midden Paleolihische artefacten lig op de Kaap onder Sint Geertruid. Tot nu toe zijn het alleen oppervlakte vondsten die veilig gesteld worden. Het frappante is dat ze in een klein gebied worden aangetroffen en dat het misschien zeer de moeite waard zou zijn op die plaats eens een opgraving te doen. Dit omdat op andere plaatsen zoals in de groeve Veldwezelt de Midden Paleolithische artefacten onder een dikke laag löss liggen en niet aan de oppervlakte worden gevonden. Ook in de collectie van Huub Spronck zijn een aantal prachtige Midden Paleolithische artefacten te vinden. Ook voor een groot deel gevonden op die plaats op de Kaap. Het zijn prachtige stukken met een mooie laag windlak en sommige ervan zijn bewerkt tot schaaf, snijwerktuig of schraper.

Natuurlijk behoren bij Midden Paleolihische vondsten ook vuistbijlen. Ook die zijn terug te vinden in decollectie van Huub Spronk en daar zijn prachtige exemplaren bij. Gevonden op Midden paleolithische vindplaatsen op de Kaap en onder Banholt. Fraaie exemplaren die Limburgs vroegste geschiedenis vertellen. Over de grens in België is veel onderzoek gedaan op Midden Paleolithische vindplaatsen in grotten en in het verlengde ervan is het eigenlijk ook logisch dat in de Midden Paleolitische tijd er ook mergelgrotten in Limburg bewoond zijn geweest door Neanderthalers. Een mooie onvergraven abri zou in de toekomst nog wel eens te voorschijn kunnen komen en veel nieuwe gegevens kunnen opleveren. Dat bewijzen eigenlijk de vondsten van Huub Spronck min of meer. Onderzoeken in Limburg die wel resultaat opleverden zijn vaak gesitueerd op de hellingen maar die in grotten hebben eigenlijk alleen maar een Neolithische context.

Eén van de meest bekende archeologische site's naast de Kaap onder Sint Geertruid is het gebied rond de Banholter grup waarbij ook nog een oude vuursteenmijn ligt. Het gebied is zeer rijk aan artefacten uit het vroeg Neolithicum en ook hier worden af en gtoe midden paleolithische vondsten gedaan. In de collectie van Huub Spronck is ook veel terug te vinden uit dit gebied rond Banholt. Vooral de hellingvondsten van kleine smalle klingen, trappezia, pijlpunten, schrabbers en schaven zijn van Banholt bekend en in veel collecties van amateur archeologen terug te vinden zo ook in die van Huub. Eén van de mooiste vondsten is een prachtige ruw afgslagen bijl waarbij de indrukken van de afslagen, de grote deskundigheid van de prehistorische vuursteensmid laten zien. Iedere scherf werd op een doordachte en weloverwogen wijze weggeslagen. Geen slag te veel. Alles meteen afgewerkt in een prachtige vorm. Onderzoekers menen dat de gedolven vuursteen werd voorbewerkt en als halffabrikaat verruild. De ruw bewerkte bijl laat dat ook zien. Het ruwen en slijpen van bijlen vond hier niet plaats maar werd op de plaats gedaan waar de bijl na omwegen en ruilhandel soms tientallen kilometers verder terecht kwam. Over de collectie van Huub Spronck valt een boek te schrijven maar dit nieuwsbericht op Archeoweb laat alleen zien dat amateur archeologen belangrijk zijn in het gebied waar ze wonen en hun schatten verzamelen.

Aanvullende informatie: klik hier

Geplaatst op 28 januari 2012 Jan Kloosterman


Bryozoën in vuursteen werktuigen.

Onlangs kreeg ik een prachtig werktuig onder ogen dat geslagen is uit bryozoën vuursteen. Het betreft hier een bijl die in het bezit is van Douwe Wedznga uit Opende. Wezinga had deze bijl net nieuw in zijn verzameling gekregen en heeft hem nu in de tijdelijke expositie in het IJstijdenmuseum geplaatst. Vuursteen werktuigen  die geslagen zijn uit bryozoën vuursteen komen niet heel vaak voor maar af en toe is er een exemplaar dat die naam mag dragen omdat er heel veel fossielen van bryozoën in de vuursteen aanwezig zijn. Het is natuurlijk vrij normaal dat er geregeld fossielen van sponzen en zeeëgels in de vuursteen worden aangetroffen en het is heel normaal dat er bryozoën in vuursteen zitten. Bryozoén vuursteen is een soort waarin het letterlijk wemelt van de fossielen.

De bijl van bryozoen vuursteen van Douwe Wedzinga is een mooi voorbeeld uit het Neolithicum dat men ook deze mindere homogene vuursteen heeft gebruikt voor bewerking. De bijl is 16,5 cm lang. De breedte bij het snijvlak is 4,7 cm en bij het uiteinde 2,8 cm. De dikte meet 3,6 cm


Een midden paleolithische vondst bij de Burgumermar.

Een aantal jaren geleden kwamen er nog weinig midden paleolithische vondsten te voorschijn. Dit had te maken met het niet herkennen van de afslagen en werktuigen uit het midden paleolithicum in Noord Nederland. De discussie rond de Vermaning artefacten en een beter zicht op determinatie van de midden paleolithische vondsten door een aantal specifieke punten vast te stellen heeft ook bij amateur archeologen de herkenbaarheid en meer interesse over deze midden steentijd vuursteen artefacten doen ontstaan. Het herkennen van deze specifieke vuursteen afslagen en werktuigen is dankzij veel publicaties veel beter geworden.

Vorige week kreeg ik weer een prachtige midden steentijd artefact onder ogen. Het was amateur archeoloog Oene Kloetstra die het artefact mee nam. Volgens hem aangetroffen aan de oostzijde van de Burgumermar op een plaats waar het keileem vlak onder de oppervlakte ligt. Een prachtig bruin gepatineerd stuk dat onmiskenbaar een midden paleolith is. Het slagvlak en de slagbult zijn  goed te herkennen en de bewerking aan de randen leert dat dit artefact een meerzijdige funktie heeft gehad voor de gebruiker. Een scherp bewerkte rand om mee te snijden en een stompe brede bewerkte rand om mee te schaven of te schrapen. Een prachtig ambachtelijk stuk dat gedateerd kan worden tussen de 110.000 en 40.000 jaar geleden. 

Een datering in een inmens lang tijdperk overbrugt, waarin de grote grazers ook in Fryslan aanwezig waren en de mens die daarop jaagde, de Neanderthaler. Dat de Neanderthalers in Fryslan hebben rondgelopen weten we al veel langer. In 1939 vond Hein van der Vliet uit Lippenhuizen in de omgeving van Wijnjeterp ( nu Wijnjewoude) een vuistbijl. De archeologische wetenschappers wisten niet wat ze met deze vondst moesten. Een vuistbijl in Fryslan was niet mogelijk omdat men toen dacht dat de Neanderthaler niet zo noordelijk in Europa had geleefd. Pas in 1956 werd deze vuistbijl erkend als midden paleolithisch werktuig.  Naderhand zijn vele meer vondsten van afslagen en Neanderthaler gereedschap gevonden. De door Johan Bokkinga uit Wolvega in de omgeving van Steenwijkerwold gevonden bladspits, de door Lammert Postma gevonden afslagen en schaven onder Kootstertille, de door Jan F.Kloosterman, gevonden Levaillois schaaf onder Oudwoude en tal van andere vondsten, onder anderen van Gerrit Jonker uit Steenwijk, bewijzen dat de Neanderthaler ook op het zandgebied van het Drents/Fries plateau heeft geleefd.bladspits Steenwijkerwold

Voor zover thans bekend heeft de Neanderthaler als menselijke soort geleefd van ongeveer 230.000 tot 40.000 jaar geleden. In Noord Nederland heeft de Neanderthaler pas vanaf ongeveer 110.000 jaar geleden kunnen leven. Daarvoor heersten de koude perioden uit de  Saale ijstijd. Zoals bekend lag de grote gletsjer uit deze ijstijd over Nederland en bedekte het gebied tot ongeveer de lijn Haarlem - Nijmegen. 130.000 jaar geleden werd het warmer en smolt het ijs van de gletsjer af. Na lange tijd kwam er weer begoeiing in het gebied die dieren weer naar het noorden van Europa deed trekken met in hun kielzog de jager, de Neanderthaler. Tot ongeveer 40.000 jaar geleden was het klimaat geschikt voor begroeiing, hoewel in dat lange tijdsbestek ook regelmatig nog warme en koude perioden elkaar afwisselden. Vanaf 40.000 jaar geleden deed de kou zijn intrede opnieuw en in de periode hierna bleef het soms een langere tijd extreem koud waarin leven niet mogelijk was.

We nemen aan dat de Neanderthalers in die extreem koude periode van de Weichsel ijstijd  naar het zuiden zijn getrokken en hier niet meer konden leven. Om aan te geven hoe oud de door de Neanderthalers in Fryslan achtergebleven afslagen en werktuigen zijn, gebruiken we daarom de periode die ligt tussen 110.000 en 40.000 jaar. Sommige artefacten uit die tijd zijn nog wel beter te dateren. Zo wordt algemeen aangenomen dat de te Steenwijkerwold gevonden bladspits van Johan Bokkinga stamt uit de laatste periode dat de Neanderthalers in Noord Nederland verbleven en die datering moet dan in geplaats worden op ongeveer 40.000 jaar geleden.

Geplaatst door Jan Kloosterman op 2 december 2012


 Bot van de wolharige neushoorn uit de IJssel

Kort geleden bracht een bezoeker een groot bot dat uit de IJssel was opgevist tijdens een baggerwerk. Het bot dat donkerbruin is heeft aan één van de uiteinden een duidelijk spoor van bewerking. Er is een stuk schuin afgezaagd en de zaagsporen zijn duidelijk aanwezig op dat deel. Het bijzondere is dat de zaagsnede glimt en duidelijk patina sporen heeft. Die glimmende patina op de zaagsnede geeft aan dat het bot zeker lang geleden is bewerkt en dat het bot gediend heeft als een soort werktuig. Degene die het meebracht vertelde dat het bot vrij zeker afkomstig was van een oeros of wisent.  Zoiets neem je natuurlijk in eerste instantie aan maar bij een vergelijking met andere botten kregen we toch twijfels,. Gezien het korte stuk en de vorm zou het bot afkomstig kunnen zijn van een poot van een dier maar omdat het bot niet lang maar kort en gedrongen was zou het ook iets anders kunnen zijn dan een been van een oeros of wisent.

 

Om vast te stellen of het bot werkelijk een bot van een oeros of wisent is, namen we het mee naar professor Wietske Prummel van het Groninger Instituut voor Archeologie.GIA. Ze stelde al snel vast dat het niet een bot van een oeros of wisent kon zijn omdat het bot, dat volgens haar een dijbeen kon zijn, te kort was. Wat het dan wel was nam een tijdje in beslag. Maar na onderzoek en vergelijking kon vastgesteld worden dat het een bot van een voorbeen van een neushoorn moest zijn en met enige zekerheid dat van een wolharige neushoorn. Bijzonder dus. Een bot van een wolharige neushoorn uit de IJssel en bewerkt door mensen. De wolharige neushoorn leefde al heel lang geleden in Nederland en is reeds lang uitgestorven.

   Zaagsporen op het uiteinde van het bot

De wolharige neushoorn was een bekend dier in het pleistocene tijdperk in Nederland en heeft in Europa rondgetrokken van ongeveer 250.000 jaar geleden tot ongeveer 40.000 jaar geleden. De wolharige neushoorn was lang geleden een bekende verschijning op de steppen in het laat pleistoceen in Nederland en de laatste neushoornsoort die in Nederland voorkwam. Het bot uit de IJssel is een toevalstreffer maar dit soort botten komt toch nog geregeld boven water in de netten van vissers die op de Noordzee vissen.Leuk onderzoekje van een bijzondere vondst.
 

Geplaatst op 6 oktober door Jan F. Kloosterman


Nieuwbouw IJstijdenmuseum

In de wintermaanden van 2012 op 2013 wordt het IJstijdenmuseum In Buitenpost grondig verbouwd. Een uitbreiding van het huidige museum en herinrichting van het bestaande museum moeten de kwaliteit en de educatieve waarde van het museum verhogen. In het nieuw te bouwen deel wordt een grote expositie ingericht over het paleolithicum. In vijf grote vitrines worden achtereenvolgens exposities ingericht over het oud paleolithicum, het midden paleolithicum en het jong paleolithicum. De vitrines over jong paleolithicum zullen ingericht worden met exposities over de Ahrendsburg cultuur, de Hamburgcultuur en de Federmessen of Tjonger cultuur. In de vitrines worden op de achtergrond foto,s geplaats die corresponderen met het landschap, flora en fauna uit de corresponderende culturen.

In het museum wordt een grote educatieve ruimte aangebracht voor jongeren. Zij kunnen middels schermen in de prehistorie duiken en met gerichte zoekopdrachten kennis opdoen over de prehistorie, de leefwijze van mensen, het klimaat, flora en fauna en het landschap. In het museum worden in aan aantal nissen replica's van prehistorische voorwerpen geplaatst die kinderen kunnen aanraken en voelen. Samen met het onderwijs, het Friesland College te Leeuwarden, worden een aantal educatieve films ontwikkeld die in het museum zullen dienen als representaties van culturen uit de steentijd. De inrichting van het educatieve deel is bedoeld om leerlingen van scholen en bezoekers inzicht te geven in de prehistorie.

Het is voor een vrijwiligersorganisatie zoals de Stichting IJstijdenmuseum te Buitenpost er is, een enorme opgave om in crisistijd het nodige geld voor deze grote verbouw operatie binnen te krijgen. De totale kosten daarvan worden begroot op 150.000 euro. Door met een grote groep vrijwilligers het project deels uit te voeren kan een bedrag bespaard worden van ongeveer 50.000 euro. Van het resterende bedrag is op dit moment al 85.000 euro binnen. Het resterende bedrag wordt bijeengebracht door de uitgifte van leen certificaten van € 25,--. Deze certificaten worden vanaf 2014 in gedeelten, door uitloting terug betaald. Deelname aan de lening is mogelijk door het storten van 25 euro op rekening 36.27.57.461 onder vermelding van nieuwbouw IJstijdenmusuem Buitenpost. 

 


 Rugmes

Een Midden Paleolithische couteau a dos - (rugmes), op tafel in het IJstijdenmuseum. In juli stapte Eric van der Schoot uit Leeuwarden het musuem binnen en vroeg of hij een paar archeologische voorwerpen mocht laten zien. Natuurlijk mocht zoiets. Goed ingepakt kwam een prachtig rugmes te voorschijn wat door mij als een Midden Paleolithisch artefact werd gedetermineerd. Zo'n mooi rugmes had ik nog niet in ons museum gezien. Voor de zekerheid riep ik Lammert Postma even naar de tafel en vroeg hem het stenen voorwerp te onderzoeken. Ook  Lammert kwam tot dezelfde conclusie. Een uitzondelijk mooi rugmes oordeelde hij en zonder twijfel een midden paleolithisch werktuig. Net zo zeldzaam als een vuistbijl oordeelde hij. De steensoort waaruit het rugmes was geslagen kon door ons al snel worden gedetermineerd als helleflint. Het is niet uitzonderlijk dat Midden Paleolithische voorwerpen zijn vervaardigd uit Helleflint. Ook Marcel Niekus heeft met zijn onderzoeksteam op de Neanderthaler site onder Assen voorwerpen aangetroffen die zijn geslagen uit helleflint.

De grote vraag die vervolgens naar voren komt is van "Hoe kom je er aan". Het rugmes bleek afkomstig te zijn van een grootvader van Eric van der Schoot en deze had voor de tweede wereldoorlog in Houtigehage gewoond en had toentertijd vuursteen artefacten vervaardigd. Eric had dit rugmes als enig stuk uit grootvaders collectie in bezit gekregen. Verder wist hij niets van de exacte vindplaats. Alleen dat grootvader Andries Spoelstra vaak naar artefacten zocht in een gebied tussen Houtigehage en Drachten.  Grootvader had een verzameling vuursteen artefacten gehad die hij in de omgeving van het woondorp had gevonden. Meer wist Erik eigenlijk niet te vertellen over de opmerkelijke vondst en de herkomst van het stuk. Natuurlijk ga je dan zelf ook recherceren naar de herkomst. In Houtigehage wist de familie Pultrum mij te vertellen dat er vroeger een man op het dorp woonde die steentjes verzamelde en vaak opgravingen deed met dokter Siebenga uit Opende. Verder ben ik nog niet gekomen maar het is in ieder geval een aanwijzing in een richting.

Het rugmes is van een uitzonderlijke kwaliteit en is zeer fraai gemaakt. De patinaglans spat je tegemoet als je het voorwerp goed bekijkt en gezien de vorm en de sporen van ouderdom is het onmiskenbaar een Midden Paleolihisch rugmes. Gezien de vermoedelijke vindplaats is het een unieke vondst die stamt uit de periode tussen 100.000 en 40.000 jaar geleden. De Neanderthalers liepen hier toen rond en het zal vrij zeker een mes zijn geweest dat een Neanderthaler heeft gebruikt en lange tijd bij zich heeft gedragen. Dit soort vondsten maakt het zo bijzonder. Precies kun je niet alles meer achterhalen maar een verhaal over zo'n prachtig en uniek stuk gereedschap valt er wel te schrijven

 

Een aantal jaren terug was ik in het Franse Barrou en zat daar op een camping aan de Creuse. Barrou ligt vijf kilometer onder de bekende plaats Le Grand Pressigny waar veel prachtige sites liggen met fraai bewerkt silex materiaal. Aan de Creuse op de camping vond ik een prachtig rugmes. Een Couteau a dos volgens de Franse amateur archeoloog die ik mijn vondst liet zien. Dit rugmes uit Frankrijk heeft een speciaal plekje in het IJstijdenmuseum gekregen. Hoewel het in de ogen van veel archeologen en amateur archeologen weinig voorstelt ben ik er aan gehecht geraakt omdat zoals de Franse amateur archeoloog het inschatte, het rugmes ouder kon zijn dan 500.000 jaar en daarmee zou kunnen zijn gebruikt door een Homo Erectus. Of het zo is geweest of niet, het is het verhaal bij zo'n voorwerp dat maakt dat je er wat mee hebt.

Geplaatst door Jan F. Kloosterman op 13 augustus 2012.


 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

Copyright © 2011 Archeoweb | Ontwerp en advies Jongsma Automatisering | Powered by WebsiteBaker

Total visitors: 77,697
Visitors today: 26
Visitors yesterday: 44
Max. visitors per day: 383
Currently online: 0
Max. online: 29
Total page views: 268,265
Page views of this page: 21,316
counter   Statistics